Xyleem
Xyleem (niet te verwarren met xyleen) is een plantenweefsel bestaande uit vaten en komt voor in vaatplanten. Xyleem zorgt voor het transport van water en daarin opgeloste stoffen vanaf de wortels naar de bladeren. De tegenpool van xyleem is floëem, dat het transport van assimilaten vanuit de bladeren of opslagweefsels naar de andere plantendelen verzorgt.
Men maakt onderscheid in
- primair xyleem, dat in het topmeristeem of het wortelmeristeem wordt aangelegd, tegelijk met begeleidend floëem. Dit gebeurt typisch in de vorm van vaatbundels, maar in de wortels ligt het primair xyleem en floëem niet in een vaatbundel, maar in een ander patroon, verschillend voor een- en tweezaadlobbigen (plus gymnospermen).
Meristeem is afkomstig van het Griekse woord merizein (μερίζειν), wat delen betekent, hiermede wordt de essentiële functie van deze groep cellen aangegeven.
- secundair xyleem, oftewel "hout", dat door het cambium wordt gevormd: dit is de bekendste vorm van xyleem. Het woord xyleem komt van het Griekse woord 'xylon' (ξύλον, xúlon), dat hout betekent. Het cambium vormt naar binnen toe secundair xyleem en naar buiten toe secundair floëem. Het secundair xyleem in de wortels zal slechts in de details verschillen van dat in de bovengrondse delen.
Het eigenlijke watertransport gebeurt door gespecialiseerde cellen, waarvan de levende inhoud geheel verdwenen is. Er is een onderscheid te maken tussen tracheïden en houtvaten.
In het secundair xyleem van naaldbomen (naaldhout) wordt het watertransport geheel verzorgd door tracheïden; deze maken het grootste deel uit van het secundair xyleem en zorgen ook voor de stevigheid van het hout. De tracheïden in naaldhout hebben een sterk verdikte wand, zijn 1–5 mm lang en hebben een spits toelopende boven- en onderkant. Naaldhout bestaat naast tracheïden ook uit parenchym.
Het secundair xyleem van loofbomen (loofhout) is complexer van bouw dan dat van naaldbomen. Het bevat (bijna altijd) houtvaten, die zeer wisselend van lengte kunnen zijn. Een houtvat kan in eikenhout tot 6 m lang worden. Houtvaten bestaan uit meerdere cellen die onderling verbonden zijn door openingen over (vrijwel) de volledige diameter van de cel.
Een houtvat is een reeks boven elkaar liggende cellen, waarvan de tussenschotten (septa) geheel of ten dele doorboord zijn. Bij de levende cellen wordt de doorboring (perforatie) van het tussenschot ingeleid door de vorming van een grote, vlakke perforatiestippel, waarvan het sluitvlies ten slotte wordt opgelost. De nog levende protoplasten zorgen voor het oplossen van het sluitvlies en het afwerken van de vaatwand, waarna ze afsterven en verdwijnen.
Het watertransport in het xyleem gebeurt door de worteldruk, adhesie- en cohesiekrachten, en door een 'vacuüm' dat ontstaat door verdamping in de bladeren.
- Externe links
- Microscopische foto van xyleem, gekleurd
- Verspreid liggende vaatbundels bij een eenzaadlobbige
- Vaatbundel van eenzaadlobbige
- In een ring geranschikte vaatbundels bij een tweezaadlobbige
- Vaatbundel van tweezaadlobbige
- Gesloten ring van floëem en xyleem
- Dwarsdoorsnede wortel eenzaadlobbige
- Dwarsdoorsnede wortel tweezaadlobbige
- Secundair xyleem van een den (naaldhout)
- Secundair xyleem van een eik (loofhout)