Zapovednik Bajkalski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baikal reservate.jpg
Baikal reservate -2.jpg

Zapovednik Bajkalski (Russisch: Байкальский заповедник) is een zapovednik (strikt natuurreservaat) aan de zuidoostkust van het Baikalmeer in de districten Dzjidinski, Selenginski en Kabanski van de Russische autonome republiek Boerjatië. De volledige naam is Staats-natuur-biosfeerzapovednik Bajkalski (Байкальский государственный природный биосферный заповедник). Het bestuur bevindt zich in de plaats Tanchoj. In 2001 werd dit kantoor en het erbij gelegen museum volledig door brand verwoest. De zapovednik heeft een oppervlakte van 1.657,24 km². Rondom de zapovednik bevindt zich sinds 1976 een bufferzonde die in breedte varieert van 0,5 tot 4 kilometer (totaal 347,88 km²).

Het reservaat omvat het centrale deel van het bergmassief Chamar-Daban en haar noordelijke uitlopers. De waterscheiding van de Chamar-Daban verdeeld het reservaat in een groot noordelijk deel en een klein zuidelijk deel.

In de zapovednik komen ruim 840 soorten vaatplanten voor. 70% van het gebied bestaat uit bosgebieden. Verder zijn er ook gebieden met onder andere gebergtevegetatie en bossteppe.

Direct ten noorden van de zapovednik, langs de oever van het Baikalmeer, lopen de Trans-Siberische spoorlijn en de hoofdweg tussen Irkoetsk en Oelan-Oede.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste plannen voor een natuurreservaat ten zuiden van het Baikalmeer ontstonden in de jaren '50. De zapovednik werd opgericht op 26 september 1969 door de Russische SFSR nadat het bestuur van de Boerjatische ASSR op 31 december 1968 al een positief besluit hierover had genomen. Het reservaat werd opgezet als tweede van een serie van natuurgebieden rond het Baikalmeer in reactie opmerkingen van wetenschappers dat het Baikalgebied nog altijd niet goed was onderzocht. Het belangrijkste onderdeel van de zapovednik is een redelijk ongeschonden bos met Siberische ceders. Oorspronkelijk waren er plannen om de zapovednik een oppervlakte te geven van 2500 tot 3000 km², maar de Sovjet-Unie, de bosbouw en het staatsbestuur voor planning waren hierop tegen, zodat het tegen 1973 uit 1.692,69 km² bestond. Dat jaar werd het echter nog wat ingekrompen na druk van de lokale bevolking die zijn vee er niet meer kon laten lopen, geen hooi meer kon halen en geen bessen meer kon plukken (een volksbezigheid in Rusland). Omdat de zapovednik eigenlijk rond de Chamar-Daban was opgezet werden er plannen gemaakt om de naam van het reservaat naar 'Chamar-Dabanski' te veranderen, maar dit werd uiteindelijk losgelaten, mede omdat politiek gezien de naam 'Bajkalski' handiger was om het reservaat te beschermen tegen andere belangen. Pogingen van wetenschappers om middels een uitgebreid rapport de sovjetautoriteiten ervan te overtuigen dat ook de zuidelijke uitlopers van de Chamar-Daban en een gebied ten zuiden beter konden worden opgenomen in de zapovednik, liepen stuk op de bureaucratie.

Momenteel wordt onderzocht wat de effecten zijn van de industrie van Zuid-Siberië op de bossen. In 1975 werd de zapovednik omwege van de aanwezigheid van de Senegadelta opgenomen als wetland van internationale betekenis (in het kader van de Ramsar-conventie). Sinds 1985 staat ook de Zakaznik Kabanski onder jurisdictie van de zapovednik. In 1996 werd het park tot onderdeel gemaakt van het werelderfgoedmonument Baikalmeer.

Externe link[bewerken]