Ziekte van Graves

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Ziekte van Graves
ICD-10 E05.0
ICD-9 242.0
OMIM 275000
DiseasesDB 5419
MedlinePlus 000358
eMedicine med/929
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De ziekte van Graves, ook wel de ziekte van Graves-Basedow is een auto-immuunziekte, waarbij hyperthyreoïdie optreedt.

Traditioneel wordt deze geassocieerd met zwelling van de schildklier (struma), uitpuilende ogen (exoftalmus) en een te snelle hartslag (tachycardie). De combinatie heet de Merseburger trias, (naar de woonplaats van Von Basedow). Het gelijktijdig voorkomen van alle drie deze symptomen is echter betrekkelijk zeldzaam. Doorgaans staat één van de symptomen op de voorgrond.

Ontstaan van de ziekte[bewerken]

Door een onbekende oorzaak maakt het lichaam bij patiënten met de ziekte van Graves antistoffen die werken op een bepaald onderdeel van de schildklier. Deze antistoffen (TSI) stimuleren de TSH receptoren op de schildklier, receptoren die normaal geactiveerd worden wanneer het lichaam te weinig schildklierhormoon heeft. Doordat deze antistoffen nu de TSH receptoren stimuleren wordt de schildklier continu aangezet tot het maken van schildklierhormoon, ook al is dit voor een normale werking van het lichaam niet nodig.

Schildklierhormoon is een hormoon dat in het lichaam processen aanstuurt die te maken hebben met het verkrijgen van energie (bijvoorbeeld bij sporten of stress). Doordat er nu te veel van dit hormoon wordt aangemaakt, waardoor een zogenaamde hyperthyreoïdie ontstaat, heeft de patiënt onder andere het gevoel erg gejaagd te zijn, veel te zweten en hartkloppingen te hebben. Een ander verschijnsel wat de patiënt vaak opmerkt, is een zwelling van de schildklier, die in het midden aan de voorzijde van de hals te voelen is, dit wordt struma genoemd.

Symptomen[bewerken]

De Duitse schlagerzanger Heino draagt, vanwege de exoftalmus die de ziekte van Graves bij hem met zich meebrengt, altijd een donkere zonnebril.
Struma zoals bij de ziekte van Graves wordt gezien

De schildklierhormonen thyroxine en tri-joodthyronine regelen de intensiteit van de stofwisseling. Bij te veel aan schildklierhormonen zal de stofwisseling worden aangespoord, wat zich uit in de volgende klachten:

  • Warmte-intolerantie
  • Gewichtsverlies (ondanks normale voedselinname)
  • Slapeloosheid
  • Prikkelbare stemming
  • Angst
  • Overmatige transpiratie
  • Gejaagd gevoel, rusteloosheid
  • Tachycardie (snelle hartslag van soms meer dan 100 slagen per minuut)
  • Tremor (trillen van meestal de vingers, handen)
  • Ontregelde menstruatiecyclus
  • Hartritmestoornissen - heel zelden
  • Verhoogde voedselinname
  • Vermoeidheid
  • Spierzwakte
  • Misselijkheid en overgeven - zelden
  • Oogklachten (scheelzien, verandering van de gezichtsscherpte, uitpuilen van de ogen)
  • Broos haar

Diagnostiek[bewerken]

Omdat het te veel hebben van schildklierhormoon (hyperthyreoïdie), meerdere oorzaken kan hebben moeten er enkele onderzoeken worden gedaan om een goede diagnose te kunnen stellen. Allereerst zal bij de verdenking van hyperthyreoïdie, bloedonderzoek worden gedaan om te kijken of er ook daadwerkelijk hoge waarden van de schildklierhormonen in het bloed kunnen worden gezien. Er wordt bij dit bloedonderzoek meestal naar twee hormonen gekeken:

TSH (Thyreoïdstimulerend hormoon)

TSH is een hormoon dat wordt aangemaakt door een gebied centraal in de hersenen dat de hypofyse wordt genoemd. Wanneer in het bloed te weinig schildklierhormoon (FT4) aanwezig is, wordt dit gedetecteerd door de hypofyse waarna TSH wordt gemaakt. Dit TSH zal dan binden aan de TSH-receptor van de schildklier waarna deze meer schildklierhormoon gaat maken.

Omdat in het geval van de ziekte van Graves er te veel FT4 in het bloed aanwezig is zal de hypofyse dit detecteren. Het gevolg hiervan is dat de hypofyse stopt met het maken van TSH. De artsen zien in de uitslagen van het bloedonderzoek dus een heel laag TSH.

FT4 (Free Thyroxine 4)

FT4 is de vrij (Free T4) in het bloed voorkomende variant van een van het schildklierhormoon T4. Dit hormoon komt in het bloed ook gebonden aan andere moleculen voor en heet dan gewoon T4, hier wordt in het bloedonderzoek alleen niet naar gekeken. FT4 is een hormoon dat na omzetting in bepaalde cellen in het lichaam zorgt voor een grotere energieproductie. Dit kan nodig zijn wanneer het lichaam bijvoorbeeld hard moet werken tijdens sporten, stress of andere inspannende momenten. Maar ook als het lichaam in rust is heeft het een bepaalde hoeveelheid schildklierhormoon nodig.

Bij de ziekte van Graves worden de eerder genoemde TSH-receptoren als het ware aangevallen door de antistoffen van het lichaam. De hierdoor actief wordende TSH receptoren zorgen voor een activatie van de schildklier waardoor deze heel veel schildklierhormoon gaat produceren. In het bloed wordt daarom dus een veel te grote hoeveelheid FT4 gezien.

Bij lichamelijk onderzoek kan daarnaast in sommige gevallen nog zwelling onder de huid van scheenbenen worden gezien (peridermaal myxoedeem), de eerder genoemde struma, en het naar voren komen van de ogen (exophthalmus). Deze klinische verschijnselen worden tegenwoordig echter niet veel meer gezien omdat ze pas voorkomen bij een vergevorderd stadium van de aandoening. Mensen met klachten consulteren tegenwoordig veel sneller een arts waardoor de ziekte al in een eerder stadium kan worden behandeld.

Behandeling[bewerken]

Om hyperthyreoïdie door de ziekte van Graves te behandelen wordt in de praktijk eerst altijd gekozen voor een medicamenteuze blokkering van de schildklier. Deze schildklierblokkerende middelen, die thyreostatica worden genoemd, remmen de aanmaak van schildklierhormoon, waardoor na enkele weken de klachten verminderen en vaak zelfs verdwijnen. Dat het enkele weken duurt voordat het effect heeft, komt door het feit dat er nog een voorraad schildklierhormoon aanwezig is die ondanks de medicatie zal vrijkomen. Deze thyreostatica, waarvan carbimazol en thiamazol de belangrijkste zijn, worden vervolgens in een dusdanige dosering gegeven dat in het bloed een normale hoeveelheid FT4 bereikt wordt.

Na een jaar zal vervolgens worden gekeken of de blokkering van de schildklier ervoor heeft gezorgd dat deze ook weer normaal is gaan functioneren (of er genezing is opgetreden). Dit is in de meeste gevallen niet het geval waarna er twee vervolgbehandelopties zijn:

  • Vernietiging van (een deel van) de schildkliercellen met radioactief jodium (de slok).
  • Chirurgische verwijdering van (een deel van) de schildklier.

Het gevolg van deze behandelingen is dat er minder schildklierweefsel over is om schildklierhormoon te produceren waardoor er dus minder schildklierhormoon zal zijn in het bloed. Vaak wordt er met deze behandelingen echter te veel schildklierweefsel verwijderd of kapot gemaakt. Het gevolg is te weinig schildklierproductie of hypothyreoïdie Omdat ook dit klachten geeft moet er vervolgens worden gezorgd voor aanvulling van het nu missende schildklierhormoon. Om dit te bewerkstelligen zullen levenslang schildklierhormoontabletten (thyrax) moeten worden geslikt.

Externe link[bewerken]