Zeven Slapers van Efeze
De Zeven Slapers van Efeze zijn martelaars uit een christelijke legende en worden eveneens in de Koran genoemd. Binnen de islam staan zij bekend als de Metgezellen van de Grot. Hun namen waren volgens de christelijke overleveringen Maximianus, Malchus, Martinianus, Dionysius, Johannes, Serapion en Constantijn; ook wel Maximilianus, Jamblicus, Martinianus, Dionysius, Johannes, Exacustodianus en Antoninus. Er zijn nog meer varianten.
Verhalen met eenzelfde motief zijn zeer wijdverbreid en men vermoedt een voorchristelijke oorsprong.
Inhoud |
Christendom [bewerken]
De zeven broers werden in 251 vanwege hun geloof op bevel van de Romeinse keizer Decius in een grot bij Efeze (Turkije) ingemetseld. 196 jaar later, in 447, werd de grot toevallig geopend en men trof de gebroeders fris en vrolijk aan, maar nu voorzien van een aureool, alsof ze gestorven waren. Ze dachten zelf maar een nacht te hebben geslapen. Het gebied was inmiddels gekerstend en dus liet men ze vrij en verklaarde ze tot martelaar.
Een variant van de legende is dat de slapers zich verborgen in de grot. Ze werden ontdekt en de grot werd afgesloten. Daar vielen ze in slaap. 200 jaar later ontdekte een herder bij toeval de grot en door het binnenvallende licht ontwaakten de zeven broeders. Ze stuurden Jamblicus eropuit om eten te gaan kopen. Tot zijn verbazing zag hij overal in de stad kruisbeelden en werd de naam van Christus gewoon in het openbaar gezegd. Toen hij bij de bakker wilde betalen met een munt uit de tijd van keizer Decius werd hij opgepakt en beschuldigd van het voor zichzelf houden van een verborgen schat. Hij leidde de beschuldigers echter naar de grot waar zijn broers nog steeds zaten omringd door een aureool. De keizer, Theodosius II, hoorde hiervan en haastte zich naar de grot en hoorde van de zeven slapers dat god dit wonder had bewerkstelligd. Hierna vielen ze weer in slaap.
Islam [bewerken]
De Metgezellen van de Grot waren jonge gelovigen die zich verschuilden in een grot om zo aan vervolging te ontkomen. Volgens soera De Spelonk 9-22 vroegen de jongelingen aan God genade, waarna zij in een toestand als vergelijkbaar met slaap terecht kwamen. Het aantal jaren dat zij in deze toestand verkeerden is onbekend. Volgens de islamitische tradities testten rabbijnen Mohammed op zijn profeetschap, omdat het aantal jaren alleen bekend zou zijn bij profeten. Mohammed antwoordde de rabbijnen dat hij de volgende dag hierop zou antwoorden. God stuurde toen de engel Gabriel (of Jibreel) om het verhaal aan hem door Soera Al-Kahf te openbaren. Na de Joden het relaas van Mohammed hoorden, bevestigden zij dat hij hetzelfde verhaal vertelde dat zij wisten.
Mohammed werd uitgedaagd door de mensen van Mekka, die niet in zijn bericht en profeetschap geloofden, door een vraag die zij van de Joden gekregen hadden aan hem door te geven. De Joden wisten dat Mohammed het verhaal alleen zou kunnen vertellen indien hij inderdaad een profeet was. De Joden vertelden de niet-gelovigen van Mekka om aan Mohammed te vragen "wie zijn deze jongeren die verdwenen en met hoeveel waren zij"?. Mohammed had geen info en vertelde dat hij hen de volgende dag zou antwoorden en zou wachten tot het antwoord aan hem geopenbaard zou worden door Gabriel. Het antwoord werd aan Mohammed geopenbaard in een volledige Soera. De openbaring kwam exact overeen met het verhaal dat de Joden kenden en het beantwoordde de vragen (met hoeveel de jongeren waren en voor hoeveel jaren zij verdwenen) gelijkaardig naar de informatie die zij hadden.
De Koran heeft niet bevestigd dat zij voor 309 jaren sliepen, in plaats daarvan wordt gezegd dat God de duur van hun slaap beter weet. Vers 25-26: "En zij bleven in hun grot drie honderd (zonnekalender) jaren en voeg negen (maankalender) toe. Allah weet het best hoe lang zij bleven. De geheimen der hemelen en der aarde behoren aan Hem, hoe ziende is Hij en hoe horende!" De Koran geeft echter geen exact antwoord op de vraag met hoeveel zij waren: er wordt gezegd dat sommige mensen zouden vertellen dat zij met 3 of 5 of 7 waren. De Joden wisten evenmin met hoeveel zij precies waren en waren verbaasd toen zij hoorden dat de Koran alle mogelijke aantallen (3, 5 of 7) noemde die zij voor de slapers kenden.
Dit verhaal wordt gezien als bevestiging dat de Koran door God werd geopenbaard en dat het enkel de woorden van God bevat en niet die van Mohammed, aangezien het informatie bevat dat Mohammed niet kende.
De Koran meldt verder dat de slapers geen idee hadden dat zij jaren lang sliepen en dat ze dachten slechts een dag of een deel van een dag te hebben geslapen. Toen één van de jongelingen uitging om voedsel te kopen, was de zilveren munt waarmee hij het voedsel betaalde allang uit omloop. Zo trok hij de aandacht van de mensen van de stad, die hem bij de keizer brachten omdat ze dachten dat hij een schat had gevonden. Toen hij zijn verhaal vertelde aan de keizer (die ook geloofde in de eenheid van God), vertrokken ze allemaal naar het grot en zagen ze tot hun verbazing dat zijn verhaal waar was. Nadat het verhaal ruim geweten werd, stierven de slapers.[1]
Grotten [bewerken]
De grot van de zeven slapers is te bezichtigen in de ruïnes van Efeze. Hun gedenkdag, de Zevenslapersdag of Zevenbroedersdag, was oorspronkelijk 27 juni, maar sinds de invoering van de gregoriaanse kalender valt de dag op 7 juli.
Weerspreuken [bewerken]
Wanneer de Zevenbroeders schoon weer breken
Blijft het onbestendige weer zeven weken.
Regent het op de Zevenbroedersdag
Dan het nog zeven weken regenen mag.
Voetnoten [bewerken]
- ↑ De Koran