Witte Paters

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles kardinaal Lavigerie, stichter van de Witte Paters

De Afrikaanse Missies (M.A., M.Afr. of M.Fr.) of Missionarissen van Afrika, beter bekend als de Witte Paters (Patres Albi, P.A.), voluit Sociëteit van Missionarissen van Afrika is een Gemeenschap van Apostolisch Leven binnen de Katholieke Kerk die in 1868 door Charles kardinaal Lavigerie (1825–1892), aartsbisschop van Algiers in Algerije werd gesticht. De congregatie speelt nog steeds een grote rol in het aartsbisdom Algiers en diens suffragane bisdommen, en ook in het bisdom Laghouat dat rechtstreeks onder de Heilige Stoel ressorteert. De Missionarissen van Afrika moeten niet verward worden met de Sociëteit voor de Afrikaanse Missiën, een in 1856 te Lyon gestichte missiecongregatie.

Een jaar later, in 1869, stichtte hij ook de congregatie van de Zusters Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika (Witte Zusters).

De naam "Witte Paters" komt van de witte, arabische klederdracht die de missionarissen dragen, samen met een rozenkrans rond de hals. Lavigerie stond er op dat Witte Paters zich de taal en de gewoontes van de Afrikanen zouden eigen maken en respect zouden tonen voor hun cultuur en geloofsovertuiging. Zijn voornaamste instructies om de geloofsverkondiging bij de Afrikaanse bevolking succesvol te kunnen aanpakken waren "U spreekt hun taal – u eet zoals zij – u kleedt u zoals zij". De paters droegen derhalve de gandourah, de burnous en de chéchia, met daarop een rozenkrans als religieus onderscheidingsteken.

Vanaf 1 juli 2008 werd de Belgische provincie van de Witte Paters officieel de Belgische sector van de nieuw opgerichte Europese provincie van de Sociëteit van de Missionarissen van Afrika. Volgens de statuten van de nieuwe Europese provincie wordt elke sector geleid door een verkozen gedelegeerde overste. Pater André Léon Simonart uit Tildonk volgde zo Pater Luc Lefief op als Afgevaardigde Overste voor de Witte Paters in België. Op 1 juli 2011 werd hij opgevolgd door pater Mark De Wulf uit Poperinge.

De Belgische pater André-Léon Simonart werd in 2011 verkozen tot nieuwe overste van de Europese provincie van de Witte Paters. Hij volgde toen de Duitse pater Detlef Bartsch op, die sinds 2008 de Europese provincie van de congregatie leidde. De Europese provincie omvat Duitsland, België, Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Nederland, Polen en Zwitserland.

Op 1 juli 2008 waren er nog 246 Belgische Witte Paters: 171 in België, 63 in Afrika en 12 elders. In België hebben de Witte Paters huizen in Varsenare, Antwerpen, Brussel, Genk, Munsterbilzen, Namen, Luik. Daarnaast hebben ze in twee rusthuizen voorbehouden kamers voor hun paters. Op 1 juli 2011 was het aantal Witte Paters teruggevallen op 160, met een vijftigtal Belgische paters nog steeds actief in Afrika.

In Nederland zijn ze gevestigd in Sterksel, Heythuysen, Lage Mierde, 's-Hertogenbosch, Dongen en Den Haag. In het verleden was ook in Boxtel een klooster van de Witte Paters gevestigd maar dat moest wijken voor de verbreding van de A2.

Wereldwijd waren er in juli 2011 nog 1.541 Witte Paters uit 37 landen. In 2014 waren dit er 1.366 uit nog steeds 37 landen met een gemiddelde leeftijd van 69,5 jaar. Ze zijn actief in 217 gemeenschappen in 42 landen waaronder 22 Afrikaanse landen. Het generalaat van de orde is in Rome gevestigd, aan de Via Aurelia. Generaal-overste is sinds 2010 de Ghanese Witte Pater Richard Kuuia Baawobr, M.Afr.

Externe links[bewerken]