Woekerpolisaffaire
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Woekerpolisaffaire is de verzamelnaam van de ophef rond Nederlandse beleggingsverzekeringen, ontstaan in 2006. De naam "Woekerpolisaffaire" is eind 2006 geïntroduceerd door het Trosprogramma Radar. Deze term is vervolgens door andere media overgenomen. De woekerpolisaffaire kwam aan het licht in 2006 door een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten waarin geconstateerd werd dat er veel mis is met beleggingsverzekeringen. Deze verzekeringen bleken complex en relatief duur te zijn. Ook worden verzekerden bij veel beleggingsverzekeringen groot financieel benadeeld bij tussentijdse beëindiging, de verzekeraars zouden hierover onvoldoende duidelijkheid geven. Daarnaast werden er veel gebreken aangetroffen met betrekking tot de overige informatie bij de polissen. [1]
Bij een soortgelijke eerdere affaire, de aandelenlease-affaire, hield de poltiek zich lang afwezig. De woekerpolisaffaire stond vanaf het allereerste begin in de politieke belangstelling. De minister van financiën liet een eigen onderzoek verrichten.
Inhoud |
[bewerken] Betrokken partijen
De gedupeerde consumenten zijn verenigd in twee stichtingen. De Stichting Verliespolis vertegenwoordigt 80.000[2] particulieren en wordt gesteund door verschillende belangenorganisaties zoals de VEB en Vereniging Eigen Huis. Via overleg probeert men tot een oplossing te komen met de verzekeraars.
De Stichting Woekerpolis Claim vertegenwoordigt enkele duizenden particulieren en heeft geen vertrouwen in overleg en probeert via juridische procedures en schadeclaims bij de rechter compensatie af te dwingen. De verzekeraars zijn verenigd in het Verbond van Verzekeraars (het Verbond). De gerechtelijke procedures beperken zich tot op heden (maart 2008) in één dagvaarding tegen Nationale-Nederlanden. In november 2007 heropende Woekerpolis Claim de eerder afgebroken besprekingen met de verzekeraars [3] Er zijn twee verschillende instanties die een rol spelen in het conflict. De eerste is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en is door de overheid aangewezen als toezichthouder op de financiële dienstverleners zoals de verzekeraars en haar tussenpersonen. Naast deze toezichthouder bestaat er een onafhankelijk klachteninstituut, Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Bij het klachteninstituut kunnen consumenten terecht met klachten over hun financiële product. Minister van Financiën Gerrit Zalm stelde twee bemiddelaars aan die klachten over de polissen zullen voorleggen aan de Ombudsman Financiële Dienstverlening dat onderdeel uitmaakt van het klachteninstituut.
[bewerken] Gebeurtenissen
Op het weinig transparante karakter van kosteninhoudingen door verzekeraars is vanaf omstreeks 1995 herhaaldelijk kritiek uitgeoefend [4]. In 2003 publiceerde AFM een rapport over beleggingshypotheken, uit het rapport bleek een doorsnee huishouden met een beleggingshypotheek 55 procent kans te hebben op een restschuld. In 2006 constateerde de AFM vervolgens dat beleggingsverzekeringen ondoorzichtig en relatief duur zijn en dat de informatie bij polissen onvolledig en soms zelfs onjuist is.
In de zomer van 2006 nam het Verbond van Verzekeraars het initiatief om een adviescommissie in te stellen met als opdracht de transparantie voor de consumenten in kaart te brengen.[5] Deze commissie stond onder leiding van de voormalige minister van Justitie Job de Ruiter. De naam van de commissie was officieel ‘Commissie transparantie beleggingsverzekeringen’, maar stond bekend onder de naam ‘Commissie De Ruiter’. Voordat de Commissie De Ruiter rapport uit bracht vond de uitzending van Tros Radar plaats in november 2006, die de Woekerpolisaffaire in een stroomversnelling bracht.[6]
Op 24 november 2006 werd de website www.polisopheldering.nl opgericht.[7] Initiatiefnemers waren de Vereniging Eigen Huis, de Vereniging van Effectenbezitters en Independer. Deze laatste afficheerde zich hier niet als tussenpersoon maar als belangenbehartiger. Deze belangenbehartigers stelden een onderzoek in naar de premies en kosten die verzekeraars in rekening hebben gebracht.
Op 20 december 2006 bracht de Commissie De Ruiter rapport uit over de beleggingsverzekeringen. De commissie adviseerde het Verbond over de informatievoorziening bij toekomstige offertes. Bestaande gevallen liet de Commissie De Ruiter buiten beschouwing.[5] Het Verbond liet weten het rapport te ondersteunen en de aanbevelingen uit te voeren. Daarnaast zullen de verzekeraars de aanbevelingen ook toepassen op bestaande verzekeringen.[8] De verzekeraars hebben beloofd alle offertes van de 6 miljoen uitstaande polissen nog eens door te lopen. Als blijkt dat de kosten in de praktijk hoger zijn uitgepakt dan was voorgespiegeld, komt er in individuele gevallen een regeling.[9]
Daarnaast gaf het Verbond van Verzekeraars in deze reactie aan waar de kosten uit bestonden, en dat er onderscheid moest worden gemaakt tussen kosten en premies voor aanvullende verzekeringen.[10]
[bewerken] Rechtszaak tegen Nationale-Nederlanden
In juli 2007 startten de Stichting Woekerpolis Claim en de Vereniging Consument & Geldzaken een collectieve rechtsprocedure tegen Nationale-Nederlanden. De rechtbank van Rotterdam wordt gevraagd te bevestigen dat de voorlichting van Nationale-Nederlanden over de kosten en risico's van de beleggingsverzekering Flexibel Verzekerd Beleggen onvoldoende is geweest. [11]
[bewerken] Overeenstemming tussen partijen
In maart 2007 hebben de belangrijkste betrokkenen, het Verbond van Verzekeraars, de Stichting Verliespolis, het Ministerie van Financiën en de Ombudsman Financiële Dienstverlening overeenstemming bereikt over de verdere aanpak van de problematiek. De problematiek wordt categoraal onderzocht (Er worden steeds enkele zaken behandeld die representatief kunnen worden geacht voor een bepaalde productcategorie) om te bezien of er sprake is van gegronde klachten. Als dat het geval is zal de Ombudsman Financiële Dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, aansturen op aanpassing van het product. Als de verzekeraar de aanpassing accepteert zal deze ook het initiatief nemen de aanpassing door te voeren voor alle verzekerden (ook voor diegenen die niet geklaagd hebben). Overigens is de verzekerde, in tegenstelling tot de verzekeraar, niet gebonden aan het advies van de Ombudsman.
Op de website van de Ombudsman wordt een lijst gepubliceerd met alle beleggingsverzekeringen. Per product wordt aangegeven of er door de Ombudsman uitspraken zijn gedaan, of er procedures lopen, en of verzekeraars tot aanpassing van de voorwaarden of reparatie zijn overgegaan. Consumenten kunnen via de website van de Ombudsman zaken aanmelden als zij over een op de lijst voorkomen product klachten hebben.[12]
[bewerken] Advies van de ombudsman
De Ombudsman Financiële Dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, publiceerde op 4 maart 2008 zijn aanbevelingen. Op verzoek van minister Bos deed Wabeke onderzoek naar de beleggingsverzekeringen. Wabeke concludeert in zijn advies dat verzekeraars een hogere dan marktconforme premie voor de overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsdekking in rekening hebben gebracht en dat er onredelijk veel kosten in rekening zijn gebracht. Wabeke gaf aan dat de kosten niet meer dan 2,5% van het belegd vermogen zouden mogen bedragen.
Naast de verzekeraars acht Wabeke ook de tussenpersonen, de overheid en de consument schuldig aan de ontstane problematiek. Wabeke stelt dat de tussenpersonen niet goed hebben geadviseerd, de overheid zich een onbetrouwbare partner heeft getoond door de fiscale regels meerdermalen te wijzigen en de consument niet goed heeft opgelet.
Gezien deze gedeelde schuld adviseert Wabeke de verzekeraars alle kosten die de 3,5% van het belegd vermogen overstijgen met terugwerkende kracht aan de consument terug te betalen. Deze compensatie levert de verzekeraars een kostenpost op van naar schatting 2 miljard euro. De compensatie dient uiterlijk in 2009 aan de consumenten te zijn uitgekeerd. [13] [14] [15]
De Stichting Verliespolis liet in een eerste reactie weten dat zij niets zien in het oordeel van Wabeke. Zij acht de verzekeraars als enige verantwoordelijk voor de ontstane problematiek. De kritiek op de overheid, tussenpersonen en consumenten wordt door Verliespolis weerlegd. De aanbevelingen van Wabeke worden door Verliespolis gezien als een startpunt voor verdere onderhandelingen met de verzekeraars. [16] [17] [18]
De Stichting Woekerpolis Claim liet zich in gelijksoortige bewoordingen uit. Zij acht de voorgestelde compensatie volstrekt onvoldoende. Stichting Woekerpolis Claim ziet het advies van Wabeke dan ook vooral als 'springplank' voor verdere compensatie. [19]
Het Verbond van Verzekeraars liet in een eerste reactie weten dat zij verwachten dat de verzekeraars de aanbeveling van Wabeke uiterst serieus zullen nemen. [20] Een aantal verzekeraars, waaronder Aegon, Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Fortis ASR en De Amersfoortse, lieten in een eerste reactie weten de aanbevelingen van Wabeke over te nemen. De Achmea-verzekeraars Interpolis, Avéro, FBTO en Centraal Beheer en Reaal hebben aangegeven niets te doen voordat er in de hele sector afspraken zijn gemaakt. [21] [22][23] Minister van Financiën Wouter Bos reageerde positief. Hij verwacht de regeling heel wat gedupeerden in staat moet stellen geld terug te krijgen. Hij gaf verder aan dat de consumentenorganisaties en verzekeraars er nu onderling uit moeten komen. [24]
[bewerken] Onafhankelijk feitenonderzoek
De Vaste Kamercommissie voor Financiën besloot op 8 februari 2007 na een debat met de Minister van Financiën (Gerrit Zalm) tot een onafhankelijk feitenonderzoek. Op 22 maart 2007 heeft de nieuwe Minister van Financiën (Wouter Bos) in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat hij verwacht dat het aangekondigde onderzoek naar beleggingsverzekeringen eind mei van start kan. De taakopdracht voor dit feitelijk onderzoek wordt afgestemd met consumentenorganisaties, verzekeraars, de Ombudsman Financiële Dienstverlening en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).[25] In juli 2007 werd bekend dat het feitenonderzoek is toegekend aan het Instituut voor Financieel Onderzoek. Minister Bos verwachtte aanvankelijk dat het onderzoek nog in 2007 werd afgerond.[26] De afronding van het feitenonderzoek liet echter tot 9 oktober 2008 op zich wachten.[27]De uitkomst van het onderzoek wijst uit dat beleggingsverzekeringen te duur zijn, bij 73% van de beleggingsverzekeringen wordt meer dan 2% kosten in rekening gebracht, vervroegd afkopen van een beleggingsverzekering kan een zwaar negatief nettorendement ten gevolge hebben, waarbij moet worden gedacht an -16,5%. Vogens de Consumentenbond wordt duidelijk dat bij de beleggingsverzekeringshypotheken van AXA, Nationale-Nederlanden, Delta Lloyd en Falcon de meeste kosten in rekening worden gebracht. De bond eist terugbetaling van het teveel betaalde geld wil en dat overheid en AFM er voor zorgen dat de kwaliteit van aanbieders, producten en adviseurs voor consumenten inzichtelijk wordt gemaakt.[28]
[bewerken] Schikkingen
Delta Lloyd, ING en Fortis ASR hebben geschikt voor respectievelijk 300, 365 en 750 miljoen euro. Op 25 maart 2009 maakte SNS Reaal bekend te willen schikken voor 320 miljoen euro.
[bewerken] Engelse beleggingsverzekeringen
Engeland kende recent ook een eigen ‘woekerpolisaffaire’. Door het agressief aan de man brengen van beleggingsverzekeringen werden de Britse verzekeraars al gedwongen tot een schadevergoeding van £ 1,1 miljard. Om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding moeten consumenten één van de volgende klachten kunnen hardmaken: de verkoper heeft ze niet gewezen op de manier waarop hun geld zou worden belegd en de risico’s daarvan, ze zijn niet op de hoogte gesteld van het feit dat een beleggingshypotheek een instrument is voor de lange termijn en vaak matige rendementen oplevert bij tussentijdse opzegging, de verkoper is niet nagegaan of ze zich comfortabel voelden bij hun afhankelijkheid van de aandelenmarkt of er is onvoldoende stilgestaan bij de vraag of ze in staat waren hun premiebetalingen tot het einde van de verzekering vol te houden. Naar schatting van de Engelse consumentenbond Which? zijn er vijf miljoen consumenten die een schadevergoeding kunnen eisen. De Britse toezichthouder Financial Services Authority schat de totale schade op £ 16 mld.[29] De Engelse situatie verschilt in sommige opzichten met de Nederlandse. In Engeland zijn de verzekeraars een garantiestelling niet nagekomen.[30]
[bewerken] Externe links
- Stichting Verliespolis Behartigt belangen van hen, die een beleggingsverzekering hebben afgesloten. Initiatief van Vereniging Eigen Huis en Vereniging van Effectenbezitters.
- Informatie van Verbond van Verzekeraars over beleggingsverzekeringen.
- Site van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening en de Ombudsman Financiële Dienstverlening
- Autoriteit Financiële Markten
| Referenties: |
|


