Zeepokken
| Zeepokken | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Orde | |||||||||||||||||
| Sessilia Lamarck, 1818 |
|||||||||||||||||
| Zeepokken op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Zeepokken (Sessilia) zoals de gewone zeepok (Semibalanus balanoides) is een orde van kreeftachtigen. Ze lijken op eerste gezicht niet op krabben of garnalen, maar behoren evenwel tot de rankpootkreeften (Cirripedia). Hij zet zich vast op verscheidene oppervlaktes: op hout, op stenen, op schelpen en zelfs op de huid van walvissen en het schild van zeeschildpadden.
De behuizing is vaak wit en steenhard. De vorm kan kegelvormig zijn maar in dichtbegroeide populaties kunnen ze tot hoge zuilen uitgroeien. Ze bestaan uit een huisje van zes kalkplaatjes, met een dekseltje dat uit twee kalkplaatjes is gevormd. De larven van zeepokken hebben nog geen schelp en zwemmen vrij rond. Sommige zeepokken leven volledig ingebed in hun gastheer, zoals in de binnenrand van de schelp van de wulk (Buccinum undatum), vooral als die bewoond is door zijn secundaire bewoner: de gewone heremietkreeft (Pagurus bernhardus).
Inhoud |
Leefgebied[bewerken]
De zeepok leeft op verscheidene plaatsen, maar komt vooral voor in getijdegebieden. Ze kan voorkomen bij golfbrekers, waar ze zich bv. op de schelp van mosselen kunnen vastzetten, tot de arctische zeeën waar ze op bultruggen voorkomen.
Voeding[bewerken]
De zeepok hoeft nooit voedsel te zoeken. Het enige wat hij hoeft te doen is 'zijn huisje' te openen. Ze openen zich alleen onder water, dan strekken ze zes paar lange poten, de rankpoten, naar buiten. Door heen en weer te bewegen wervelen ze water en voedseldeeltjes naar zich toe. Het voedsel van de zeepok bestaat voornamelijk uit plankton. Als er meerdere zeepokken bij elkaar zitten, gaat dat plankton vangen efficiënter, omdat al die wapperende poten een waterstroom op gang brengen.
Ontwikkeling[bewerken]
Als nauplius-larven zwemmen zeepokken nog vrij in het water rond. Het daaropvolgende stadium, de cypris-larve, bouwt een kalkachtig omhulsel, dat doet denken aan dat van een mossel. Hij hecht zich vervolgens op een ondergrond, bijvoorbeeld een steen, vast. De kalkschaal wordt steeds harder. De stevige, afsluitbare kleppen omhullen het dier aan de zijde die naar het water is toegekeerd.
Voortplanting[bewerken]
De fallus van een zeepok wordt in de paartijd zo lang, tot 20 maal de lengte van het dier zelf, dat naastgelegen dieren bevrucht kunnen worden. Zeepokken zijn tweeslachtig.
Taxonomie[bewerken]
De volgende taxa zijn bij de orde ingedeeld:[1]
- Onderorde Brachylepadomorpha Withers, 1923
- Familie Neobrachylepadidae Newman & Yamaguchi, 1995
- Onderorde Verrucomorpha Pilsbry, 1916
- Familie Neoverrucidae Newman, 1989
- Familie Verrucidae Darwin, 1854
- Onderorde Balanomorpha Pilsbry, 1916
- Superfamilie Chionelasmatoidea Buckeridge, 1983
- Familie Chionelasmatidae Buckeridge, 1983
- Superfamilie Pachylasmatoidea Utinomi, 1968
- Familie Pachylasmatidae Utinomi, 1968
- Superfamilie Chthamaloidea Darwin, 1854
- Familie Catophragmidae Utinomi, 1968
- Familie Chthamalidae Darwin, 1854
- Superfamilie Coronuloidea Leach, 1817
- Familie Chelonibiidae Pilsbry, 1916
- Familie Coronulidae Leach, 1817
- Familie Platylepadidae Newman & Ross, 1976
- Superfamilie Tetraclitoidea Gruvel, 1903
- Familie Austrobalanidae Newman & Ross, 1976
- Familie Bathylasmatidae Newman & Ross, 1971
- Familie Tetraclitidae Gruvel, 1903
- Superfamilie Balanoidea Leach, 1817
- Familie Archaeobalanidae Newman & Ross, 1976
- Familie Balanidae Leach, 1817
- Familie Pyrgomatidae Gray, 1825
- Superfamilie Chionelasmatoidea Buckeridge, 1983
Bronnen, noten en/of referenties
|