Zesde Coalitieoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zesde Coalitieoorlog
Onderdeel van de napoleontische oorlogen
De Slag bij Leipzig in 1813
De Slag bij Leipzig in 1813
Datum 18121814
Locatie Europa
Resultaat Geallieerde overwinning
Verdrag van Fontainebleau (aftreden van Napoleon I)
Verdrag van Parijs
Strijdende partijen
Flag of France.svg Frankrijk

Flag of the Napoleonic Kingdom of Italy.svg Koninkrijk Italië
Hertogdom Warschau

Tot januari 1814
Flag of Denmark.svg Denemarken
Flag of the Confederation of the Rhine.svg Rijnbond
Flag of Switzerland.svg Zwitserland

Flag of Russia.svg Rusland

Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of the Kingdom of Prussia (1803-1892).svg Pruisen
Flag of Spain (1785-1873 and 1875-1931).svg Spanje
Flag Portugal (1707).svg Portugal
Flag of the Kingdom of Naples (1811).gif Koninkrijk Napels
Flag of Sweden.svg Zweden
Flag of the Kingdom of the Two Sicilies (1816).svg Sicilië
Flag of the Kingdom of Sardinia.svg Sardinië

Na de Slag bij Leipzig
Flag of Bavaria (striped).svg Beieren
Flagge Königreich Sachsen (1815-1918).svg Saksen
Flagge Königreich Württemberg.svg Württemberg
Flag of the Netherlands.svg Verenigde Nederlanden

De Zesde Coalitieoorlog (1812-1814) was een militair conflict tussen Napoleons Franse keizerrijk en de Zesde Coalitie van alle andere Europese grootmachten in die tijd: Rusland, Oostenrijk, Groot-Brittannië en Pruisen. Na Napoleons rampzalige veldtocht naar Rusland en nederlaag in de Slag bij Leipzig konden de geallieerden hem eindelijk verslaan. De keizer trad af en werd verbannen naar het eilandje Elba.

De Zesde Coalitieoorlog werd uitgevochten over het hele Europese continent, van Lissabon tot Moskou. Naar schatting vochten twee en een half miljoen soldaten in de oorlog. Er sneuvelden twee miljoen, waarvan één miljoen alleen al in Rusland.

In Duitsland wordt de oorlog de Befreiungskriege (bevrijdingsoorlogen) of Freiheitskriege (vrijheidsoorlogen) genoemd omdat de Duitse staten als gevolg van de Franse nederlaag niet langer werden gedomineerd door Frankrijk.

Achtergrond[bewerken]

Na de nederlaag van Oostenrijk in de Vijfde Coalitieoorlog (1809) was Napoleon heer en meester van Europa. Het grootste deel van het continent was nu Frans, een vazalstaat, bondgenoot, vriend of verslagen vijand. Alleen de Britse Eilanden, de belegerde stad Cádiz en het gebied rond Lissabon bleven uit Franse handen. In 1810 trouwde Napoleon met de Oostenrijkse aartshertogin Marie Louise, waarmee hij een langdurende vrede tussen Frankrijk en Oostenrijk hoopte te bereiken.

Europa in 1812

Rusland was een bondgenoot van Frankrijk geworden na de Vrede van Tilsit in 1807 en had de oorlog aan Groot-Brittannië verklaard. Ook sloot Rusland zich aan bij het Continentaal Stelsel, een anti-Britse handelsblokkade met het doel de Britse economie te vernietigen door de Britten uit te sluiten van handel met de landen op het Europese continent.

De Russen waren echter zeer ontevreden met hun deelname aan het economisch ongunstige Continentaal Stelsel. De relatie met de Fransen verslechterde in snel tempo en op 31 december 1810 liet Rusland weten geen bondgenoot meer te willen zijn van Frankrijk. In 1812 sloot Rusland in het geheim een anti-Frans bondgenootschap met Groot-Brittannië en Zweden, een bondgenootschap dat zou uitgroeien tot de Zesde Coalitie.

Om de Russische tsaar Alexander I te dwingen binnen het Continentaal Stelsel te blijven en een dreigende Russische invasie van Polen te voorkomen (waar een Franse vazalstaat, het Hertogdom Warschau, was gevestigd), besloot Napoleon om de Russen de oorlog te verklaren en een grootscheepse invasie van Rusland te beginnen.

Verloop[bewerken]

Rusland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Veldtocht van Napoleon naar Rusland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 23 juni 1812 stak het Franse Grande Armée van meer dan 650.000 man de Memel over en viel Russisch grondgebied binnen. De Russen boden weinig weerstand en de Russische bevelhebber Barclay de Tolly paste de tactiek van de verschroeide aarde toe: de Russische troepen bleven zich almaar terugtrekken, waarbij in het achtergelaten gebied alles van militaire en economische waarde vernietigd werd; hierbij werden zelfs de waterputten vergiftigd.

Napoleons terugtrekking uit Moskou

Op 15 augustus, Napoleons verjaardag, trokken de Fransen de rivier de Dnjepr over. Aan Russische kant werd Barclay de Tolly, die veel kritiek had gekregen voor zijn tactiek van de verschroeide aarde, vervangen door Michail Koetoezov. Het eerste grote treffen tussen de Russen en Fransen was de Slag bij Smolensk op 17 augustus, die onbeslist bleef. De bloedige Slag bij Borodino op 7 september, iets ten zuiden van Moskou, was de grootste eendaagse veldslag van de napoleontische oorlogen. Hoewel de slag onbeslist bleef, waren de Russen na de veldslag zo verzwakt dat ze niet langer Moskou konden verdedigen, en Koetoezov gaf de opdracht om de stad te evacueren. Op 14 september trok Napoleon de verlaten stad binnen.

Met Moskou in handen hoopte Napoleon dat de Russische tsaar Alexander I zou capituleren, maar de Russen gaven zich niet over en al gauw braken in de hele stad branden uit, waardoor een groot deel van stad in vlammen opging. Uiteindelijk besloot Napoleon de stad weer te verlaten en begon de Franse terugtrekking. De Russen dwongen de Fransen om dezelfde verschroeide route te nemen die ze bij hun intocht hadden genomen. Ook pasten ze partizanentaktieken toe. Het Grande Armée viel al snel uiteen en de terugtrekking veranderde in een chaotische vlucht. In november 1812 vielen de achtervolgende Russen de uitgehongerde en zwaar vermoeide Fransen aan terwijl ze de rivier de Berezina wilden oversteken. In het daaropvolgende bloedbad, de Slag aan de Berezina, werden bijna alle troepen aan Franse kant gedood of gevangengenomen. Op 14 december verlieten de Fransen eindelijk weer het Russisch grondgebied. Maar 18.000 tot 22.000 man van Napoleons enorme leger overleefde de veldtocht.

Duitsland[bewerken]

Nu de kansen eindelijk hadden gekeerd en Napoleon verslagen leek, besloot ook Pruisen zich bij de coalitie tegen Frankrijk te voegen. Napoleon wist echter al snel een nieuw leger op de been te brengen en versloeg de Russen en Pruisen in de Slag bij Lützen op 2 mei 1813 en de Slag bij Bautzen op 21 mei. Op 4 juni werd een wapenstilstand gesloten, die tot 13 augustus in stand bleef. Tijdens deze periode verklaarde ook Oostenrijk de oorlog aan Frankrijk.

In de Slag bij Dresden (26-27 augustus) versloeg Napoleon de Russen, Pruisen en Oostenrijkers, maar een deel van het Franse leger werd vervolgens verslagen in de Slag bij Kulm op 30 augustus. Napoleon stuurde Oudinot en Ney om de Pruisische hoofdstad Berlijn in te nemen en zo de Pruisen tot vrede te dwingen, maar Oudinot en Ney leden een nederlaag in de Slag bij Dennewitz op 6 september en moesten zich terugtrekken. Op 8 oktober sloot de Franse bondgenoot Beieren zich aan bij de geallieerden. Napoleon trok zijn leger terug en organiseerde zijn troepen rond de stad Leipzig, waar van 16 tot 19 oktober een enorme veldslag plaatsvond, de Slag bij Leipzig, ook wel de "Volkerenslag" genoemd omdat zoveel verschillende naties deelnamen. De veldslag tussen 195.000 Franse soldaten en 350.000 geallieerden eindigde in een nederlaag voor Napoleon, die grote verliezen leed en zijn troepen moest terugtrekken achter de Rijn. Nu voegden ook de andere Duitse staten zich bij de coalitie tegen Frankrijk.

Nederland[bewerken]

Het Noordelijke Leger onder bevel van de Zweedse kroonprins Bernadotte trok na de Slag bij Leipzig op richting de Nederlandse grens. De Nederlanders, die van de Franse nederlagen hoorden, kregen weer hoop dat ze ooit weer onafhankelijk zouden worden. Her en der braken kleine opstanden uit. De Russische kozakken van de voorhoede onder bevel van generaal Alexander von Benckendorff trokken op 17 november 1813 de grenzen over. Wat begon als een verkenning ontaardde al snel in een vlucht van de Fransen uit Noord-Nederland. Een week later werden de kozakken ingehaald in Amsterdam en stond Von Benckendorff op het balkon van het Koninklijk Paleis op de Dam.

In eerste instantie wisten de Nederlanders van de plotselinge paniek gebruik te maken door overal in opstand te komen en de macht te grijpen. De Fransen herstelden zich en sloegen hard terug, bijvoorbeeld bij de herovering van Woerden, dat werd geplunderd en waarbij 40 burgers werden vermoord. De Fransen moesten zich verder terugtrekken in enkele vestingsteden, zoals Arnhem, Gorinchem, Bergen-op-Zoom, Naarden en Den Helder. Deze steden werden door de Russen, Pruisen, Britten en Nederlanders belegerd. Op 30 november werden Arnhem en de Duitse stad Stettin ingenomen, waardoor vele Nederlandse soldaten in Franse dienst krijgsgevangen werden genomen; deze gingen over in Nederlandse dienst en vormden het kader van het nieuwe Nederlandse leger.

Willem Frederik, de zoon van de laatste stadhouder Willem V, landde op 30 november in Scheveningen. In Den Haag nam hij enkele dagen later, op 2 december, de titel aan van Soeverein Vorst van het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden. De Fransen organiseerden begin december een tegenaanval vanuit Antwerpen, maar bij het Beleg van Breda werden ze gestuit. De Fransen wisten ondanks de belegeringen hardnekkig stand te houden, totdat het bericht kwam dat Napoleon was afgetreden. De Franse troepen gaven de vestingen op en trokken zich terug naar Frankrijk. De laatste stad die zij verlieten was Delfzijl, dat zij pas verlieten na een beleg dat in mei 1814 eindigde. Nederland was weer onafhankelijk.

Spanje[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op het Iberisch Schiereiland draaide de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog eindelijk in het voordeel van de geallieerden. De Britse bevelhebber Wellington had op 22 juli 1812 de Fransen verslagen in de Slag bij Salamanca en in augustus Madrid ingenomen, maar moest zich weer terugtrekken naar Lissabon om te voorkomen dat hij ingesloten zou worden. In 1813 begon Wellington een nieuwe veldtocht tegen de Fransen, die verzwakt waren omdat veel troepen naar het front in Duitsland waren gestuurd. Wellington won een beslissende overwinning in de Slag bij Vitoria op 21 juni, belegerde de Franse garnizoenen in San Sebastian en Pamplona en bereikte de Pyreneeën.

De Franse maarschalk Soult kreeg het bevel over de Franse troepen in Spanje en begon een tegenaanval. In de daaropvolgende Slag van de Pyreneeën behaalde Soult eerst enkele overwinningen bij de bergpassen op 25 juli, maar na Soults nederlaag tegen Wellington in de Slag bij Sorauren (28 juli - 1 augustus) en de Spaanse overwinning in de Slag bij San Marcial op 31 augustus viel zijn leger uiteen en moest Soult zich uit Spanje terugtrekken.

Op 7 oktober trok Wellington Frankrijk binnen. Napoleon bood Spanje op 11 december een aparte vrede aan, maar de Spanjaarden sloegen Napoleons aanbod af. Verdere geallieerde overwinningen volgden, met de Slag bij Toulouse als laatste wapenfeit op 10 april 1814, vier dagen na Napoleons aftreden; het nieuws had Zuid-Frankrijk toen nog niet bereikt.

Frankrijk[bewerken]

Napoleon tijdens de veldtocht in 1814.
Schilderij door Jean-Louis-Ernest Meissonier, 1864

Na zijn nederlaag in de Slag bij Leipzig had Napoleon zijn troepen teruggetrokken achter de Rijn. De geallieerden vielen nu Frankrijk zelf binnen. Napoleon stond met 70.000 man tegenover een half miljoen geallieerde soldaten. Toch wist hij in zijn beroemde Zesdaagse Veldtocht (10-14 februari 1814) een reeks overwinningen op de geallieerden te behalen, voor veel historici het bewijs van zijn militaire genie. Deze overwinningen waren echter niet genoeg om de massale geallieerde aanval op Parijs een halt toe te roepen.

Op 9 maart sloten de geallieerden het Verdrag van Chaumont, waarbij ze Napoleon een wapenstilstand aanboden als Frankrijk alle gebieden zou opgeven die het sinds het uitbreken van de Franse Revolutie had veroverd. Napoleon weigerde, waarop de geallieerden op 30 maart Parijs binnentrokken. Op 6 april trad Napoleon af ten gunste van zijn zoon Napoleon II. De geallieerden eisten echter de onvoorwaardelijke overgave van Frankrijk. Napoleon ondertekende op 11 april het Verdrag van Fontainebleau, waarbij hij afstand deed van de Franse troon en ook zijn nakomelingen en familieleden het recht op de Franse troon ontnam. Napoleon mocht wel zijn keizerstitel behouden, en kreeg hierbij het eilandje Elba als "keizerrijk" aangeboden.

Nasleep[bewerken]

Britse spotprent van Napoleon in ballingschap op Elba

Op 3 mei 1814 kwam Napoleon aan op Elba. In Frankrijk werd het Huis Bourbon hersteld op de troon van Frankrijk met Lodewijk XVIII als nieuwe koning (zie Restauratie). Op 1 november begon het Congres van Wenen, waarbij Europa opnieuw zou worden verdeeld. Zo werd besloten dat Nederland en België zouden samengaan tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden om zo een bufferstaat rond Frankrijk te vormen. De eerste koning van deze nieuwe staat, Willem I, werd ook groothertog van Luxemburg.

Op 26 februari 1815 vluchtte Napoleon weg van Elba en keerde terug naar Frankrijk. In de Honderd Dagen die volgden bracht hij een nieuw leger op de been, maar werd uiteindelijk verslagen door de Zevende Coalitie van de geallieerden in de Slag bij Waterloo op 18 juni. Hierna werd Napoleon verbannen naar het verafgelegen Zuid-Atlantische eiland Sint-Helena, waar hij in 1821 stierf.

Zie ook[bewerken]