Xavier Montsalvatge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Xavier Montsalvatge (Gerona, 11 maart 1912 - Barcelona, 7 mei 2002) was een Spaanse componist en muziekcriticus en een van de sleutelfiguren van de Spaanse muziek van de tweede helft van de 20e eeuw.

Biografie[bewerken]

Montsalvatge studeerde viool en compositie aan het conservatorium in Barcelona. In 1934 won hij er de Rabell prijs voor zijn impromptu's voor piano. Later gaf hij zelf les aan het conservatorium (vanaf 1970) en vanaf 1978 doceerde hij daar compositieleer. Montsalvatge was een leerling van Lluís Maria Millet, Enrique Morera, Jaume Pahissa en Eduard Toldrá. Na de Spaanse Burgeroorlog begon hij als muziekcriticus te schrijven voor het tijdschrift Destino (1942) waarvan hij tot 1975 directeur was, en ook voor de krant La Vanguardia (vanaf 1962).

Stijl[bewerken]

Zijn stijl valt in verschillende perioden onder te verdelen. In het begin werd hij sterk beïnvloed door het twaalftoonstelsel (zie ook: Arnold Schönberg) en de muziek van Richard Wagner, die de Catalaanse muziekscene in die tijd beheersten en die zich uitte in zijn Sinfonía mediterránea uit 1949. Daarop volgde een periode waarin hij zich liet inspireren door de muziek uit de Antillen: zijn composities Cinco canciones negras uit 1945 en Cuarteto indiano uit 1952 zijn hier voorbeelden van. Later onderhield hij contacten met de Franse componist Olivier Messiaen en met Georges Auric, die zijn stijl op een cruciale manier veranderden. Zijn werk werd al snel door de vrije politonaliteit gekarakteriseerd, zoals in Partida uit 1958. De laatste periode van zijn werk werd beïnvloed door de avant-garde.

Werken[bewerken]

De werken van Montsalvatge omvatten praktisch alle genres, van opera, zoals El gato con botas en Una voz en off tot kamermuziek (Cuarteto indiano). Daartussen orkestwerken zoals Desintegración morfológica de la Chacona de Bach, Laberinto o Sinfonía de réquiem en de Sinfonía Mediterránea (1949), waarvoor hij een prijs van de muziekhogeschool kreeg. Zijn internationale beroemdheid dankte hij voornamelijk aan Cinco canciones negras voor sopraan en orkest, waarin hij rhytmes en thema's van de muziek van de Antillen verwerkte, in het bijzonder in Canción de cuna para dormir un negrito. Hij schreef ook filmmuziek en kreeg in 1987 een nominatie voor de Goya voor de muziek van de film Dragón Rapide.

Andere werken:

  • Sonatina voor Ivette (1962)
  • Babel (1967)
  • Homenaje a Manolo Hugué (1971)
  • Serenata a Lydia de Cadaqués (1971)
  • Reflexions-obertura (1975)
  • Concert capriccio (1975) voor harp en orkest
  • Fantasía (1985) voor harp en gitaar
  • Babel 46 (eerste opvoering 2002)


Portal.svg Portaal Klassieke muziek