Zeeslag bij Nieuwpoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Slag bij de Gabbard, 12 juni 1653 door Heerman Witmont, toont het Nederlandse vlaggenschip Brederode, rechts, in gevecht met het Britse schip Resolution, de tijdelijke naam tijdens de Commonwealth van de HMS Prince Royal.

De Zeeslag bij Nieuwpoort vond plaats op 12-13 juni 1653, en wordt vaak ook de Slag van de Gabbardbank of de Slag bij Noord Voorland genoemd. In het Engels heet hij de Battle of the Gabbard. De latere Tweedaagse Zeeslag wordt overigens ook wel eens de Slag bij Noord Voorland genoemd. Verwarring kan ook ontstaan met de beroemde Slag bij Nieuwpoort uit 1600 die echter door legers op het land werd geleverd.

Hij vond plaats tijden de Eerste Nederlands-Engelse Oorlog, vlak bij de Gabbard-zandbank tussen vloten van de Britse Commonwealth en de Verenigde Provinciën. De slag eindigde in één van de zwaarste maritieme nederlagen uit de Nederlandse geschiedenis.

Aanleiding[bewerken]

Na de nederlaag in de Driedaagse Zeeslag waren de Nederlanders uit het Kanaal verdreven. De Noordzee moest koste wat kost opengehouden worden en daarvoor was het nodig de Engelse vloot weer uit te dagen, ondanks het feit dat die, zoals in de vorige slag was gebleken, de linietactiek was gaan toepassen waardoor het voor de meest lichtere Nederlandse schepen onbegonnen werk was geworden de Engelsen te verslaan. In een linie kon een verdedigende formatie haar vuurkracht optimaal benutten en concentreren op de aanvaller, die, indien hij in vuurkracht zwakker was, slechts mocht hopen de vijand te kunnen bereiken voor een entering, waarvan de afloop op zich ook al ongewis was. Aangezien alle betrokken Nederlanders terdege beseften dat de slag weinig meer was dan een veredelde zelfmoordactie, was het moreel erg laag.

Verloop[bewerken]

De Engelse vloot bestond uit een tachtigtal schepen onder het bevel van de "generaals-ter-zee" Richard Deane en George Monck op de Resolution (centrumeskader van de Rode Vlag) en admiraals John Lawson op de George (voorhoede-eskader van de Blauwe Vlag) en William Penn (achterhoede-eskader van de Witte Vlag). De Nederlanders hadden 98 schepen en zes branders: ze waren verdeeld in vijf eskaders onder leiding van bevelhebber luitenant-admiraal Maarten Tromp, viceadmiraal Witte de With, viceadmiraal Johan Evertsen, waarnemend viceadmiraal Pieter Florisse en commandeur Michiel Adriaanszoon de Ruyter. De conditie van de Nederlandse vloot was slecht. Veel schepen waren door aangroeisels slecht bezeild en de schade uit de vorige slag was nogal eens gerepareerd door vernageling: men had beschadigde beplanking en spanten niet vervangen met nieuwe delen maar de oude gewoon weer in verband gespijkerd.

Op 12 juni viel Tromp rond elf uur aan. De Engelsen ontplooiden echter zoals gevreesd een linie en de aanval werd afgeslagen. Het lukte Tromp om met zijn eskader en dat van De Ruyter de Engelse voorhoede te omvatten, maar Lawson werd door Monck en Penn te hulp geschoten en ontzet. Tromps vlaggenschip de Brederode enterde de James, William Penns schip, maar de enterploeg werd teruggedreven zodat op haar beurt de Brederode geënterd werd. Tromp moest zijn eigen bovendek opblazen om van de Britten verlost te raken. De Nederlandse schepen raakten zwaar beschadigd — daarbij was er één gezonken en een tweede plots de lucht ingegaan — en waren vrijwel door hun kruit heen, maar Tromp besloot het desalniettemin de volgende dag opnieuw te proberen, in een wanhopige poging de Engelsen zo veel schade toe te brengen dat men van een blokkade van de Nederlandse kust zou moeten afzien. Dit liep zeer slecht af. Vlak voor men de Engelse linie zou bereiken, viel de wind stil. De Nederlandse schepen bleven in een optimaal bereik voor de Engelse kanonnen liggen en werden zowat aan diggelen geschoten. Toen de wind weer opstak, verbraken de Engelsen hun verdedigende formatie om zich op de Nederlanders te storten, ondertussen versterkt door het eskader van generaal-ter-zee Robert Blake met achttien schepen. De vloot van de Republiek sloeg op de vlucht. Tromp werd aangevallen door een dozijn vijanden. Ternauwernood wisten De With en De Ruyter hem te ontzetten. Van een gecoördineerd gevecht was er echter geen sprake meer. De meest beschadigde schepen vielen in handen van de Engelsen en de rest probeerde het vege lijf te redden door zijn heil te zoeken in het traditionele toevluchtsoord: de Vlaamse zandbanken.

Resultaat[bewerken]

Toen de slag voorbij was had de Nederlandse vloot in totaal zeventien schepen verloren, waarvan zes gezonken waren en elf buitgemaakt werden. Alleen in de Slag bij Lowestoft zou dit aantal geëvenaard worden. Daaronder gingen drie branders verloren, die soms niet meegeteld worden omdat het in de bedoeling lag ze te verbruiken. De Engelse verliezen waren licht. Generaal Richard Deane werd gedood tijdens het allereerste vuurcontact, zodat Monck het commando over hun eskader moest overnemen. Omdat de vloot grotendeels op de vlucht geslagen was, werd een groot aantal kapiteins voor de krijgsraad gebracht, daaronder ook enkelen met een bevelspositie, zoals Jacob Cleydeyck, de oom van de latere admiraal Philips van Almonde. De meest dringende gevallen waren al door Tromp op 18 juni ter zee veroordeeld: luitenant de Jager en kapiteins Pascaert en Naeuoogh moesten met kluisters rond de nek aanhoren dat ze werden gedemoveerd en voorgoed oneervol ontslagen en hun wedde moesten terugbetalen, terwijl De With ze toevoegde dat ze van geluk mochten spreken: zelf had hij ze meteen gehangen.

Na de slag blokkeerden de Engelsen enige tijd de Nederlandse havens waarbij ze flinke schade toebrachten aan de Hollandse scheepvaart en economie. De vloten zouden het weer tegen elkaar opnemen tijdens de Slag bij Ter Heijde.

Scheepslijst[bewerken]

Een probleem bij het vaststellen van welke Nederlandse schepen deelnamen is dat in de eerste helft van de 17e eeuw vaak alleen lijsten van kapiteins werden gegeven. Lastig is ook dat vaak particuliere oorlogsbodems, zogenaamde directieschepen, meededen. Van de volgende schepen is bekend dat ze meededen:

Brederode (54 kanonnen) Admiraliteit Rotterdam luitenant-admiraal Maarten Tromp
Vreede (44) Amsterdam commandeur Gideon de Wildt
Prinses Louise (36) R schout-bij-nacht Abel Roelants (Vader Abel)
Vrijheid (46) A viceadmiraal Witte de With, Abraham van der Hulst vlaggenkapitein
Fazant (32) A commandeur Jan Jansz Lapper
Prins te Paard (38) R waarnemend schout-bij-nacht Jacob Cleydyck
Leeuwin (30) Zeeland viceadmiraal Johan Evertsen, vlaggenkapitein Claes Janszoon
Wapen van Zeeland (30) Z commandeur Cornelis Evertsen de Oude
Amsterdam (30) Z waarnemend schout-bij-nacht Adriaan Kempen
Wapen van Monnickendam (36) Noorderkwartier waarnemend viceadmiraal Pieter Florisse
Groningen (40) A commandeur Gillis Tijssen Campen
David en Goliad (34) Amsterdam-directieschip waarnemend schout-bij-nacht Claes Bastiaensz Jaersveld
Witte Lam (40) Vlissingen-directieschip commandeur Michiel Adriaanszoon de Ruyter
Neptunis (28) Z schout-bij-nacht Adriaan Jansz den Gloeyenden Oven — gezonken
Gekroonde Liefde (36) Z ; waarnemend schout-bij-nacht Markus Hartman


Brak (18) A kapitein Jan Admiraal
Prins Willem (28) A Jan Jansz Boermans
Bommel (30) A Pieter van Brakel
Kameel (28) Friesland Joost Bulter — gezonken
Gekroonde Liefde (23) Z Dingeman Cats
Westergo (28) F Tijmen Claeszoon — genomen
Postpaert (28) F Isaak Codde
Catarina (28) A-D Jan Jacobsz Coppe — genomen
Groningen (28) Harlingen-directieschip Andries Douweszoon
Vergulde Zon (28) Edam-directieschip Jacob Claesz Duym — genomen
Vergulde Meerman (30) E-D Jan Fredericksz Hoeckboot
Eendragt (24) Z Andries Fortuijn
Winthont (18) A Dirk Pietersz Heertjes
Kasteel van Medemblick (30) NK Adriaan Houttuijn
Gideon van Saardam (34) A-D luitenant-commandeur Ulrich de Jaeger
Sint Vincent (28) Friesland-directieschip Adriaan Gerritsz Kleijntien
Leiden (28) A Hendick Kroeger
Sint Matheeus (36) A-D Cornelis Laurenszoon — genomen
Sint Matheus (34) A-D Cornelis Naeuoogh
Halve Maen (32) Monnickendam-directieschip Hendrick Pieterszoon — genomen
Leeuwarden (36) A Govert Reael
Rooseboom (28) A-D luitenant-commandeur Bartholomeus Rietbeeck — genomen
Hoop (30) A Boëtius Schaeff: gesneuveld
Dolphijn (32) A Gerbrand Schatter
Stad Medemblick (30) NK Pieter Schellinger — genomen
Elias (34) A-D Frans Fransz Sluyter — genomen
Prinses Aemilia (28) A Jan Fransz Smit, luitenant-commandeur voor Jan ter Stegen — gezonken
Vergulde Pelicaen (28) A-D Barend Tijmensz Soudaen — genomen
Omlandia (30) A Jacob Troucquois
Gelderland (28) A Cornelis van Velsen — opgeblazen
Graaf Willem (40) A Jan Gideonsz Verburch — gezonken
Walvisch (30) A-D Abraham Verleth
Swarte Bul (36) Kamer Middelburg-VOC Willem Volckertszoon
David en Goliath (42) Kamer Rotterdam-VOC Jan Adriaansz van de Werff
Gerechtigheid (36) Kamer Amsterdam-VOC Evert Pietersz Swart
Campen (42) A Willem van der Zaen
Gloeyenden Oven brander Z — genomen

Graaf Willem F Jan Coenders
Overijssel (22) R Dirk Vijgh
Utrecht (22) R
Profeet Samuel Reynst Cornelisz Sevenhuysen