Yoshida Shoin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Shoin Yoshida.jpg

Yoshida Shoin (吉田 松陰, Yoshida Shōin ; Matsumoto, 20 september 1830 - Edo, 21 november 1859) was een Japans diplomaat.

“Hij kende niets van woede” zoals een voorgaande student van hem zei. “Hij was vriendelijk tegen anderen en had een zeer beleefde manier van spreken.”

Yoshida Shoin was fysisch teer, zachtaardig en een meester van zelfbeheersing waarvan de wilskracht geen grenzen kende. Hij was een begerig iemand die zichzelf slaap ontkende en gekend stond als een persoon die in het sneeuw ging staan om zich zo wakker te houden voor zijn studies. Op 5-jarige leeftijd begon Shoin de militaire tactieken te bestuderen. Op 8-jarige leeftijd studeerde hij de Confuciaanse filosofie van Meng-tzu en ging hij naar het college van het Choshu-domein. Nog geen jaar later gaf hij les op dat college. Toen Shoin 10 jaar was, kreeg hij erkenning van de Heer van Choshu voor zijn militaire kennis. Op 15-jarige leeftijd werd hij zich bewust van het gevaarlijke gebeuren dat zich buiten de wereld van het heilige Yamato Keizerrijk afspeelde. In 1848, 5 jaar voor de aankomst van Matthew Perry, gaf hij advies aan de Heer van Choshu om zich voor te bereiden op buitenlandse aanvallen. In 1851, op 21-jarige leeftijd, accompagneerde Shoin de Heer van Choshu naar de hoofdstad van de Shogun gelegen te Edo. Hier studeerde hij voor Sakuma Shozan; de meeste erkende wetenschapper in Westerse militaire kennis van Japan.

Shoin bevond zich in Edo toen Matthew Perry arriveerde in 1853. Perry leidde een squadron van zware oorlogsschepen in de haven van Edo waar hij een einde eiste aan de isolatie van Japan. Shoin leerde van zijn leraar de zinloosheid kennen van het uitdagen van de moderne Westerse militaire krachten met oude Japanse vechtkunsten. Hij nam de gedachten van zijn leraar over in het aforisme “Ken uw vijand” om zo controle te krijgen over de barbaren door barbaarse technologie. Maar in plaats van ijdel te blijven bestempelde het Tokugawa-shogunaat de toekomst van de Japanse natie door in te gaan op de eisen van Perry. Shoin plande met de hulp van zijn leraar drastische maatregelen.

Eerste Amerikaanse Consulaat en handelsovereenkomst[bewerken]

In de zomer van 1856 vestigde de Amerikaanse gezant Townsend Harris het eerste Amerikaanse consulaat in Japan bij een Boeddhistische tempel in Shimoda, om het eerste commerciële verdrag van Japan te bespreken. Het protocol eiste dat het Shogunaat pas een verdrag kon ondertekenen na het ontvangen van toestemming van het Keizerlijk hof in Kioto. Aangezien een commercieel verdrag met de Verenigde Staten materialiseerde, groeide de oppositie onder de verdedigers van het “Verdrijven van de Barbaren”, die zich nu rond het hof van Kioto verzamelden. Deze xenofoben noemden zichzelf Keizerlijke loyalisten. Japan werd verdeeld in twee facties. Loyalisten beweerden dat de Shogun slechts een keizeragent was, die aan het begin van de 17de eeuw Japan moest beschermen tegen de invasie van buitenlanders. Zij beweerden ook dat alle politieke gezag bij de Keizer rustte en dat Tokugawa zijn regel enkel kon vervaardigen door de vreemdelingen te verdrijven. Aangezien de Shogun zich niet meer aan deze plicht kon vervullen, debatteerden ze dat de Keizer en zijn Hof aan bevoegdheid hersteld moest worden om de natie te redden. Dientengevolge ontwikkelde de nationale overheid zich tot een tweevoudig structuur: terwijl het Shogunaat in Edo bleef beslissen, onderging het Keizerlijk Hof een politieke renaissance in hun oude hoofdstad in Kioto.

Shoins plannen en daden[bewerken]

Brief aan Perry[bewerken]

Shoin bereidde een brief aan Perry voor, die hij met een medesamoerai van Choshu, in het donker van de nacht leverde aan een Amerikaanse landofficier. Perry beschreef het incident als volgende:

“Zij werden waargenomen als mensen van één of andere positie of rang. Elk van hen droeg twee zwaarden en waren gekleed in brede maar korte broeken gemaakt uit zijde. Hun manier van doen toonde de hoofse verbetering aan van de betere klasse, maar zij stelden de verlegenheid van mensen tentoon die klaarblijkelijk niet volkomen bij hun gemak waren. Ze verscholen zich zeer verheimelijk om zich zo te verzekeren dat niemand van hun landgenoten in de buurt was om hun werkzaamheden waar te nemen. Ze naderden één van de ambtenaren en beweerden zijn horloge-ketting te bewonderen waarbij ze dan een gevouwen papier lieten binnenglijden in zijn overjas.”

Het “gevouwen papier” was geschreven in het Mandarijn Chinees met enige elegantie en werd vertaald door de tolk van Perry. Het bevatte een bescheiden maar dringende toon:

“Twee geleerden uit Yedo, Japan, leggen deze brief voor aan de ambtenaren van de hogere inspectie.Onze verworvenheden zijn luttel en nietsbetekenend aangezien wij zelf klein en onbelangrijk zijn waardoor we in vrees voor u komen; Wij zijn noch bekwaam in het gebruik van wapens, noch zijn we bekwaam aan verhandeling op de regels van strategie en militaire acties.Wij verlangen al voor vele jaren om over de 5 grote continenten te gaan, maar de wetten van ons land zijn op alle maritieme punten zeer strikt.Het is verboden voor vreemdelingen het land te betreden en is het verboden voor inwoners om het land te verlaten.

…We zenden u nu in het geheim dit privé-verzoek dat u ons aan boord zal laten van uw schepen aangezien zij overzees uitgaan.”

Hoewel Perry nooit de naam noch de identiteit van Yoshida Shoin zou kennen, was hij onder de indruk geraakt door de gewaagde poging van deze idealistische jongeman om de “zonderlinge code van de Japanse wet” te tarten. Tijdens de volgende nacht rond 2 uur in de ochtend, werd een ambtenaar die nachtdienst had op de Mississippi, gewekt door een stem die langs de boot kwam. Aan de kant van het schip waren enkele Japanners die een ladder hadden opgezet en met expressieve gebaren wensten ze om toegelaten te worden op het schip.

“Zij schenen zeer enthousiast te zijn om toegelaten te worden en toonden een zeer duidelijke houding om niet terug te keren naar de kust”

Geweigerd door Perry, werden de twee samoerai waargenomen door de Japanse overheid en in een kooi gegooid. Niettemin slaagden ze erin om een bericht af te lossen aan de Amerikanen. Een opmerkelijk specimen van filosofische berusting. Het bericht begint:

“Wanneer een held niet slaagt in zijn doel, dan worden zijn handelingen beschouwd net zoals die van een schurk en een rover. In het openbaar zijn we aangehouden, gebonden en gekooid geweest voor vele dagen. Daarom, omhoogkijkend, terwijl wij niets hebben om ons iets te verwijten, is het nu aan de held om zichzelf te bewijzen of hij er inderdaad één is."

Shoin’s heldhaftigheden zouden spoedig overduidelijk worden maar eerst werd hij naar de gevangenis gestuurd in Edo waarna hij zou terugkeren als een gevangene van Hagi.

Sho-ka-Son-Juku[bewerken]

Toen de Edo-autoriteiten petitierechten ondergingen om Kioto het commerciële verdrag te doen sanctioneren, werden zij geweigerd. In april 1858 werd Li Naosuke benoemd tot Regent van Tokugawa, wat hem hoofd maakte van de Shogunraad en van de militaire overheid. In juni realiseerde Li een commercieel verdrag met de Verenigde Staten zonder een keizerlijke sanctie waardoor een pandemonium volgde. Na een jaar besteed te hebben in de gevangenis, werd Shoin onder huisarrest geplaatst. In november 1857 vestigde hij zijn progressieve Sho-Ka-Son-Juku – dorpsschool en legde hiermee zijn plaats in de Japanse geschiedenis vast.

Aangezien steeds meer samoerai de gelofte deden om de “verraders” te doden die het land voor de “Barbaren had geopend”, predikte Yoshida Shoin zijn Keizerlijk loyalisme voor aan jonge mensen van de lagere maatschappij van Choshu bij zijn academie in Hagi. Hij beweerde dat de Keizer soeverein van Japan was. Hij opende de ogen van zijn leerlingen voor de gevaarlijke situatie van de buitenwereld. Niettemin steunde Shoin de Tokugawa regel en keurde de opening van het land goed om de natie te verrijken en sterke militairen te ontwikkelen. Hij bepleitte een unie tussen Kioto en Edo om Japan tegen de bedreiging van buitenlandse onderwerpingen te beschermen. Deze ideeën heeft hij ingedruppeld in de gedachtes van zijn jonge leerlingen. Hij was nog maar 27 jaar en kende een groot succes want zijn leerlingen waren toekomstige leiders van de Meiji-restauratie.

Shoins verandering van politieke houding[bewerken]

Toen Shoin het nieuws hoorde over Li’s blasfemie veranderde hij compleet zijn politieke houding. Hij werd de meest radicale ijveraar, die de Keizer aanbad en het “Verdrijven van de Barbaren” predikte. Hij zou deelnemen in een plot onder extremisten van andere clans om hem te vermoorden. Maar eerst was hij van plan om in november 1858 een Tokugawalid van het kabinetsraad te vermoorden. Deze was niet succesvol naar Kioto verzonden, onder leiding van Li, om een Keizerlijke sanctie te verkrijgen voor het commercieel verdrag.

Shoins plannen werden nooit gerealiseerd omdat de Choshu autoriteiten bepaalde dat zijn radicalisme het welzijn van hun daimyo bedreigde. In december werd Shoin opnieuw gevangengenomen in Hagi maar hij zou zijn idealen niet opgeven.

“Het spijt me dit te zeggen.” schreef hij naar een vriend, “maar ik heb geen nut voor het Keizerlijk Hof, het Shogunaat of onze clan. Het enige waar ik behoefte aan heb is mijn eigen povere lichaam.”

Als noch Edo, Kioto of Choshu de aangewezen maatregelen zouden treffen, dan zou dit archetype van Japanse revolutionairen het doen. De revolutie die hij voor ogen had zou voltooid worden door de samenwerking van lagergeschikte samoerai en koopvaardijklasse. De notie was ongerijmd in 1858 maar misschien wel meer profetisch dan Shoin zich had voorgesteld.

De dood van Shoin[bewerken]

Shoin zou niet meer leven om de revolutie te zien openen. In mei ontving Choshu richtlijnen van het Shogunaat om zijn meest gevaarlijke opstandeling naar Edo te sturen. Shoin bereikte Edo in juni en werd gevangengenomen in juli. Hij werd ondervraagd door de autoriteiten die verbaasd waren van zijn bekentenissen. Vastberaden om de autoriteiten op het juiste spoor te plaatsen, drukte Shoin niet alleen zijn minachting voor de dictatuur van regent Li uit en zijn afschaffing van loyalisten, maar onthulde hij ook zijn moordplannen.

Hoewel de bekentenissen van Shoin zijn lot hadden bezegeld, verwachtte hij niet te sterven. Hij had het te druk met het plannen van de revolutie. Zijn moordplannen zijn nooit gerealiseerd geweest en zijn bekentenissen waren vrijwillig.

“Ik weet niet wat mijn straf zal zijn, maar ik denk niet dat het een executie wordt” schreef hij naar zijn familie in Juli.

Het was pas tot midden oktober dat hij realiseerde dat zijn einde eraan zou komen toen drie van zijn kameraden geëxecuteerd werden. Op 15 oktober schreef hij een afscheidsgedicht en twee dagen later werd Shoin geïnformeerd over zijn doodsvonnis. Hij werd naar een open binnenplaats gebracht naast de gevangenis die leidde naar het schavot. Met een perfecte houding knielde hij boven op een stromat. Om het bloed van de executie te absorberen, was er een rechthoekig gat gegraven in de donkere, zwarte aarde. Langs hem stond de executienaar Yamada Asaemon van wie zijn lange en korte zwaarden door de sjerp van zijn linkerheup staken. Asaemon, die duizenden onthoofdingen had gedaan in zijn illustere carrière, was zwaar onder de indruk van Shoin.

“Yoshida Shoin stierf een echte nobele dood.” zou hij aan zijn zoontje vertellen.

Shoin maakte rustig zijn kleren los en vroeg om een kleine zakdoek om zijn neus te snuiten. Hierna citeerde hij zijn afscheidsgedicht:

“ De liefde van de ouders overschrijdt iemands liefde voor zijn ouders. Hoe zullen zij de tijding van vandaag nemen?”

De executienaar trok nu zijn lange zwaard, en met één schone slag scheidde hij het hoofd van het archetype van Japanse revolutionairen.

Bibliografie[bewerken]

  • Herfstuitgave 2002 – Tokyo Journal
  • Cultuur/Literatuur Cursus

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties