Wolfskers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wolfskers
Atropa belladonna 220605.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Solanales
Familie: Solanaceae (Nachtschadefamilie)
Geslacht: Atropa
soort
Atropa belladonna
L. (1753)
Wolfskers op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Wolfskers (Atropa belladonna) (ook: slaapbes)[1] is een vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). De plant is zeer giftig.

Voorkomen[bewerken]

Wolfskers komt van nature voor in Europa, Noord-Afrika en West-Azië en is van daaruit verspreid over de hele wereld. In Nederland is de soort zeer zeldzaam en voornamelijk in Zuid-Limburg en Gelderland te vinden, maar hij komt ook voor in parken in de rest van Nederland. In België is de soort zeldzaam in de Ardennen en zeer zeldzaam elders. De standplaats is op beschaduwde plekken, vooral aan de rand van het bos.

Werkzame stoffen[bewerken]

De hele plant bevat giftige alkaloïden. Bijzonder gevaarlijk zijn de bessen, die de uiterst giftige stof atropine bevatten. Het eten van drie bessen kan dodelijk zijn voor een kind. Voor een volwassene zijn tien tot twaalf bessen vaak fataal. Vergiftiging door de bladeren treedt op vanaf 0,3 gram[bron?]. De plant kan tot 1 m hoog worden.

Verder bevat de plant hyoscyamine, scopolamine, pyridine en choline.[2]

Gebruik[bewerken]

De soortaanduiding bella-donna is Italiaans en betekent 'mooie vrouw'. Vrouwen druppelden tijdens de Renaissance namelijk het atropine bevattende sap uit de plant in hun ogen om de pupillen te verwijden en ze donkerder en glanzender te maken. Dat ze daardoor ook slechter zagen werd voor lief genomen. Ook tegenwoordig gebruiken oogartsen de pupilverwijdende eigenschap van atropine nog steeds bij oogonderzoek. De hoeveelheid atropine die ze gebruiken is wel miniem.

De botanische naam Atropa is afgeleid van Atropos, de naam van een van de drie schikgodinnen uit de Griekse mythologie. Het Oudgriekse woord 'atropos' betekent 'onafwendbaar'. Al in de oudheid werd de plant gebruikt. In de 19e eeuw werden extracten van de wolfskers gebruikt voor de behandeling van geelzucht, roodvonk, kinkhoest, zenuwziektes en epilepsie.

In de middeleeuwen werd de plant gebruikt in levenselixers en beschouwd als heksenkruid waarvan heksen heksenzalf maakten. Bij matig inwendig gebruik kunnen er waanvoorstellingen en roestoestanden optreden.[2]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Schaap, S. & Van den Berg, T. (1979). Parken, tuinen en landschappen van Nederland. Baarn: Moussault's uitgeverij. ISBN 9022611639
  2. a b Furlenmeier, M. (1978). De wonderlijke wereld der geneeskruiden. Antwerpen/Amsterdam: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers p.v.b.a. ISBN 9061741432