Wonderen van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ivan Aivazovsky: Jezus loopt op het water, 1888.
Rafaël: Wonderbaarlijke visvangst, 1515

De wonderen van Jezus zijn de bovennatuurlijke verrichtingen van Jezus, zoals die vermeld worden in de evangeliën. De wonderen kunnen in vier groepen onderverdeeld worden: genezingen, uitdrijvingen, opwekkingen uit de dood en beheersing van de natuur.[1][2]

In het Evangelie volgens Johannes zijn zeven (met de opstanding en de wonderbare visvangst daarna negen) van deze wonderen (hier tekenen genoemd) genoteerd, van het veranderen van water in wijn aan het begin van Jezus' werkzaamheid tot aan de opwekking van Lazarus uit de dood aan het einde.[3][4] Johannes 21:25 zegt: "Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.".

In de synoptische evangeliën (Marcus, Matteüs en Lucas) weigert Jezus wonderbaarlijke tekenen te geven van zijn gezag.[5] Toch geloven christenen dat Jezus' wonderbaarlijke genezingen profetieën van Jesaja in vervulling doen gaan en zij beschouwen Jezus als de Messias die in het Oude Testament voorspeld wordt.[6]

Voor vele christenen en moslims[7] zijn de wonderen waargebeurde historische gebeurtenissen. Volgens anderen, zoals vrijzinnige christenen, gaat het om symbolische verhalen.[8] Historici kunnen verhalen over wonderen van Jezus of van anderen bevestigen noch weerleggen omdat zij bij gebrek aan gegevens moeten afgaan op wat waarschijnlijk gebeurde. Wonderen zijn per definitie bijzonder onwaarschijnlijk.[9] Sommige christelijke onderzoekers pleiten voor de historische werkelijkheid van de wonderen.[10][11] Het Jesus Seminar kwam tot de conclusie dat tenminste enkele genezingen door Jezus aannemelijk zouden zijn.[12]

Achtergrond[bewerken]

De eerste evangeliën werden geschreven voor een publiek dat geen moeite had wonderen te aanvaarden als tekenen - zo noemt het Johannes Jezus' wonderen - van Jezus' nauwe relatie met God, zijn goddelijkheid en zijn wijsheid.[13] Geloof in wonderen is van alle tijden.

Jodendom[bewerken]

De rabbijnse literatuur vermeldt vier wonderdoeners uit de periode van de Tweede Tempel, van wie er twee uit Galilea kwamen. Beiden waren arm. Abba Hilkia bad om regen bad in een tijd van droogte. Rabbi Hanina ben Dosam leefde een generatie na Jezus (stierf circa 65). Men hoorde over hem een hemelse stem. Het vermogen wonderen te doen, werd toegeschreven aan de bijzondere relatie die deze mannen met God hadden.[14]. De Bijbel vertelt en farizeeën geloofden dat de profeet Elisa mensen van lepra (melaatsheid, in Nieuwe Bijbelvertaling: huidvraat) had genezen en doden had opgewekt, net als Elia.[15]

Klassieke godsdiensten[bewerken]

Goden en halfgoden als Heracles ( Hercules), Asclepius (een Griekse arts die een god werd) en Isis uit Egypte genazen volgens het volksgeloof zieken en verrichtten opwekkingen uit de dood.[16] Tevens was de gedachte wijdverbreid dat sterfelijke mensen deze wonderen konden verrichten, als ze maar voldoende beroemd en deugdzaam waren. Over filosofen als Pythagoras en Empedocles deden mythen de ronde dat ze stormen op zee bedwongen en ziekten verdreven: ze werden gezien als goden.[17][18] De verrichtingen van Apollonius van Tyana (eind eerste eeuw) waren zo beroemd en leken zo op die van Jezus, dat een tegenstander van de christenen uit de derde eeuw ze aanhaalde om aan te tonen dat Christus niet origineel was en ook niet goddelijk. (Eusebius van Caesarea pleitte tegen dit argument).[19]

Vroege Christendom[bewerken]

Justinus de Martelaar merkte op dat Jezus' genezingen leken op de wonderen die aan Asclepius werden toegeschreven.[20]Lucianus van Samosata beschreef de werkwijze van exorcisten die de boze geest bevraagden, bedreigden en met een bevel uitdreven.[21][22]

Recent[bewerken]

Ook recent worden wonderen toegeschreven aan reeds overleden of nog levende personen, bijvoorbeeld aan Rebbe Schneersohn, Moeder Teresa, Sai Baba, Hong Xiuquan en Wovoka, Paus Johannes Paulus II, Thomas Lee Osborn, Jan Zijlstra en Jomanda.

Motieven[bewerken]

In The Miracles of Jesus onderscheidt H. Van der Loos enerzijds wonderen die mensen betreffen - bijvoorbeeld de Blinde van Bethsaïda (Marcus 8:22-26) - en genezingen worden genoemd, en anderzijds wonderen waarin de natuur beheerst wordt - bijvoorbeeld als Jezus over het water loopt (Marcus 6:45-52). In de eerste categorie zijn er genezingen van een ziekte, uitdrijvingen (exorcismes) van boze geesten en opwekkingen van de doden. De Transfiguratie van Jezus (Verheerlijking op de Berg) is een wonder dat aan Jezus zelf voltrokken wordt en daarom hier niet behandeld wordt, evenmin als Jezus opstanding.[23]

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle wonderen van Jezus in de Evangeliën is dat hij zijn weldaden gratis verrichtte, anders dan sommige hogepriesters van zijn tijd.[24] In Matteüs 10:8 ried hij zijn discipelen aan om de zieken zonder betaling te genezen en stelde: "Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet."[24]

Vergelijking van de wonderen in de vier evangeliën[bewerken]

Christelijke schrijvers hebben door de eeuwen heen de wonderen die in de vier Evangeliën aan Jezus worden toegeschreven geanalyseerd. Vaak wordt aan elk wonder een bijzonder leerstuk verbonden dat overeenkomt met Jezus' boodschap.[25] Twee soera's van de Koran vermelden eveneens wonderen van Jezus, zij het zonder bijzonderheden of commentaar.[26] Het gaat om de soera 3:49 en 5:110, waar verteld wordt dat Isa, zoon van Marjam (Jezus, zoon van Maria) levende vogels van klei maakt, de blinde en melaatse geneest en de doden opwekt.[27] Vermoedelijk is dit verhaal ontleend aan het apocriefe kindheidsevangelie van Thomas.

Bovennatuurlijke gebeurtenissen als de annunciatie, voorafgaand aan Jezus' werkzame periode en gebeurtenissen na afloop van Jezus' opstanding, worden meestal niet tot de wonderen gerekend, evenmin als de toepassing van bovennatuurlijke kennis van de vrouw bij de bron (Johannes 4:4-26).[28][29][30]

Aantal[bewerken]

Het precieze aantal wonderen hangt ervan af hoe ze geteld worden. Bijvoorbeeld bij het wonder van het dochtertje van Jaïrus wordt zowel een vrouw genezen als een kind uit de dood opgewekt, maar de gebeurtenissen worden samen vermeld. De vermelding dat het kind 12 jaar oud was en de vrouw al 12 jaar ziek leidde tot verschillende interpretaties.

Niet altijd is het duidelijk of sommige wonderen dubbel vermeld worden, zoals bijvoorbeeld de genezing van de dienaar van de centurio. Mattheus 8:5-13 en Lucas 7:1-10 vermelden hoe Jezus op afstand de dienaar van een Romeinse centurio genas, terwijl Johannes 4:46-54 een soortgelijke gebeurtenis te Kafarnaüm noemt, waar het om de zoon van een hoveling gaat. Het enige wonder dat alle vier de evangeliën vermelden is de Spijziging van de vijfduizend (Matt. 14:13-21, Marcus 6:31-34, Lucas 9:10-17 en Joh. 6:5-15), omdat Johannes maar zeven wonderen vermeld waarvan er vijf alleen bij hem staan. De drie synoptische evangeliën (Matteüs, Marcus en Lucas) hebben 14 wonderen gemeen, Marcus en Lucas 15, Matteüs en Marcus 19, en Matteüs en Lucas 15. Johannes 20:30 vermeldt dat de genoemde wonderen maar een klein deel uitmaken van alle wonderen die Jezus verrichtte.

Tabel[bewerken]

De onderstaande tabel geeft de wonderen met hun benaming, type en plaats in het Nieuwe Testament en analogie/parallel buiten het Nieuwe Testament. Vele wonderen komen overeen of vertonen parallellen met wonderen van Elia en Elisa, die in het Oude Testament vermeld worden. De typen zijn als volgt afgekort:

  • G = genezing,
  • N = natuurbeheersing,
  • O = opwekking uit de dood en
  • U = uitdrijving van een boze geest.

De Evangeliën staan in de kolommen van de tabel bij benadering in historische volgorde: Marcus het eerst, Johannes het laatst, Mattheüs en Lucas die veel aan Marcus ontlenen in het midden. Jezus was als wonderdoener vooral een genezer: ongeveer de helft van de wonderen betreft een genezing.

Nummer Beschrijving Type Marcus Matteüs Lucas Johannes Analogie (Oude Testament of elders)
1 Uitdrijving in de synagoge te Kafarnaüm U Marcus 1:21-28 - Lucas 4:31-37 - schriftgeleerden: Jeremia 8:8-9; uitroep, Elia: 1 Koningen 17:18[31]
2 Genezing van de moeder van Petrus' vrouw G Marcus 1:29-31 Matt. 8:14-17 Lucas 4:38-41 - 1 Korinthiërs 9:5 impliceert dat Petrus getrouwd was
3 Genezing van zieken en uitdrijving van boze geesten bij zonsondergang U Marcus 1:32-34 Matt. 8:16-17 alleen uitdrijvingen Lucas 4:40-41 - -
4 Wonderbare visvangst N - - Lucas 5:1-11 - Vergelijk de andere wonderbare visvangst in Joh 21:1-14
5 Reiniging van een melaatse G Marcus 1:40-45 Matt. 8:1-4 Lucas 5:12-16 - 2 Koningen 5: Elisa geneest een melaatse
6 Genezing van een lamme te Kafarnaüm G Marcus 2:1-12 Matt. 9:1-8 Lucas 5:17-26 - 2 Koningen 1:2-17: Ahazia viel door traliewerk. Contrast: Elia geneest hem niet.[32]. Merk op dat genezen hier blijkbaar gelijk staat aan het vergeven van zonde.
7 Genezing van een man met een verschrompelde hand G Marcus 3:1-6 Matt. 12:9-13 Lucas 6:6-11 - "man Gods uit Juda te Bethel" en hand: 1 Koningen 13:4-6[33]
8 Bruiloft te Kana N - - - Joh 2:1-11 water in wijn veranderen: Dionysos
9 Genezing van de dienaar van de centurio G - Matt. 8:5-13 Lucas 7:1-10 Joh 4:46-54 -
10 Opwekking van een jongeman te Naïn O - - Lucas 7:11-17 - -
11 Uitdrijving bij de blinde en stomme man U (Marcus 3:20-30 niet expliciet) Matt. 12:22-28 Lucas 11:14-23 - Jesaja 35:5, bij Lucas man alleen stom
12 Storm bedaren N Marcus 4:35-41 Matt. 8:23-27 Lucas 8:22-25 - verhaal van Jona en de vis (Jona 2:1-10), ook in Psalm 107: 25-30
13 Uitdrijving van een boze geest bij de bezetene van Gerasa U Marcus 5:1-20 Matt. 8:28-34 Lucas 8:26-39 - Verband met Romeinse legioen Legio X Fretensis (banier met onder meer zwijn) dat Jeruzalem bezette in het jaar 70. Parallel met Flavius Josephus, die beschreef hoe een Joods leger van opstandelingen onder een Jezus in een meer gedreven werd.[34]. Bij Mattheus gaat het om twee bezetenen in het land der Gadarenen.
14 Opwekking van de dochter van Jaïrus O Marcus 5:21-23,35-43 Matt. 9:18-26 Lucas 8:40-56 - 2 Koningen 4:8-37: Elisa wekt zoon van vrouw op [35]
15 Genezing van een bloedende vrouw G Marcus 5:24-34 Matt. 9:20-22 Lucas 8:43-48 - -
16 Genezing van twee blinde mannen in Galilea G - Matt. 9:27-31 - - -
17 Uitdrijving bij een stomme U - Matt. 9:32-34 - - -
18 Genezing van een lamme te Bethesda G - - - Joh 5:1-18 -
19 Genezing van een zieke vrouw G - - Lucas 13:10-17 - -
20 Spijziging van de vijfduizend (vijf broden en twee vissen) N Marcus 6:30-44 Matt. 14:13-21 Lucas 9:10-17 Joh 6:5-15 Elisa: 2 Koningen 4:38-44; Psalm 78[36]. Locatie: volgens traditie Tabgha. Vergelijk de Spijziging van de vierduizend (zeven broden en enkele visjes) in Marcus 8:1-9. In Johannes en 2 Koningen 4 wordt het voedsel voorafgaand aan het wonder door een buitenstaander gebracht.
21 Jezus loopt op het water N Marcus 6:45-52 Matt. 14:22-33 - Joh 6:16-21 Jesaja 43:16; Job 9:8; Marcus 4:35-51[36]
22 Genezing te Gennesaret G Marcus 6:53-56 Matt. 14:34-36 - - -
23 Genezing van de dochter van de Kanaanitische (Marcus: Syro-Fenicische) vrouw G Marcus 7:24-30 Matt. 15:21-28 - - 2 Koningen 4:18-37[36]
24 Genezing van de doofstomme van Dekapolis G Marcus 7:31-37 - - - Jesaja 35:3-6 en 42:18-19[36]
25 Spijziging van de vierduizend (zeven broden en twee vissen) N Marcus 8:1-9 Matt. 15:32-39 - - Vergelijk Marcus 6:30-44 Spijziging van de vijfduizend. Discipelen worden in Marcus 8 (maar niet in Mattheus 15) berispt, dat ze de eerdere spijziging blijkbaar vergeten zijn, vergelijk de berisping door Moses in Deuteronomium 29:2-4.
26 Genezing van de blinde man te Betsaïda G Marcus 8:22-26 - - - Genezing gaat in twee stappen. Parallel met Marcus 7:31-37, genezing van een doofstomme.
27 Uitdrijving van een boze geest bij een jongen U Marcus 9:14-29 Matt. 17:14-21 Lucas 9:37-49 - Beschrijving wijst op epilepticus, maar Marcus laat Jezus een dove, stomme geest bestraffen en uitdrijven. Volgens Koester wordt hier een formule toegepast voor een doofstomme.[37][38]
28 Munt in de vissebek N - Matt. 17:24-27 - - Vergelijk sprookje het Vrouwtje van Stavoren en Herodotus: Ring van Polycrates
29 Genezing van een man met waterzucht G - - Lucas 14:1-6 - -
30 Genezing van tien melaatsen G - - Lucas 17:11-19 - -
31 Genezing van een blindgeborene G - - - Joh 9:1-12 -
32 Genezing van een blinde Bartimeüs bij Jericho G Marcus 10:46-52 Matt. 20:29-34 Lucas 18:35-43 - Bartimeus betekent "zoon van de armoede/onreinen" in het Aramees. Vergelijk met Jesaja 29:18, 35:5-6, 61:1; 2 Corinthiërs 4:4; Marcus 5:24-34 vrouw met bloeding (zelfde Griekse zinsnede); verband met Plato's Timaeus[39]. Bij Mattheus gaat het om twee blinden.
33 Opwekking van Lazarus O - - - Joh 11:1-44 -
34 Vervloeking van de vijgeboom N Marcus 11:12-14 Matt. 21:18-22 - - Allegorie (want biologisch onjuist: tegelijk met de bladeren zijn er ook vijgen), Tacitus: Annalen 13:58 over verdorren stichtingsvijgeboom in Rome)[40]
35 Genezing van het oor van een dienaar G - - Lucas 22:49-51 - -
36 Vangst van 153 vissen bij verschijning van Jezus N - - - Joh 21:1-14 Vergelijk de andere wonderbare visvangst in Lucas 5:1-11
Totalen Aantal wonderen 36 = 18G
9N
3O
6U
Marcus: 20;
2 uniek, 10G,
4N, 1O, 5U
Mattheüs: 22;
3 uniek, 10G,
6N, 1O, 5U
Lucas: 21;
6 uniek, 11G,
3N, 2O, 5U
Johannes: 8;
5 uniek, 3G,
4N, 1O, geen U

Wonderen vermeld buiten het Nieuwe Testament[bewerken]

Ook andere geschriften dan die opgenomen werden in het Nieuwe Testament vermelden wonderen van Jezus. Latere teksten uit de tweede eeuw, de zogenaamde Jeugdevangeliën, verhalen over wonderen die Jezus in zijn jeugd verricht zou hebben. Anders dan in de vier evangeliën, waar Jezus als wonderdoener vooral genas, gaat het in de Apocriefen meestal om beheersing van de natuur (type N) en opwekking uit de dood (O), terwijl uitdrijving van boze geesten (U) niet voorkomt.

Nummer Wonder Type Bron
1 Opwekking uit de dood van een rijke jongeling O Geheime Marcusevangelie 1
2 Water gezuiverd N Kindheidsevangelie van Thomas (KE) 2.2
3 Vogels van klei gemaakt en tot leven gewekt N KE Thomas 2.3
4 Dode speelkameraad Zeno uit de dood opgewekt O KE Thomas 9
5 Genezing van de voet van een houthakker G KE Thomas 10
6 Vervoerde water in zijn jas N KE Thomas 11
7 Oogst van 100 schepel koren uit een enkel zaadje N KE Thomas 12
8 Verlengde een plank die te kort was N KE Thomas 13
9 Opwekking uit de dood van een leraar die hij eerder doodde O KE Thomas 14-15
10 Genezing van de adderbeet van Jacobus G KE Thomas 16
11 Opwekking van een dood kind O KE Thomas 17
12 Opwekking van een dode man O KE Thomas 18
13 Wonderbaarlijke maagdelijke geboorte met een vroedvrouw als getuige N Proto-Evangelie van Jacobus 19-20
Totalen 2 G, 6 N, 5 O, 0 U

Afbeeldingen van wonderen[bewerken]

Genezingen[bewerken]

Uitdrijvingen[bewerken]

Opwekking van de doden[bewerken]

Beheersing van de natuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. John Clowes, The Miracles of Jesus Christ, J. Gleave, Manchester, UK, 1817, ook Google books
  2. H. Van der Loos, 1965 The Miracles of Jesus, E. J. Brill Press, Leyden, Netherlands, ook op Google books
  3. Johannes 2:1-11 water wordt wijn; 4;46-54 de zoon van de overste; 5:1-18 lamme bij het bad van Bethesda; 6:1-14 spijziging van de 5000; 6:16-21 Jezus gaande over het meer; 9:1-41 de genezing van een blindgeborene; 11:1-44 opwekking van Lazarus; Tenney, Merrill C., John the Gospel of Belief; Eerdmans 1948, 1976. Naast de zeven tekenen worden in hoofdstuk 20 de opstanding en in hoofdstuk 21 de wonderbare visvangst beschreven.
  4. Harris, Stephen L., Understanding the Bible, Palo Alto: Mayfield. 1985. "John" p. 302-310
  5. Marcus 8:11-12, Mattheus 16:1-4, 12:38-40, Lucas 11:29-30. Genoemd in: Funk, Robert W., Roy W. Hoover, en het Jesus Seminar. The five gospels. Harper, San Francisco, 1993. p. 72-73.
  6. Lucas 7:18-21. Robert W. Funk, Roy W. Hoover, and the Jesus Seminar. The five gospels. Harper, San Francisco. 1993. p. 301.
  7. "Binnen de Islam wordt geloof gehecht aan vele wonderen en opwekkingen uit de dood." Heribert Busse, 1998 Islam, Judaism, and Christianity, ISBN 1-55876-144-6 page 114
  8. Zie de Jezus (historisch-kritisch).
  9. Ehrman, Bart D., Jesus, Interrupted, HarperCollins, 2009. ISBN 0061173932
  10. Graham H. Twelftree, Jesus, the miracle worker: a historical & theological study ISBN 0-8308-1596-1 p. 19
  11. Gary R. Habermas, 1996 The historical Jesus: ancient evidence for the life of Christ ISBN 0-89900-732-5 page 60
  12. Funk, Robert W. and the Jesus Seminar: The acts of Jesus: the search for the authentic deeds of Jesus. HarperSanFrancisco. 1998. p. 566.
  13. Watson E. Mills, Roger Aubrey Bullard, Mercer dictionary of the Bible, Mercer University Press, 1991, p. 61
  14. David Flusser, The Sage from Galilee; Eerdmans 1997, 2007, bladzijde 97.
  15. Elia ging driemaal op een dode zoon liggen en bad tot God, waarna de zoon uit de dood herrees in 1 Koningen 17:17-24. Elisa wekte de zoon op van de Sunamitische vrouw door tweemaal op hem te gaan liggen en zijn mond op diens mond te leggen (2 Koningen 4:32-37). Een dode herrees die in het graf van Elisa werd op diens botten geworpen (2 Koningen 13:21).
  16. Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 11-12.
  17. Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 37-38
  18. Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 50-53
  19. Everett Ferguson, Michael P. McHugh, Frederick W. Norris, Encyclopedia of early Christianity, Volume 1, p. 804
  20. Justinus de Martelaar: Eerste Apologie, hoofdstuk 22, zie CCel.org: vertaling door Richardson
  21. Lucianus van Samosata: Φιλοψευδής Φιλοψευδής ἢ Ἀπιστῶν (Philopseudes sive Incredulus, Leugenminnaar), 16
  22. Commentaar bij Marcus 1:34 door Michael Turton
  23. Karl Barth Church dogmatics ISBN 0-567-05089-0 page 478
  24. a b Craig Blomberg en David Wenham: The Miracles of Jesus, 1986 ISBN 1-85075-009-2 p. 197
  25. Craig A. Evans, 2001 Jesus and his contemporaries ISBN 0-391-04118-5 pages 6-7
  26. George W. Braswell, What you need to know about Islam & Muslims, 2000. blz. 112. ISBN 0-8054-1829-6
  27. De Koran, vertaling door J.H. Kramers, Agon Elsevier, Amsterdam Brussel, 1965, tweede druk
  28. Warren W. Wiersbe 1995 Classic Sermons on the Miracles of Jesus ISBN 0-8254-3999-X
  29. John Clowes, 1817, The Miracles of Jesus Christ J. Gleave, Manchester, UK
  30. H. Van der Loos, 1965 The Miracles of Jesus, E. J. Brill Press, Netherlands
  31. Michael Turtons commentaar op Marcus
  32. Commentaar Michael Turton
  33. Michael Turtons commentaar op Marcus 3:1-6
  34. Turton over Marcus 5:1-20
  35. Commentaar Michael Turton
  36. a b c d Michael Turtons commentaar op Marcus
  37. Michael Turtons commentaar op Marcus 9:14-29
  38. Koester, Helmut: Ancient Christian Gospels, Harrisburg, PA: Trinity Press International, 1990. p 280 en Introduction to the New Testament: History and Literature of Early Christianity, Vol 2 (2nd edition). Berlin: Walter de Gruyter, 2000, p 173
  39. Michael Turtons commentaar
  40. Michael Turtons commentaar op Marcus 11:12-14

Engelstalige literatuur[bewerken]

  • Clowes, John, 1817, The Miracles of Jesus Christ, J. Gleave, Manchester, UK
  • Funk, Robert W. and the Jesus Seminar, 1998 The Acts of Jesus: The Search for the Authentic Deeds of Jesus. Polebridge Press, San Francisco. ISBN 0-06-062978-9
  • Kilgallen, John J., 1989 A Brief Commentary on the Gospel of Mark, Paulist Press, ISBN 0-8091-3059-9
  • Lockyer, Herbert, 1988 All the Miracles of the Bible ISBN 0-310-28101-6
  • Maguire, Robert, 1863 The Miracles of Christ, Weeks and Co. London
  • Miller, Robert J. Editor, 1994 The Complete Gospels, Polebridge Press, ISBN 0-06-065587-9
  • Rageh Omaar 2003 The Miracles of Jesus Documentaire van de BBC
  • Chenevix Trench, Richard Notes on the miracles of our Lord, London : John W. Parker, 1846
  • Van der Loos, H., 1965 The Miracles of Jesus, E.J. Brill Press, Netherlands