Zeezout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeezout gewonnen op het eiland Maio in Kaapverdië.

Zeezout wordt gewonnen door zeewater in te dampen en wordt gebruikt als een ingrediënt in de keuken en sommige cosmetische producten.

In het zeewater bevinden zich diverse zouten in opgeloste toestand. Eén liter zeewater bevat ongeveer 35 gram zouten:

Door deze samenstelling heeft zeezout een andere smaak dan keukenzout dat voornamelijk uit natriumchloride bestaat.

Zeezout wordt door sommigen beschouwd als een gezonder alternatief voor keukenzout.

In verschillende landen waaronder China en India was zeezout de enige bron voor zout. De verkoop van zeezout was een grote bron van inkomsten voor de regering. Rond 110 v.Chr. werd in China door de toenmalige heerser Wu van Han het monopolie op de zouthandel opgeëist. Illegale handel werd bestraft met de doodstraf.

In 1930 stelde het Britse bestuur van India een belasting in op zout. Dit leidde tot de beroemde zoutmars van 12 maart tot 5 april die werd aangevoerd door Mahatma Gandhi. Demonstratief liepen ze liever naar de zee om eigen zout te winnen dan dat ze belasting betaalden over het zout.

De winning van zeezout[bewerken]

Om zeezout uit de zee te halen worden lage muurtjes langs de zee gebouwd. Achter de muurtjes liggen grote vierkante kuilen (bekkens of zoutpannen). De Romeinen hebben als eerste zoutpannen aangelegd. Langzaam stroomt het zeewater van het ene bekken naar het andere waarbij door verdamping van het water de concentratie van het zout in het water stijgt. Als de oplossing verzadigd is, ontstaat een zoutneerslag en kan het worden verzameld. Hierna wordt het zout schoongemaakt.

Verschillende gebieden in de wereld produceren speciaal zeezout, voorbeelden hier van zijn: Bretagne, Bonaire, Portugal, Ierland, Denemarken, Wales, Bali en Cape Cod. Zeezout uit Hawaï kan een roodbruine tot zwarte kleur hebben, veroorzaakt onder meer door de ijzerhoudende vulkanische grond waarop het wordt gewonnen.