Woelrat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Woelrat
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Arvicola terrestris.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Rodentia (Knaagdieren)
Familie: Cricetidae (Woelmuisachtigen)
Geslacht: Arvicola (Woelratten)
Soort
Arvicola amphibius
(Linnaeus, 1758)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De woelrat of waterrat (Arvicola amphibius of ook wel A. terrestris) is een knaagdier uit de familie van woelmuizen. Hij leeft voornamelijk in de buurt van water, en is een goede zwemmer en duiker. In Frankrijk en het Iberisch Schiereiland leeft de verwante West-Europese woelrat (Arvicola sapidus). De bergwoelrat (Arvicola scherman) werd vroeger als een bijzondere, op het land levende vorm van A. amphibius gezien, terwijl A. amphibius zelf meer in het water leeft. Deze soort komt voor van Noord-Spanje tot Noord-Nederland en Midden-Roemenië.

Kenmerken[bewerken]

Een volwassen woelrat is 12 tot 23,5 centimeter lang en tot 320 gram zwaar, de staart is 4 tot 14,5 centimeter lang. Mannetjes worden gemiddeld 19,1 centimeter lang, vrouwtjes 18,2 centimeter.

De dieren hebben veel weg van de aardmuis, maar zijn groter en hebben een relatief langere staart. Ze verschillen daarentegen weer van de bruine rat door een kortere staart en een stompe snuit. De voorpoten hebben vier tenen, de achterpoten vijf.

De dikke, ruige, glanzende vacht is op de rug donker van kleur (grijzig bruin of roodbruin tot donkerbruin, of zelfs zwartbruin in bijvoorbeeld Noord-Schotland) en op de buik geelgrijs. In het zuiden van het verspreidingsgebied zijn de dieren kleiner en lichter gekleurd. Dieren worden daar bijvoorbeeld nooit langer dan 16,5 centimeter en niet zwaarder dan 100 gram. De staart in zuidelijke populaties is 4 tot 8 centimeter lang, in noordelijke populaties 8 tot 10 centimeter.

De verwante West-Europese woelrat is kleiner en lichter gekleurd dan de gewone woelrat. Ook hebben ze een relatief langere staart. Meer naar het noorden toe zijn ook de West-Europese woelratten donkerder gekleurd en groter. In Noord-Frankrijk, waar de verspreidingsgebieden van de twee soorten overlappen, zijn de West-Europese woelratten groter dan de gewone woelratten.

Gedrag[bewerken]

De woelrat is zowel overdag als 's nachts actief, maar het is overwegend een dagdier. Hij eet voornamelijk plantaardig voedsel, voornamelijk stengels, grassen, zegge en wortels, maar ook insecten en soms vis. Ook landbouwgewassen worden gegeten. Als een woelrat eet, zit hij op zijn achterzijde, waarbij hij met de voorpoten het voedsel naar de bek brengt.

Het woongebied van een woelrat ligt langs een rivieroever. Hier leeft de woelrat in paarverband. Het woongebied van een mannetje is ongeveer 130 meter lang, dat van een vrouwtje ongeveer 80 meter. Ontlasting wordt achtergelaten in latrines, meestal gelegen aan de randen van het woongebied. 's Winters kan een vrouwtje een hol delen met haar dochters en een of meerdere onverwante mannetjes.

De woelrat graaft gangen in de oevers. De uitgang kan zowel boven als onder de waterspiegel liggen. Het nest, een bal van gras en riet met een diameter van maximaal 25 centimeter, ligt meestal in het hol. Bij een hoge waterstand liggen de nesten in pollen zegge.

Voortplanting[bewerken]

In West- en Centraal-Europa loopt de voortplantingstijd van maart of april tot september of oktober. In West-Siberië is deze korter, van mei tot augustus. Een vrouwtje heeft twee tot vijf worpen per jaar. Na een draagtijd van 20 tot 22 dagen worden vier tot zes jongen geboren. Beide ouders zorgen voor de jongen.

Een opgezette woelrat in het Bristol Museum

Jonge woelratten lijken veel op die van de aardmuis, maar hebben een langere staart en veel langere achterpoten. Bij de geboorte zijn de dieren kaal en blind. Na veertien dagen verlaten ze voor het eerst het nest. Soms worden de dieren het nest uitgejaagd als ze 22 dagen oud zijn, als het moederdier haar volgende worp heeft. Jonge mannetjes verlaten na vier maanden het woongebied van de ouders. In sommige gebieden zijn de dieren pas na de eerste winter geslachtsrijp, in andere kunnen de dieren zich al in het eerste jaar voortplanten.

In gevangenschap wordt de woelrat maximaal vijf jaar oud, in het wild gemiddeld 5,4 maanden.

Verspreiding[bewerken]

De woelrat komt in het grootste deel van Europa voor, oostwaarts tot Iran en West-Siberië; in Nederland in het noorden en westen. Ze ontbreken in een groot deel van het Iberisch Schiereiland, waar ze worden vervangen door de West-Europese woelrat. Ook in Ierland ontbreekt de soort.

Met name in de buurt van stilstaand zoet water, zoals greppels, trage riviertjes en meren, komen de dieren veel voor. Ze hebben een voorkeur voor gebieden met steile oevers die begroeid zijn met gras en meerdere vegetatielagen. Doordat ze aan de buitenkant van de poten haren hebben, zwemmen ze goed. Woelratten kunnen ook aangetroffen worden in boomgaarden en op akkerland. De verwante bergwoelrat (A. scherman) is minder gebonden aan het water en komt vaker in grasvelden en landbouwgebieden voor.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties