Zhang Zuolin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zhang Zuolin (ook wel Chang Tso Lin) (1873-1928) was een van de krijgsheren die China aan het begin van de twintigste eeuw onder zich hadden verdeeld.

De moord op Zhang Zuolin[bewerken]

De opgeblazen treinwagon waar Zhang Zuolin in reisde

De basis van de China politiek van Japan was het contact met de Mantsjoe krijgsheer Zhang Zuolin. Deze werd op 4 juni 1928 vermoord door Japanse militairen van het Kanto legeronderdeel onder leiding van kolonel Komoto Daisaku.

Hirohito was razend omdat de moord zonder zijn toestemming was uitgevoerd. Hij eiste van minister-president Tanaka van de Seiyukai partij dat hij de schuldigen zou straffen. Tanaka vertelde Saionji en de keizer in december 1928, dat hij de daders had gevonden en streng zou straffen maar hij werd onder druk gezet door legerminister Shirakawa Yoshinori en Spoorwegminister Ogawa. Volgens hun zou het straffen van de militairen de relatie met China verslechteren.

Uiteindelijk bereikte Tanaka een compromis. Generaal Muraoka Chotaro van het Kanto-leger werd met pensioen gestuurd en Komoto werd geschorst.

Ondertussen had Makino al contact gezocht met legerminister Shirakawa Yoshinori. Hirohito en Makino gingen akkoord met het idee van Shirakawa Yoshinori dat het straffen van de militairen de Japans reputatie zou schaden, daarom zou het publiek een gecensureerde versie van het incident krijgen en zouden de schuldigen discreet gestraft worden.

Toen Tanaka Hirohito inlichtte over zijn compromis stelde Hirohito dat Tanaka laf optrad tegen de militairen en dat het misschien beter voor hem was om ontslag te nemen. Tanaka nam daarop ook ontslag. Tanaka’s opvolger Osachi Hamaguchi hield de keizer over elke handeling van het kabinet op de hoogte, exact zoals Hirohito dat wilde.

Gevolgen[bewerken]

Het incident had meerdere gevolgen. Ten eerste dachten sommige mensen binnen het leger dat ze de keizerlijke orders konden negeren. Ten tweede was Hirohito erg geschrokken van zijn macht. In zijn monoloog dat hij na de oorlog schreef zegt hij hierover:

"When I had told Tanaka, ; Why don’t you resign? it was a warning, not a veto. However, afterward I decided I would state my opinions but never exercise my veto."

Ook werd hij door zijn kamerheer Saionji op de vingers getikt, volgens Saionji had Hirohito zich wild en onbeheerst gedragen. Verder vond Saionji dat Hirohito zich voortaan niet meer zo intensief moest bemoeien met politieke affaires.

Dat Hirohito het hiermee eens was blijkt uit zijn opmerkingen in zijn monologen, hierin zegt hij:

"Today I feel that it was my youthful spirit that made me talk the way I did…. After this incident I decided to sanction whatever the cabinet presented me even if I did not agree whit it"’'.

Desondanks toont het incident wel aan hoeveel macht Hirohito had als keizer, want met een opmerking kon hij een kabinet ontslaan.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Herbert Bix, Hirohito and the making of modern Japan, plaats onbekend 2007, blz 214 t/m 220
  • Peter Wetzler, Hirihito and war, imperial tradition and military decision making in prewar Japan, Hawaï 1998 blz. 162 t/m 165
  • Daikichi Irokawa, The Age of Hirohito in search of modern Japan, New York 1995 blz. 75 t/m 76