Yvonne Serruys

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Yvonne Serruys (Menen, 26 maart 1873 - 1 mei 1953) was een Belgisch kunstenares.

Biografie[bewerken]

Yvonne Serruys was het oudste kind van Edmond Serruys (1843-1917) en Marie Valcke (1846-1941). Na haar geboorte kreeg ze het gezelschap van twee broers en twee zussen. Het gezin was welstellend, Franssprekend en katholiek. Haar vader, Edmond, werkte als boekhouder in een textielfabriek te Halluin en daarna werd hij directeur van de spinnerij “Syx et Serruys” te Tourcoing. Haar moeder, Marie was bijzonder muzikaal begaafd.

Tijdens haar humaniora in het Lyceum O.L.V. Ter Engelen van de Zusters van Liefde te Kortrijk, die toen een klooster was, ook wel “Het Fort” genaamd, toonde Yvonne interesse voor muziek, tekenen en schilderen. Ze kreeg les van Emile Claus (1849-1924). Op zijn aanraden trok ze vervolgens naar Brussel voor een opleiding bij de schilder Georges Lemmen (1865-1916). Rond 1894 keerde ze terug naar haar eerste leraar, Emile Claus.

Aanvankelijk schilderde Yvonne Serruys neo-impressionistische doeken. Op 27 maart 1897 vertrok ze naar Parijs voor haar expositie op het Salon van de ‘Société Nationale des Beaux-Arts’. Het volgende jaar vond haar eerste individuele tentoonstelling plaats in de ‘Galerie Barbazanges’ te Parijs. Bijna alle schilderijen werden verkocht, een vijftal beeldjes trokken de aandacht van kunstcriticus François Thiébault-Sisson. Dit was de aanzet voor Yvonne Serruys om zich op de beeldhouwkunst te werpen. Haar beslissing viel niet in de smaak van haar familie. Vrouwelijke beeldbouwers waren een zeldzame verschijning in België. Beeldhouwen vereiste een grote fysieke kracht en bereidheid om vuil te worden. Beroep doen op naaktmodellen was toen het meest aanstootgevend. Vrouwelijke kunstenaars die naar mannelijk naaktmodel werkten, mochten pas aan het eind van de 19de eeuw in Parijs. Opnieuw diende ze lessen te volgen.

Yvonne Serruys ging in de leer bij de beeldhouwer Egide Rombaux (1865-1942) te Brussel. Rombaux stond bekend als een uitstekend vakman. Zij hechtte veel belang aan het ‘technisch kunnen’. Daarom reisde ze door Griekenland en Italië om kunstwerken uit de antieke oudheid en Italiaanse renaissance te bestuderen. Rombaux zetelde in 1904 in de aannemingsjury, sectie beeldhouwkunst, van de Driejaarlijkse Tentoonstelling in Antwerpen. Connecties onderling tussen kunstenaars en met invloedrijke personen waren bepalend om in het kunstcircuit te worden opgenomen.

Na haar opleiding vestigde ze zich definitief te Parijs evenals haar broer Daniël Serruys. Zij vertoefde in de elitaire intellectuele milieus. In Parijs ontmoette ze Pierre Mille (1864-1941), een gerenommeerd Frans koloniaal schrijver, diplomaat en journalist. Op 18 april 1909 huwde Yvonne met hem te Menen in de St.-Franciscuskerk. Het echtpaar Mille-Serruys bleef kinderloos. Beiden bouwden een drukke carrière uit. Door dit huwelijk breidde haar kennissenkring aanzienlijk uit. Later verhuisde het koppel naar een appartement gelegen op het Île Saint-Louis in Parijs met zicht op de Seine. Omwille van haar huwelijk met Pierre en haar verblijf te Parijs werd zij als een ‘Française’ beschouwd. ‘Parijs’ en ‘Kunst’ golden als synoniemen in het begin van de 20ste eeuw. Kunstenaars overal ter wereld trokken naar Parijs voor een opleiding en hun succes te wagen. En veel van die kunstenaars verbleven op het Île Saint-Louis.

Op 2 augustus 1914 verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk. De Franse regering week uit naar Bordeaux. Daniël Serruys, haar broer, maakte deel uit van het oorlogsministerie van Buitenlandse Zaken. Yvonne Serruys en haar echtgenoot verbleven geruime tijd in Bordeaux. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het leven in Parijs volledig gedesorganiseerd. Haar situatie was toen niet problematisch.

Haar ‘Oorlogsmonument’ werd in 1921 in Menen ingehuldigd. Het echtpaar organiseerde op zaterdagen bijeenkomsten in hun salon, net als voor de oorlog. Je kon er discussiëren over politiek, kunst en literatuur of voordragen en musiceren. Het was een traditionele Franse instelling die een grote rol speelde in het sociale leven van de hogere kringen. De schrijvers Anatole France, Philippe Berthelot, Paul Claudel en Anna de Noailles (1876-1933); de kunstenaars Antoine Bourdelle, Emile Claus, Jenny Montigny, Anna De Weert en Auguste Rodin (1840-1917); danseres Isadora Duncan (1877-1927); de dokters Voronoff en Martial; historicus Seignobos; de socialistische politici Emile Vandervelde, Léon Blum en Edouard Herriot; zangeres Povla Frisch; enz. Heel wat portretopdrachten ontstonden in deze kring van notabelen.

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het overlijden van Pierre kwam een eind aan de bijeenkomsten op zaterdagen.

Tot het einde van haar leven in 1953 huurde Yvonne een appartement en een atelier in Parijs. Dit viel haar echter financieel zwaar. Toch kon ze zich dit permitteren. Zij en haar man waren nooit eigenaar van een pand en hebben altijd gehuurd. Wel hadden ze ooit een buitenverblijf “L’Ortille”, nabij Compiègne, Frankrijk. Het is met zekerheid geweten dat ze voor haar sculpturen werd betaald, maar slechts sporadisch zijn prijzen gekend. De Franse frank kende een sterke devaluatie en er diende met materiële goederen spaarzamer te worden omgesprongen. Het rijkelijk leven van de ‘Belle Epoque’ was voorbij.

Onder meer door de hogere kost van het duurzamer materiaal is het beelhouwersberoep veel duurder dan de schilderkunst. Hierdoor was een beeldhouwer afhankelijk van private opdrachten en publieke commissies om rond te komen. Yvonne Serruys maakte daarom veel publieke monumenten, portretten en ontwerpen voor glaspasta-voorwerpen. Yvonne Serruys exposeerde op progressief ingestelde tentoonstellingen. Haar kunst werd toen niet als traditioneel en conventioneel aanzien. Ze behoorde tot een dynamische groep beeldhouwers die actief aan het tentoonstellingswezen deelnamen. Haar kunst was niet revolutionair maar vernieuwend volgens de toenmalige critici. Yvonne Serruys stierf op 1 mei 1953.

Modellen[bewerken]

Yvonne Serruys werkte steeds naar levend model tot op het einde van haar carrière. Dit vormde het grootste obstakel om door haar familie als beeldhouwster te worden geaccepteerd. Voor haar portretsculpturen liet ze het model verschillende keren naar haar atelier komen tot het beeld was voltooid. Yvonne Serruys werkte alleen aan het beeld als het model aanwezig was. Want ze streefde naar een zo gelijkend mogelijk portret. Enkel bij overleden personen werkte ze op basis van foto’s. Tijdens de poseersessies converseerde ze met het model.

Van de poses van haar model maakte ze eerst tekeningen en schetsen. Deze fungeerden als eerste stap in de voorbereidingen van een beeld. Tekenvaardigheid moest worden bewezen voor de toelating van beeldhouwers en architecten, namelijk door demonstratie.

Yvonne Serruys modelleerde in klei, was of terracotta. Dan werd een plaasteren afgietsel gemaakt die vervolgens in een duurzaam materiaal zoals brons of steen werd omgezet. De meeste beelden belandden in privécollecties. De plaasteren modellen legateerde ze, bij testament, aan haar geboortestad Menen. Ook in marmer en andere steensoorten heeft de kunstenares werken gemaakt. Yvonne was dan ook een mentaal fysisch sterke en vitale vrouw. Voor de bronzen beelden deed ze beroep op gespecialiseerde bronsgieterijen. Het gebeurde vaak dat gieterijen sculpturen reproduceerden met een commercieel doel, namelijk burgerwoningen decoreren.

Leerlingen[bewerken]

Yvonne Serruys heeft enkele leerlingen gehad. Het waren grotendeels vrouwen. Toch te vermelden is Alfred Wallecan (1894-1960). Hij werd eveneens in Menen geboren. Tijdens WOI werd hij onderofficier en was Yvonne Serruys zijn ‘oorlogsmeter’. Na de oorlog voltooide hij zijn artistieke opleiding te Brussel om daarna opnieuw te werken in het atelier van Yvonne te Parijs.

Werken[bewerken]

La Tentation/Instigation (De Verleiding), 1926, voortuin Muziekacademie, Menen
  • Buste van Jeanne-Marie Legendre (1879-1965), echtgenote van Daniël Serruys, 1900, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel, België.
  • Springende Vis, 1906, Kunstmuseum Düsseldorf, Duitsland.
  • Faun met kinderen (La Leçon d’Histoire), 1910, Place Louis Blanc, Parijs, Frankrijk.
  • Familiegroep, 1918, Stadsmuseum ‘t Schippershof, Menen, België.
  • Oorlogsmonument van Menen, 1921, Vander Merschplein, Menen, België.
  • Monument voor Emile Claus, 1925, Citadelpark, Gent.
  • La Tentation/Instigation (De Verleiding), 1926, voortuin Muziekacademie, Menen, België.
  • Monument voor Albert Samain, 1928, Jardin Vauban, Lille, Frankrijk.
  • Annamiet, 1928, Musée des Années Trente, Parijs, Frankrijk.
  • Badinage, 1931, Stadsmuseum ’t Schippershof, Menen, België.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • VANRAES - VAN CAMP, N., Yvonne Serruys, Menen Verraes, 1987.
  • Marjan Sterckx, *Yvonne Serruys (1873-1953). Belgische beeldhouwster in Parijs*. Menen: Verraes - Stadsmuseum 't Schippershof, 2003.