Wolfskers
| Wolfskers | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| soort | |||||||||||||||||||
| Atropa belladonna L. (1753) |
|||||||||||||||||||
| Wolfskers op |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
Wolfskers (Atropa belladonna) (ook: slaapbes)[1] is een vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). De plant is zeer giftig.
Inhoud |
[bewerken] Voorkomen
Wolfskers komt van nature voor in Europa, Noord-Afrika en West-Azië en is van daaruit verspreid over de hele wereld. In Nederland is de soort zeer zeldzaam en voornamelijk in Zuid-Limburg en Gelderland te vinden, maar hij komt ook voor in parken in de rest van Nederland. In België is de soort zeldzaam in de Ardennen en zeer zeldzaam elders. De standplaats is op beschaduwde plekken, vooral aan de rand van het bos.
[bewerken] Werkzame stoffen
De hele plant bevat giftige alkaloïden. Bijzonder gevaarlijk zijn de bessen, die de uiterst giftige stof atropine bevatten. Het eten van drie bessen kan dodelijk zijn voor een kind. Voor een volwassene zijn tien tot twaalf bessen vaak fataal. Vergiftiging door de bladeren treedt op vanaf 0,3 gram[bron?]. De plant kan tot 1 m hoog worden.
Verder bevat de plant hyoscyamine, scopolamine, pyridine en choline.[2]
[bewerken] Gebruik
De soortaanduiding belladonna is Italiaans en betekent 'mooie vrouw'. Vrouwen druppelden tijdens de Renaissance namelijk het atropine uit de plant in hun ogen om de pupillen te verwijden en ze donkerder en glanzender te maken. Dat ze daardoor ook slechter zagen werd graag voor lief genomen. Ook tegenwoordig gebruiken oogartsen de pupilverwijdende eigenschap van atropine nog steeds bij oogonderzoek, maar wel in minieme hoeveelheden.
Een andere mogelijkheid is dat het woord belladonna afgeleid is van Bellona, de Etruskische godin van de oorlog.
De botanische naam Atropa is afgeleid van het Oudgriekse woord 'atropos', hetgeen 'onafwendbaar' betekent. Tevens is Atropos de naam van een van de drie schikgodinnen uit de Griekse mythologie. Al in de oudheid werd de plant gebruikt. In de 19e eeuw werden extracten van de wolfskers gebruikt voor de behandeling van geelzucht, roodvonk, kinkhoest, zenuwziektes en epilepsie.
In de middeleeuwen werd de plant gebruikt in levenselixers en beschouwd als heksenkruid waarvan heksen heksenzalf maakten. Bij matig inwendig gebruik kunnen er waanvoorstellingen en roestoestanden optreden.[2]
[bewerken] Externe link
- Wolfskers (Atropa belladonna) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Atropa belladonna op Wikimedia Commons. |
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Schaap, S. & Van den Berg, T. (1979). Parken, tuinen en landschappen van Nederland. Baarn: Moussault's uitgeverij. ISBN 9022611639
- ↑ a b Furlenmeier, M. (1978). De wonderlijke wereld der geneeskruiden. Antwerpen/Amsterdam: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers p.v.b.a. ISBN 9061741432