Woestijnleguaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Woestijnleguaan
Twee exemplaren in de Buffalo Zoo.
Twee exemplaren in de Buffalo Zoo.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Iguanidae (Leguanen)
Geslacht: Dipsosaurus
Soort
Dipsosaurus dorsalis
Baird & Girard, 1852
Afbeeldingen Woestijnleguaan op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Woestijnleguaan op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De woestijnleguaan[1] (Dipsosaurus dorsalis) is een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae). Het is de enige soort uit het monotypische geslacht Dipsosaurus.[2]

Kenmerken[bewerken]

De woestijnleguaan heeft een ronde en stompe kop, korte poten en is voornamelijk te herkennen aan de zeer grote ooropeningen aan de zijkanten van de kop. De kleur is zeer lichtbruin, zandkleurig tot beige, de staart is sterk donker gebandeerd. De rug is vaak grijs tot donkerbruin gebandeerd en daaroverheen lopen vele kleine, streepachtige en donkere vlekjes en de oogomgeving is vaak bruin tot zwart, vooral bij de mannetjes. De kop is kort en stomp, op de rug is in vergelijking met andere leguanen een zeer lage kam aanwezig.

Voorkomen en habitat[bewerken]

Leefgebied

Deze soort kan ongeveer 50 centimeter lang worden, waarvan meer dan de helft bestaat uit de lange staart. De leguaan komt voor in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico, en leeft in woestijnachtige, kurkdroge gebieden met hier en daar rotsen of vegetatie om zich onder te verstoppen. Met name in de Mojave- en Sonorawoestijn wordt de soort aangetroffen, waar vaak maandenlang geen druppel regen valt. De woestijnleguaan is zeer goed aangepast op de hitte en kan een buitentemperatuur van meer dan 47 graden Celsius overleven wat voor andere reptielen fataal zou zijn.[1] Over het algemeen is het een bodembewoner die hooguit op een rots klimt om te zonnen.

Algemeen[bewerken]

Het voedsel bestaat voornamelijk uit plantendelen, zoals bloemen en vruchten, maar ook sommige cactussoorten worden gegeten. De leguaan heeft een voorkeur voor gele bloemen en klimt soms ook wel in struiken om deze te kunnen bereiken. Naast planten worden ook insecten gegeten, en ook jonge dieren eten voor een belangrijk deel kleine ongewervelden. De woestijnleguaan heeft een goede manier gevonden om te schuilen, de hagedis kraakt namelijk de holen van een soort grondeekhoorn die in het verspreidingsgebied voorkomt. Bij bedreiging rent de leguaan op de achterpoten in het hol, en kan een snelheid van zo'n 25 kilometer per uur bereiken.[1] Als de leguaan in zijn hol is gevlucht, zuigt het dier zich vol met lucht zodat hij vast komt te zitten. Ook padhagedissen en de chuckwalla kennen dit trucje.

Taxonomie[bewerken]

De woestijnleguaan werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Spencer Fullerton Baird en Charles Frédéric Girard in 1852 als Crotaphytus dorsalis.[2] De wetenschappelijke naam Dipso(-)saurus betekent letterlijk 'dorstige hagedis'. Er worden vier ondersoorten erkend, die onder andere verschillen in het verspreidingsgebied.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 229 ISBN 90 274 8626 3.
  2. a b Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Dipsosaurus dorsalis

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Dipsosaurus dorsalis - Website Geconsulteerd 22 november 2011
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven de dieren deel VI :Reptielen - Pagina 229 - ISBN 90 274 8626 3 - Kindler Verlag AG - 1971