Zelfeffectiviteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een klaslokaal. Zelfeffectiviteit heeft een belangrijke invloed op het succesvol kunnen leren

Zelfeffectiviteit is het vertrouwen van een persoon in de eigen bekwaamheid om met succes invloed uit te oefenen op zijn of haar omgeving, bijvoorbeeld door een bepaalde taak te volbrengen of een probleem op te lossen[1][2]. Zelfeffectiviteit wordt als een belangrijk element gezien van theorieën over motivatie. Personen zijn sneller gemotiveerd voor een bepaalde handeling als zij het idee hebben dat zij de bekwaamheid hebben om deze met succes te verrichten. Zij zullen volgens Albert Bandura, die de self-efficacy (zelfeffectiviteits) theorie heeft opgesteld, het gedrag sneller ontplooien en doorzetten. Zelfeffectiviteit heeft invloed op vele gebieden, zoals bijvoorbeeld de motivatie voor het onderwijs en de beroepskeuze[2].

Zelfeffectiviteit verschilt van zelfvertrouwen in zoverre dat zelfvertrouwen het vertrouwen in het zelf betreft, en zelfeffectiviteit de ingeschatte vaardigheid voor het verrichten van een bepaalde betreft. Het verschilt van het begrip van efficiëntie omdat het niet over de werkelijke efficiëntie van een persoon gaat maar over het eigen vertrouwen van deze persoon in de efficiëntie.

Als mensen met een hoge zelfeffectiviteit slagen in een bepaalde doelstelling, is er een goede kans dat ze in het vervolg een nog lastiger doel zullen kiezen. Als een doelstelling niet slaagt zal het per persoon verschillen hoe deze reageert: met hernieuwd commitment, vertwijfeling of apathie. Hierin is zelfeffectiviteit een belangrijke factor[3]. Resultaten kunnen versterkend werken: slaagt een persoon niet in het behalen van een doel, dan kan de zelfeffectiviteit verminderen, waardoor de kans om een doel te behalen door lagere motivatie nog lastiger wordt. Omgekeerd kan het succesvol behalen van doelen de zelfeffectiviteit en daarmee de toekomstige slagingskans vergroten.

Zie ook[bewerken]

Referenties
  1. Bandura, A. , Self-efficacy: Toward a Unifying Theory of Behavioral Change, Psychological Review 1977, Vol. 84, No. 2, 191-215
  2. a b Giep Franzen, Motivatie: denken over drijfveren sinds Darwin, Uitgeverij Boom, 20 February 2008 ISBN 978-90-473-0063-2. Geraadpleegd op 23 September 2012.
  3. Gary P. Latham, Work Motivation: History, Theory, Research, and Practice, SAGE, 11 July 2006, p. 207– ISBN 978-0-7619-2018-2. Geraadpleegd op 23 September 2012.