York Bowen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Edwin York Bowen (Crouch Hill (Londen), 22 februari 1884Londen, 11 november 1961) was een Brits muzikale duizendpoot. Naast componist en pianist was hij ook dirigent, organist, violist en hoornist. Bowen is net als een aantal andere componisten van begin de 20e eeuw een componist die tussen wal en schip is geraakt. Te modern voor de "oude generatie" en te behoudend voor de "nieuwe". Veel van zijn werken zijn daarom nooit uitgegeven of zelfs uitgevoerd. Pas in de late jaren 80 en 90 van de 20e eeuw vindt er een kleine revival plaats.

Levensloop[bewerken]

York Bowen was de jongste zoon van een van de eigenaren van het bekende whiskeymerk Bowen and Mckechnie. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij van zijn moeder. Al snel viel zijn talent op en mocht hij muzieklessen volgen aan het North Metropolitan College of Music; daarna volgde hij nog lessen aan hert Blackheath Conservatorium bij Alfred Izard.

In 1898 kreeg Bowen een beurs voor de Royal Academy of Music en bleef daar zeven jaar. Hij kreeg daar les van Frederick Corder (compositie) en Tobias Matthay (piano). Al tijdens zijn studie sleepte hij diverse prijzen in de wacht. In 1907 kreeg hij een baan aan het RAM en was 2 jaar later professor.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog speelde Bowen bij de Scots Guard Regimental Band, maar moest door longontsteking opgeven en terugkeren naar zijn vaderland. Hij bleef zich vanaf die tijd bezighouden en bemoeien met de muziek, voornamelijk op het gebied van lesgeven, hetgeen hij tot zijn dood zou doen. Tegelijkertijd bleef hij ook componeren (hij componeerde een 160-tal werken).

Privé[bewerken]

In 1912 trouwde hij met Sylvia Dalton, een dochter van een dominee uit Somerset, tevens zangeres. In 1913 werd hun zoon Philip geboren.

Muzikale carrière[bewerken]

In het begin kreeg hij veel waardering, zowel op het gebied van compositie als pianospel. Vaak gaf hij premieres van zijn eigen werk. Hij werd als pianist vaak geprezen vanwege een formidabele techniek, hetgeen ook is terug te vinden in zijn eigen pianoconcerten, die een naast een laat-romantische stijl, schitteren door “watervallen” van noten. Zijn eerste pianoconcert viel in de smaak bij Camille Saint-Saëns. In zijn latere muziekleven promootte met name Adrian Boult veel van zijn werken. Zijn lievelingsinstrument naast de piano was de altviool. Hij componeerde niet alleen nieuwe 20e-eeuws repertoire voor het instrument, ook verwerkte hij soli voor dat instrument in zijn andere werken. Daarnaast gaf hij samen met altviolist Lionel Tertis concerten. Ook speelde hij vaak samen pianoduetten met Harry Isaacs, een collega professor aan het RAM.
Veel van zijn composities waren opgedragen aan beroemde musici uit die dagen.

Als pianist gaf hij behalve premieres van eigen werk ook premieres van (destijds) hedendaagse componisten, zoals het Sinfonia Concertante voor Orkest en Piano van William Walton.

Tot slot publiceerde Bowen nog een aantal werken van andere componisten zoals de pianowerken van Mozart en produceerde uitgaven van werken van Chopin (1948-1950) .

Compositie[bewerken]

Zijn composities vallen in de romantische stijl en hij is daarin evenknie van b.v. Sergej Rachmaninov, Edward Grieg en Tsjaikovski. Zijn stijl was nauwelijks onderhevig aan de veranderingen in de Klassieke muziek uit de 20e eeuw, reden waarom er steeds minder aandacht was voor zijn werk als componist. In 1929 bij zijn uitvoering van zijn 4e pianoconcert vond men hem te ouderwets klinken en viel eigenlijk het doek.

Inmiddels is er een York Bowen Society, die de werken van deze “vergeten” componist probeert te promoten en daarin deels slaagt. Ook de uitgave van een boek over zijn muzikale leven helpt daarbij (Monica Watson: York Bowen: A Centenary Tribute uit 1984). Met echter zoveel nieuwe stromingen binnen de klassieke muziek van zowel 20e als 21e eeuw gaat het langzaam. Ook de teruglopende verkopen van klassieke muziek zijn debet aan een haast onmogelijke terugkeer van deze muziek. Zo af en toe komt er toch wel wat uit, aangezien het bekende repertoire nu wel genoeg is opgenomen en met op zoek is naar “nieuwe” nog onbekende muziek van einde 19e eeuw en begin 20e eeuw.

Composities (selectie)[bewerken]

Orkest[bewerken]

Kamermuziek[bewerken]

  • Sonate voor altviool en piano nr. 1 (Op. 18)
  • Sonate voor altviool en piano nr. 2 (Op. 22)
  • Sonate voor viool en piano (Op. 112)
  • Sonate voor cello en piano (Op. 64)
  • Rapsodie trio voor viool, cello en piano (Op. 80)
  • Sonate voor klarinet en piano (Op. 109)
  • Sonate voor hobo en piano (Op. 85)
  • Sonate voor dwarsfluit en piano (Op. 120)
  • Sonate voor blokfluit en piano (Op. 121)
  • Sonate voor hoorn en piano (Op. 101)
  • Rhapsodie voor altviool en piano (Op. 149)
  • Fantasie, kwartet voor vier altviolen (Op. 41)
  • Suite in D mineur voor viool en piano (Op. 28)

Solo Piano[bewerken]

  • Silhouette (Op. 2)
  • Quatre Piéces (Op. 3)
  • Romance nr. 1 (Op. 35)
  • Romance nr. 2 (Op. 45)
  • Twaalf Studies (Op.46)
  • Sonate nr. 5 in F mineur (Op. 72)
  • Capriccio (Op. 77)
  • Nocturne (Op. 78)
  • Drie Preludes (Op. 81)
  • Berceuse (Op. 83)
  • Rêviere (Op.86)
  • Twelve East Impromptus (Op. 99)
  • Twenty Four Preludes (Op.102)
  • Toccata (Op. 155)
  • Partita (Op. 156)

Bibliografie[bewerken]

Onderstaand een aantal titels van biografieën:

  • Beecham, Gwilym, ‘Music of York Bowen (1884-1961): A Preliminary Catalogue’, Musical Opinion, 107 (1984), 313-315
  • Gray-Fisk, Clinton, ‘Pen Portrait: York Bowen’, Musical Times, 98/1378 (1957), 664-665
  • Watson, Monica, York Bowen: A Centenary Tribute (London, Thames, 1984)

Externe link[bewerken]