Witte abeel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witte abeel
Witte abeel in Spanje
Witte abeel in Spanje
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Malpighiales
Familie: Salicaceae (Wilgenfamilie)
Geslacht: Populus (Populier)
Soort
Populus alba
L. (1753)
Stam van witte abeel met ruitvormige lenticellen
Stam van witte abeel met ruitvormige lenticellen
Dwarsdoorsnede stam
Dwarsdoorsnede stam
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De witte abeel (Populus alba), ook wel zilverpopulier genoemd, is een boom uit de wilgenfamilie (Salicaceae). De plant komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en in het midden en het westen van Azië. Sinds de zeventiende eeuw komt de soort voor in Nederland. In parken en tuinen wordt de boom veel aangeplant voor de sier.

Blad witte abeel
Mannelijk katje

De witte abeel kan tot 30 m hoog worden. De plant komt meestal voor als een veel kleinere boom. De schors is glad en wit of grijs met ruitvormige tekeningen. Aan de voet wordt de schors later donkerder en ruwer. De gelobde bladeren zijn 4-10 cm lang en bij het ontluiken, net als de jonge takken en knoppen volledig witviltig behaard. Later wordt de bovenkant glanzend donkergroen; de onderkant blijft bedekt met een dicht viltig dons. De bloemen ontluiken in april vóór de bladeren. De mannelijke katjes hebben een karmozijnrode kleur en zijn behaard. In juni laten de katjes het witte, katoenachtige zaad vrij. De witte abeel is lichtminnend en verkiest vrij droge tot meestal vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, meestal kalkhoudende grond. Hij heeft een vrij groot natuurlijk verspreidingsgebied: Zuid-, West- en Midden-Europa, West-Siberië, Zuidwest-Azië en Noord- Afrika. De witte abeel is waarschijnlijk niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort wordt in de kuststreek vaak aangeplant vanwege zijn weerstand tegen zout in de lucht.

De schors is glad en grijswit bij jonge bomen, later wordt deze zwart en ruw aan de voet en vlekkerig daarboven. De twijgen en knoppen zijn dichtbezet met wit, wollig haardons.

De bladeren kunnen òf groot (9 x 8 cm) en vijflobbig zijn, òf klein (5 x 5 cm) en eivormig met getande of gelobde rand. De bladstelen zijn 3-4 cm lang. De onderzijde van de bladeren en bladstelen is wit viltachtig.

De witte abeel draagt katjes die 4-8 cm lang zijn. Mannelijke katjes zijn karmozijnrood en grijs, vrouwelijke katjes bleekgroen of groenachtig geel. Ze leveren pluizige draden.

Plaatsnamen[bewerken]

Nogal wat plaatsnamen verwijzen hoogstwaarschijnlijk naar deze boomsoort. Enkele voorbeelden

Externe link[bewerken]