Zelfcensuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij zelfcensuur leggen media of individuen of groepen zichzelf beperkingen op, bijvoorbeeld om de gevoelens van hun toehoorders te ontzien, moeilijkheden met de overheid te voorkomen of om de illusie van unanimiteit in een groep in stand houden.

Enkele praktijkvoorbeelden van zelfcensuur:

  • Persdiensten die van het ontvangen filmmateriaal uit oorlogsgebieden niet de gruwelijkste gebruiken in hun televisie-uitzendingen.
  • Een geluidssignaal in een radio- of televisieuitzending wanneer een onvertogen woord valt (in de jaren 90 in Nederland afgeschaft).
  • Een internet-zoekrobot die bepaalde pagina's niet doorgeeft: zo censureren google.fr en google.de de website van Stormfront; google.nl en google.be doen dat niet.
  • Media die informatieverstrekking beperken, over bijvoorbeeld het Nederlandse Koninklijk Huis. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij de Greet Hofmans-affaire.
  • Politieke partijen of groepen waarbij de leden geen afwijkende meningen meer hebben waardoor de partij/groep niet naar bruikbare alternatieven zoekt, geen externe deskundigheid raadpleegt en selectief is met het vergaren van informatie.
  • De Amerikaanse schrijver Stephen King liet zijn eigen boek Razernij uit de handel halen, omdat hij bang was dat het een slechte invloed op reeds labiele personen zou hebben.[1]) Het boek beschijft een gijzeling op een high school vanuit het oogpunt van de gijzelnemer, die een leraar zwaar mishandelt, twee andere leraren doodschiet, en zijn klas ertoe aanzet een leerling zodanig te mishandelen dat hij katatonisch wordt.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. King, Stephen. Voorwoord, Blaze, June 2007.