Zeven tegen Thebe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eteocles en Polynices worden weggedragen

Zeven tegen Thebe (Grieks: Ἑπτά ἐπὶ Θήβας, Hepta epi Thēbas) is een tragedie van de Griekse tragediedichter Aeschylus. Het werk werd opgevoerd te Athene in 467 v.Chr.

Korte inhoud[bewerken]

Na Oedipus’ vertrek regeerde Creon totdat Eteocles en Polynices meerderjarig waren. De twee broers spraken af dat ze elk om het jaar zouden regeren. Eteocles was als eerste aan de beurt, maar wilde na een jaar de heerschappij niet uit handen geven. Polynices verliet daarna Thebe en ging naar Argos, waar hij trouwde. Met zijn schoonvader en vijf andere helden trok hij op tegen Thebe. Dit was de strijd van de Zeven tegen Thebe. Hun aanval op de zeven poorten van Thebe mislukte jammerlijk. Bij één van de poorten streden Eteocles en Polynices tegen elkaar en doodden elkaar in een tweegevecht. Hierna werd Creon opnieuw koning en organiseerde hij voor Eteocles een staatsbegrafenis, maar verbood hij het om Polynices te begraven. Voor hem was Polynices een landverrader, omdat hij een buitenlands leger tegen zijn eigen stad had laten optrekken.

Het stuk is erg statisch en beschrijvend: de actie wordt op het toneel voornamelijk verhaald door boden. Het koor bestaat uit Thebaanse meisjes die vol ontzetting de angstaanjagende gebeurtenissen volgen.

Zie ook[bewerken]

(Academisch proefschrift behaald aan de Universiteit van Amsterdam op 31 maart 1953)