Zeven schoonheden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De zeven schoonheden betreffen een aantal bepaalde uiterlijke kenmerken bij de vrouw.

Al in de Griekse mythologie wordt gesproken over vrouwelijke schoonheidskenmerken. Ook in de Romeinse tijd was schoonheid - maar dan die van de man - een belangrijk item.

In de 17e eeuw ontstonden de zeven klassieke schoonheden:

  1. Donker haar en lichte ogen of licht haar en donkere ogen.
  2. Bleke huid.
  3. Moedervlek boven de lip. De schoonheidsvlek.
  4. Lange gekrulde wimpers.
  5. Amandelvormige ogen.
  6. Sproeten.
  7. Kuiltjes in de wangen.

Hoewel als "schoonheden" betiteld, is juist het afwijken van wat als "schoon" beschouwd wordt. Het is iets uiterlijks dat opvalt. Mogelijk kunnen deze schoonheden ook benoemd zijn om een persoon - die dit juist als “onvolkomenheid” ervaart - het juist als iets moois of speciaals aan te merken ter bemoediging. Bepaalde schoonheden worden eveneens bij mannen genoemd.

Door de jaren heen - en mode gevoelig - zijn er veel variaties op de genoemde schoonheden:

Bronnen[bewerken]