Wuxia-film

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wuxia-film
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 武侠片
Vereenvoudigd 武俠片
Hanyu pinyin wǔxiápiàn
Standaardkantonees Mǒow Hap P'ǐen

In de Chinese filmgeschiedenis zijn er twee grote soorten martial-arts films, te weten Wuxiapian en Kung Fu. Kung Fu is inmiddels wereldwijd bekend, en is voortgekomen uit Hongkong-Kantonese verhalen gebaseerd op de legendes van beroemde martial arts kampioenen als Wong Fei-Hung. WuxiaPian bestaat daarentegen al sinds de 9e eeuw als populair verhalengenre in geschreven vorm. Om WuxiaPian te leren kennen, behandelt dit artikel de oorsprong van dit genre, de veranderingen door de jaren heen en de blijvende populariteit ervan in de diverse media.

Definitie[bewerken]

Wuxiapian als verhalengenre kent zijn oorsprong in de Chinese mythologie en de meer mystieke kant van de martial arts. De rode draad van een Wuxia-verhaal is meestal iets in de richting van een grote held die gevolgd wordt op zijn pad van gerechtigheid en evenwicht in een mythische wereld, waar machtige vijandelijke clans en slechteriken vechten om absolute overheersing van deze wereld. Bijna standaard elementen in deze verhalen zijn zwaardgevechten, vliegen, magie, wapens met speciale, vaak magische eigenschappen en ingewikkelde en uitgebreide vallen in vijandelijke forten, grotten of kastelen. In de kranten van de 19e eeuw waren langlopende wuxia-verhalen zeer populair. Het was dan ook in deze periode dat Chinese operagezelschappen deze verhalen begonnen op te voeren, waarbij de acteurs acrobatische toeren uithaalden op het podium.

De begintijd[bewerken]

De Chinese filmindustrie begon in Shanghai in 1917 en filmmakers verdienden veel geld met verfilmingen van populaire Wuxia-verhalen. In de eerste jaren werden er stomme films gemaakt waarin schilderachtige helden met bovenmenselijke krachten mythologische wezens bevochten. De eerste speciale effecten, zoals geanimeerde wezens en energieballen, werden gerealiseerd door deze direct op de film te tekenen. Burning of the Red Lotus Monastery (1928) wordt gezien als de eerste grote Wuxia-productie. The Swordswoman of Huangjiang (1930) is één van de oudste bewaard gebleven voorbeelden binnen het Wuxia-genre waarin door vrouwen sterke rollen werden neergezet.

In 1949 kregen de communisten de macht in China. Veel filmmakers verhuisden naar Hongkong en Taiwan waar nog steeds veel Kung Fu- en Wuxia-films gemaakt worden. Sterke magische en fantasie-elementen domineerden de Wuxia-films van de jaren '50 en begin jaren '60. Dit was de tijd dat filmmakers begonnen met het uitproberen en ontwikkelen van technieken om supermensen geloofwaardiger over te laten komen. Het wirework, het gebruik van dunne kabels en harnassen om de acteurs aan op te hijsen, werd bedacht, uitgewerkt en geperfectioneerd. Andere trucs waren het gebruik van trampolines, het achteruit filmen van een scene en het aanpassen van de snelheid waarmee de film opgenomen werd.

Hoogtepunten der wuxia-films[bewerken]

Halverwege de jaren '60 ontstond er een nieuwe vorm van wuxia-films, beïnvloed door Japanse samurai-actie uit Jidai Geki (dramaseries). De Japanse filmproductie was steeds geavanceerder geworden en populaire films zoals The Tale of Zatoichi (1962) begonnen een steeds realistischer en bloediger zwaardspel te vertonen. In Hongkong reageerden filmmakers hierop door het zwaardspel in Wuxia dichter bij de realiteit te brengen: de acteurs die wuxia-helden speelden hadden hun kennis en vaardigheid ontwikkeld door jaren ervaring en training. Deze vakkundigheid vertoonde weinig of geen magische elementen, alleen een zeer grote technische bekwaamheid. Het grote verschil tussen Japanse en Hongkongse martial arts-films droeg bij aan de immense populariteit van vrouwelijke sterren in Hongkong, die daardoor vaak hoofdrollen toebedeeld kregen. Cheng Pei-pei, die een ster werd door haar verschijning in Come Drink With Me (1966) en na 44 jaar een comeback maakte met Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000), wordt beschouwd als één van de grote martial arts-actrices van die tijd.

Temple of the Red Lotus (1965) en The Jade Bow (1966) zijn kenmerkende overgangsfilms van deze periode, die goed het veranderende gezicht van Wuxia laten zien door zowel oude als moderne elementen van Wuxia te combineren. Het was King Hu's Come Drink With Me met zijn oogstrelende choreografie en vormgeving die de trend zette voor de nieuwe generatie Wuxia-films.

De Shaw Brothers kregen door hun hoge budgetten, uitgebreide filmsets, door grote Japanse meesters geïnspireerde filmografie en steeds uitgebreidere martial arts-actie een vooraanstaande plaats in het Wuxia-genre. Dit alles onder leiding van de topmensen van de studio: Chang Cheh and Chor Yuen. Chang bracht overmatig bloedvergieten en de mannelijke held naar de voorgrond met klassiekers als One-Armed Swordsman (1967) en Have Swordsman, Will Travel (1969). Met de komst van het Kung Fu-filmgenre en de opkomst van superster Bruce Lee begin jaren '70 paste Chang zijn eigen Wuxia-stijl aan. Chor Yuen daarentegen bleef trouw aan de Wuxia-traditie en werd een synoniem voor de cineastische aanpassingen van populaire Wuxia-verhalen aan deze nieuwe tijd, verhalen geschreven door mensen als Gu Long. Deze verhalen waren vaak complex en bevatte een grote groep acteurs met ongebruikelijke karakters en wapens. Na het uitkomen van een uitzonderlijke mengeling van films vond Chor zijn persoonlijke Wuxia-stijl met de film The Magic Blade (1976). Zijn daaropvolgende Wuxia-films onderscheidden zich steeds meer van de Japanse invloed en kreeg een steeds duidelijker Shaw Brothers-huisstijl met uitgebreide, maar wel artistieke sets en hoofdrollen van Wuxia-sterren als Ti Lung, Yueh Hua en Derek Yee. Chor Yuens Wuxia-films zouden dominerend zijn voor het genre tot halverwege de jaren '80, toen Shaw Brothers stopte met het maken van films.

Wederopstanding der wuxia-film[bewerken]

De volgende grote mijlpaal in het Wuxia-genre was begin jaren ’80, toen een nieuwe generatie filmmakers, geschoold in zowel Japanse als Hollywood-cinema, de nieuwe vaandeldragers werden voor de Hongkongse New Wave. Tsui Hark werd gezien als de duidelijke aanvoerder, door zijn regie van The Butterfly Murders (1979), een Wuxia-thriller en Zu Warriors of the Magic Mountain (1983), een pure Wuxia-fantasy-film. De enige andere filmmaker die een vergelijkbare impact zou hebben op de nieuwe opleving van het Wuxia-genre was Tony Ching Siu-Tung. Hij regisseerde Duel to the Death (1983), een film die duidelijk was beïnvloed door de Japanse cinema. Het bevatte dynamisch wirework, dat de standaard zou worden in zowel Wuxia- als Kung Fufilms tot in de jaren ’90. Chang Cheh's protegé John Woo is het best bekend om zijn bullet ballet films met Chow Yun-Fat, maar hij maakte met Last Hurrah for Chivalry (1978) ook een bijzonder indrukwekkende film in het Wuxia-genre. Er waren nog een aantal gewaardeerde Wuxia-filmmakers in deze periode, zoals Tony Liu Jun-guk, Johnny To en Patrick Tam. De laatste regisseerde The Sword, een realistische Wuxia-film met uitgebreide cineastische effecten.

Tsui Harks A Chinese Ghost Story (1987) wordt over het algemeen gezien als het begin van Hongkongs terugkeer naar wire-enhanced martial arts. (na de moderne actie en comedy films van begin jaren '80.) Wirework was helemaal in en actieregisseurs als Yuen Woo-Ping, Ching Siu-tung, Corey Yuen Kwai en Stephen Tung Wai werden gezien als de nieuwe elite in de filmwereld van martial arts. Hedendaagse wuxia-films zoeken de grenzen van speciale effecten en wire-enhanced actie-choreografie terwijl ze tevens met horror- en fantasy-elementen experimenteren in films als The Bride with White Hair (1993) and Butterfly Sword (1993).

Na het grote succes van Swordsman (1990) werden Wuxia-elementen gecombineerd met Kung Fu: een nieuwe stijl, genaamd Wire Fu, was geboren. Grote voorbeelden van deze stroming zijn Once Upon a Time in China (1991) en Iron Monkey (1993). Tijdens dit alles bleef Tsui Hark de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het Wuxia-genre. Hij produceerde Swordsman II (1991) en een aantal Wuxia-remakes, zoals New Dragon Gate Inn (1992), Burning Paradise (1994) en The Blade (1995). Deze laatste film was een remake van Chang Cheh's One-Armed Swordsman. Een paar andere filmmakers onderscheidden zich in dit nieuwe Wuxia tijdperk. Onder andere Wong Kar-Wai, die met Sammo Hung als choreograaf Ashes of Time (1994) regisseerde. Sammo Hung was ook choreograaf voor een aantal andere Wuxia-films en regisseerde zelfs zijn eigen film, Blade of Fury (1993).

Bekende wuxia-films[bewerken]