Witsnuitdolfijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witsnuitdolfijn
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Witsnuitdolfijn voor de boeg van een schip
Witsnuitdolfijn voor de boeg van een schip
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Cetacea (Walvissen)
Onderorde: Odontoceti (Tandwalvissen)
Familie: Delphinidae (Dolfijnen)
Geslacht: Lagenorhynchus
Soort
Lagenorhynchus albirostris
(Gray, 1846)
Cetacea range map White-beaked Dolphin.PNG
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris) is een soort dolfijn.

Kenmerken[bewerken]

De Witsnuitdofijn Lagenorhynchus albirostris is een middelgrote, zwaargebouwde, bonte dolfijn. De sikkelvormige (concave) rugvin is hoog en opvallend. Kenmerkend is het lichtgrijze rugzadel en de lichtgrijze veeg over de flank die onder de rugvin langs omhoog loopt tot over de kop ter hoogte van het blaasgat. Witsnuitdolfijnen hebben een korte, wittige (maar soms ook grijze!) snuit, zwarte flippers en rugvin en een zwarte staart. Volwassen dieren hebben een gemiddelde lengte van ongeveer 2.40 meter (minimaal 1.2m, maximaal 3m). De lengte bij de geboorte bedraagt ruim een meter.

Volwassen mannetjes kunnen 300 kg wegen en meer dan 3 meter lang worden. Ze kunnen maximaal 5 minuten duiken, maar gebruikelijk is dat ze om de 20 seconden ademhalen.

Gedrag en groepsgrootte[bewerken]

Witsnuitdolfijnen komen meestal in groepjes van 2-6 exemplaren voor. Bij uitzondering worden grotere samenscholingen gezien en het gebeurt niet vaak dat er groepen van meer dan 100 dieren worden waargenomen. Dergelijke grote troepen vermengen zich soms met de verwante witflankdolfijn, maar het samengaan van deze beide soorten is vermoedelijk zelden van lange duur. Het gedrag van beide soorten verschilt namelijk nogal. Snel zwemmende witsnuitdolfijnen scheuren het wateroppervlak als het ware open, waarbij veel schuim en een hoge sikkelvormige rugvin zichtbaar zijn. Snel zwemmen wordt vaak afgewisseld met trage bewegingen, waarbij allerlei kanten op gezwommen wordt, meestal kriskras door elkaar heen. Hierbij draait de hoge rugvin aan de oppervlakte langs en zijn het witte rugzadel en de witte veeg over de flank (vóór de rugvin) de meest geschikte kenmerken. Witsnuitdolfijnen zwemmen graag voor de boeg van schepen mee, maar meestal niet veel langer dan enkele minuten. Sportvissers en jachten in de Zuidelijke Bocht komen vroeg of laat allemaal wel zo’n troepje tegen. Een ander markant gedrag van de witsnuitdolfijn zijn de verticale sprongen uit het water omhoog ("breaching"). Dergelijke dieren landen op rug, buik of flank en lijken wel een zo groot mogelijke plons te willen veroorzaken. Meestal blijft het bij drie of vier sprongen, waarna de dieren weer gewoon gaan zwemmen. Regelmatige, horizontale sprongen, zoals bij snel zwemmende tuimelaars of gewone dolfijnen, worden eigenlijk nooit gezien.

Vanwege de wittige tekening op de flanken worden witsnuitdolfijnen vaak (ten onrechte) voor de witflankdolfijn aangezien. Eigenlijk lijken deze beide soorten alleen in naam op elkaar en verwarring tussen Gewone Dolfijn en Witflankdolfijn ligt veel meer voor de hand

Voedsel[bewerken]

Het zijn sociale dieren die in groepen jagen op vissen die in scholen zwemmen zoals de haring of de makreel.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Ze komen in het Noordelijk halfrond voor in wateren met temperaturen tussen de 6 en 20 graden Celsius. Voornamelijk in water met een diepte van 60 tot enkele honderden meters. In de Noordzee is het veruit de talrijkste dolfijnensoort, waarvan de grootste aantallen zich in Schotse wateren ophouden. Ook in de Nederlandse Noordzee is de witsnuitdolfijn na de bruinvis de meest voorkomende walvisachtige. Deze dolfijnen benaderen de kust zelden of nooit, maar sportvissers of zeiljachten op een tiental kilometers uit de kust maken al een heel grote kans om een groepje van deze dolfijnen te ontmoeten. De laatste jaren zijn er vele tientallen waarnemingen verzameld (zie de verwijzing naar de Marine Mammal Database hieronder)

Aanspoeling[bewerken]

Op Ameland, oostpunt, zijn op 27 december 2009 twee witsnuitdolfijnen aangespoeld, een moeder en een jong. Bij de ontdekking was de jonge dolfijn dood en de moeder was erg verzwakt en aangepikt door meeuwen. In overleg met het Dolfinarium Harderwijk werd besloten haar te laten inslapen. De dode dieren werden voor onderzoek naar Naturalis in Leiden gebracht.

In 2011 zijn twee levende witsnuitdolfijnen aangespoeld. De eerste is na een intensive behandeling is hij helemaal hersteld en zal kunnen uitgezet worden. De tweede, een jong dier, is op 4 december gestrand. De volgende dag werd besloten om haar in te laten slapen vanwege haar slechte gezondheid en haar leeftijd.

Bronnen, noten en/of referenties