Zigeunervervolging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pascontrole tijdens een razzia bij een woonwagenkamp, december 1937
Razzia in woonwagenkamp, 1937
Deportatie van Roma, 22 mei 1940
Deportatie van Roma, 22 mei 1940
Kaart met daarop getto's en concentratiekampen waar zigeuners werden vermoord of gevangen werden gehouden

De zigeunervervolging (Romani: Porajmos) is de vervolging van Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit zou men de Holocaust van de Roma kunnen noemen.

Porajmos (of Porrajmos) betekent in het Romani: 'de verslinding'. Deze reeds eerder door de Roma gebruikte term werd pas begin jaren negentig in de wetenschappelijke literatuur geïntroduceerd door Roma-wetenschapper Ian Hancock. Een ander Roma-woord dat voor de genocide wordt gebruikt is Samudaripen ("massamoord").

Geschiedenis[bewerken]

De Roma waren samen met de communisten, de Joden, de homoseksuelen, de Jehova's getuigen en de mindervaliden doel van de vernietigingsdrift van de nazi's. Volgens de nazi's waren de Roma asociaal en crimineel en als niet-Ariërs werden ze als ongewenst beschouwd. Dit bleek al in Duitsland in 1936, toen naast de Joden ook de Roma het stemrecht verloren, en huwelijken tussen Ariërs en Roma verboden werden. Tijdens Aktion Reinhard in 1942 en '43 werd voor het eerst begonnen met de grootschalige vernietiging van de Roma. De Sinti en Lalleri, twee stammen die van oudsher door Duitsland trokken, werden door Heinrich Himmler als raszuiver beschouwd.[1] Niettemin werden ook zij doelwit van vervolging.

Onderzoek[bewerken]

De zigeunervervolging is nog steeds een slecht onderzocht fenomeen, zeker in vergelijking met de vervolging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog. Als redenen hiervoor worden genoemd dat de betrokken volken zelf weinig historisch besef zouden hebben en weinig geïnteresseerd zouden zijn in hun eigen geschiedenis.[2] Ook het analfabetisme onder hen en de heersende vooroordelen worden als oorzaak genoemd.[1] Omdat de Roma in vergelijking met de Joden veel slechter georganiseerd waren, en in veel landen er voor de Tweede Wereldoorlog geen registratie van de Roma was, is onbekend hoeveel er zijn omgekomen. Schattingen lopen uiteen van 200.000 tot 2.000.000. Als betrouwbaarste schatting wordt een aantal tussen 400.000 en 500.000 genoemd.[1]

Vervolging[bewerken]

Al kwam de vervolging van de Roma wat later op gang, toch is zij vrijwel identiek aan de vervolging van de Joden. Beiden gingen naar dezelfde kampen met hetzelfde doel, de vernietiging van het volk. Volgens historicus Ian Hancock kwamen er minstens evenveel zigeuners als Joden om, misschien wel meer. Of dit waar is, is niet bekend. Wat wel zeker is, is dat het dodental onder de zigeuners erg hoog was. Net als de Joden werden de zigeuners in getto's geplaatst, waarna ze, als ze dit overleefden, al snel naar concentratiekampen of vernietigingskampen werden vervoerd. De beruchte kamparts Josef Mengele gebruikte Roma-kinderen voor zijn medische experimenten. Mengele was arts in het gedeelte van Auschwitz waar alle zigeuners zaten. Als herkenningsteken in de concentratiekampen droegen de zigeuners een "Z", die getatoeëerd was op hun linkerarm en een zwarte driehoek (het herkenningsteken voor asocialen).

Vernietiging[bewerken]

Op 16 december 1942 bepaalde Himmler dat alle zigeuners gedeporteerd moesten worden naar Auschwitz-Birkenau. Op 15 november 1943 besloot Himmler dat alle zigeuners en iedereen die voor een belangrijk deel zigeuner was naar de kampen moesten.

Het is bekend dat de nazi's speciale groepen militairen (Einsatzgruppen van de SS) inzetten tegen de zigeuners, die vaak nog nomaden waren. Vrijwel alle zigeuners op de Krim waren zo tegen maart 1942 al gedood.[1] Zodra de nazi's de zigeuners hadden gevonden werden allen om het leven gebracht. Hiervan hielden de nazi's geen registratie bij. Mede hierdoor weet men nog steeds niet hoeveel zigeuners er zijn omgekomen.

Niet alleen in het gebied dat door de nazi's was bezet werden zigeuners vermoord. Van landen die indirect onder nazigezag stonden is ook bekend dat er zigeuners werden vermoord, zoals in Kroatië waar tienduizenden zigeuners (samen met Joden en Serven) in kampen werden vermoord. Dit gebeurde ook in Oost-Polen; de daders waren nationalistische Kroaten en nazi-gezinde Oekraïners.[1] Verschillende Joden die de kampen overleefden, en ook nazi's die in de kampen hadden gewerkt, hebben verklaard dat zigeuners nog slechter werden behandeld dan Joden. Zo is het meerdere keren gebeurd dat, als een trein met zigeuners bij het vernietigingskamp aankwam, de nazi's besloten dat ze het kamp niet in mochten en niet opgedeeld mochten worden, zoals bij de Joden vaak gebeurde, maar dat ze naast het spoor stuk voor stuk werden doodgeschoten.

Duitsland[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Wider das Vergessen ("Tegen het vergeten"). Monument ter nagedachtenis aan de deportatie van Roma en Sinti in Koblenz

Al aan het begin van de 19e eeuw werd er over de zigeuners gesproken in de Duitse politiek. Al voor de nazi's aan de macht kwamen, werden de zigeuners als asocialen gezien. De meeste mensen zagen ze als criminelen, in een tijd van nationalisme was er geen plaats voor dit vreemde volk. Ze kwamen oorspronkelijk niet uit Duitsland, hadden een eigen taal (het Romani) en hun eigen gewoonten. De meeste Duitsers zagen hen het liefst vertrekken. Het was dan ook niet vreemd dat de nazi's wetten invoerden die de zigeuners ernstig benadeelden. Maar al in de jaren twintig werd er door de Weimarrepubliek besloten dat de zigeuners in de gaten gehouden moesten worden. In 1920 kwam er voor de zigeuners een verbod op het bezoeken van publieke parken en zwembaden. In 1925 werd besloten dat zigeuners zonder werk in kampen moesten werken. Ook moesten alle zigeuners geregistreerd worden door de politie. In 1937 werd begonnen met concentratie van de zigeuners in kampen nabij grote steden. Eind 1938 verscheen het Zigeuner-Grunderlass van Himmler met als opschrift Bekämpfung der Zigeunerplage (Bestrijding van de zigeunerplaag). In het kader hiervan werden diverse maatregelen genomen: identiteitsbewijzen werden ingetrokken; registratie bij politie werd verplicht; het uitoefenen van reizende beroepen werd bemoeilijkt, het verlaten van de woonplaats werd voor velen verboden, en anderen kwamen in concentratiekampen terecht. Daar werden zij bij de asocialen ingedeeld. Vanaf 1940 werden grote aantallen zigeuners gesteriliseerd. Ook werd in dat jaar begonnen met deportatie, onder andere naar het Generalgouvernement.[1]


Rassenwetten[bewerken]

De Rassenwetten van Neurenberg bepaalden dat iemand te veel zigeunerbloed in zich had als twee van de overgrootouders gedeeltelijk zigeuner waren, dit in tegenstelling tot de Joden. (Men was Joods als drie van de overgrootouders dat ook waren.) Hierdoor kwam het zelfs een enkele keer voor dat nazi's zelf het slachtoffer van pesterijen en vervolging werden, omdat ze zigeunerbloed bleken te hebben.[bron?] Op 3 januari 1936 werden de Rassenwetten van Neurenberg, die Joden en ariërs verbood met elkaar te trouwen, uitgebreid. De uitbreiding hield in dat ook zigeuners en ariërs niet langer met elkaar mochten trouwen. Op 7 maart 1936 verloren de zigeuners hun stemrecht. Ook werd in 1936 door de SD een op hen gerichte onderzoeksafdeling opgericht.[1] Net als bij de Joden werden ook de zigeuners door middel van propaganda zwart gemaakt, en werden ze al voor de Tweede Wereldoorlog gediscrimineerd, gepest en mishandeld.

Nederland[bewerken]

In Nederland wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen Roma en Sinti. De eerste Roma kwamen in 1868 uit Hongarije naar Nederland, maar voor die tijd waren er al al Duitse en Franse rondtrekkende groepen die zichzelf Sinti noemden.[3] Voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Nederland ongeveer 4500 Roma en Sinti. Op dinsdag 16 mei 1944 werd over het hele land verspreid een grootscheepse razzia uitgevoerd. Hierbij werden 578 personen aangehouden. Zij werden naar kamp Westerbork overgebracht. Daar merkten de Duitsers dat de Nederlandse ordediensten het criterium "zigeuner" te ruim hadden opgevat; ze lieten daarom 279 Nederlandse aangehouden woonwagenbewoners vrij. Van de overgebleven 299 "echte zigeuners" werden er nog eens 54 vrijgelaten omdat ze over paspoorten van neutrale of geallieerde landen beschikten (Guatemala, Zwitserland, Italië). De overige 244 personen werden op 19 mei naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 31 van hen overleefden de oorlog. Het bekendste Nederlandse slachtoffer is het Sinti-meisje Settela Steinbach. Zij werd door Rudolf Breslauer gefilmd tijdens het vertrek naar Auschwitz-Birkenau: een meisje met een hoofddoek, dat tussen de deuren van een goederenwagon naar een hond kijkt. Zij was lange tijd een icoon in documentaires over de deportaties van Joden uit Nederland. In 1994 kwam de Nederlandse journalist Aad Wagenaar achter haar werkelijke identiteit.

België[bewerken]

In december 1941 kregen de Roma in het bezette België een voorlopige verblijfsvergunning in de vorm van een "zigeneurkaart". Nog tot 1943 konden de Roma zich vrij door België bewegen, totdat in februari 1943 de eerste negen Roma werden opgepakt en opgesloten in de gevangenis van Antwerpen. Vanaf de herfst van dat jaar werden er op grotere schaal Roma-families opgepakt. Zij werden opgesloten in kamp Mechelen. Op 15 januari 1944 werden alle 351 Roma-gevangen (77 mannen, 99 vrouwen en 175 kinderen) getransporteerd naar sectie B-II-e van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. In dat gedeelte van het kamp waren al zo'n 16.000 andere Roma uit diverse landen. In de nacht van 2 op 3 augustus 1944 werden alle 2897 overlevenden van die sectie van het kamp omgebracht in de gaskamers. Dertien van de 351 Roma uit België wisten de deportatie te overleven; de meeste anderen zijn gestorven in de gaskamers of door de omstandigheden in het kamp. Na de deportatie van de 351 Roma vonden er vanuit België geen deportaties meer plaats.[4]

Verschillende landen[bewerken]

De collaborerende regeringen van Hongarije en Roemenië hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog meegewerkt aan de vernietiging van de zigeuners. Hongarije stuurde tussen de 30.000 en 70.000 mannelijke zigeuners boven de 14 jaar oud naar concentratiekampen. Vanuit Dachau werden zij, na opheffing van het Zigeunerlager te Auschwitz, vooral naar de zwaarste werkkampen, zoals Natzweiler, Dautmergen en Leonberg gestuurd. Kroatie stuurde 26.000, de helft van het totaal aantal zigeuners in Kroatië. Roemenië stuurde de zigeuners naar de eigen kampen, hier stierven ongeveer 11.000 zigeuners. In Hongarije hadden vrijwilligers van de Pijlkruisers al voor 1940 een uitvoerige registratie van zigeuners gemaakt, waarvan later door de fascistische regering van Miklós Horthy gebruikgemaakt werd om Roma op te sporen en deze samen met Joden vanuit verzamelkamp Komáron te deporteren.

In Bohemen en Moravië (nu Tsjechië), werden de zigeuners bijna allemaal naar Auschwitz-Birkenau gestuurd. Voordat ze naar Auschwitz-Birkenau gingen, werden ze verzameld in kampen bij Lety en Hodonín. In deze kampen werkten vooral Tsjechen, die in de Tweede Wereldoorlog de reputatie hadden wreder te zijn dan de Duitsers. In Oostenrijk en Duitsland zijn naar verhouding meer zigeuners dan Joden omgekomen: 90% van de zigeuners overleefde de oorlog niet. Volgens Simon Wiesenthal kwamen in het hele door de nazi's bezette gebied zo'n 80% van alle zigeuners om het leven.

Na de oorlog[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog heeft het lang geduurd voor men de tragedie van de Roma erkende als gelijkwaardig aan het lot van de Joden. De Sinto Häns'che Weiss maakte in de jaren zeventig in Duitsland een plaat waarop hij over de Holocaust van de zigeuners zong in zijn eigen taal. Het gevolg was een woede-uitbarsting onder zijn volk, omdat men niet wilde dat de taal bekend werd bij de gadje, zoals ze de niet-Sinti noemen. Veel jonge Duitsers hoorden door deze plaat pas over de vernietiging van de zigeuners.

In de Bondsrepubliek Duitsland werd de zigeunervervolging jarenlang officieel als "vervolging van asocialen" gekenmerkt. De met de vervolging en deportatie belaste ambtenaren die tijdens het naziregime op het Ministerie van Justitie en bij het Openbaar Ministerie werkten werden ook na de oorlog nog gezien als specialisten inzake de omgang met Roma en Sinti. Er zijn processen gevoerd maar veel verdachten werden vrijgesproken[5]. Slachtoffers werden niet gecompenseerd omdat zij immers "terecht" waren vervolgd omdat zij asocialen waren. Daarbij adviseerden en besloten die ambtenaren die voor de misdrijven mede verantwoordelijkheid droegen. Zo was er voor de vervolgde, soms gecastreerde, Roma en Sinti geen recht of schadevergoeding. Ook in de "DDR" was er weinig of geen aandacht voor de vervolging en massamoord op de Zigeunervolken[6]. Het communistische regime ontkende iedere betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

Tegenwoordig is er geleidelijk meer aandacht gekomen voor wat de Roma is overkomen. Zij hebben na de oorlog slechts weinig de publiciteit gezocht. Wat ook meespeelt is dat bij de Roma verhalen van vroeger vooral doorverteld worden en niet worden opgeschreven.

Literatuur[bewerken]

  • Carry van Lakerveld (2010) Vervolging en deportatie van de Sinti en Roma in Nederland 1940-1945, Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma. ISBN 978-90-815526-1-5
  • Leo Lucassen (1990) En men noemde hen zigeuners...: De geschiedenis van Kalderash, Ursari, Lowara, en Sinti in Nederland (1750-1944), Stichting beheer IISG/SDU uitgeverij. ISBN 90-6861-055-4
  • Alexander Ramati (1988) En de violen zwegen: een verhaal over de holocaust van de zigeuners, Amsterdam: Omega Boek. ISBN 90-6057-714-0
  • Roni Steuber, Raphael Vago et al,2007 The Roma, A Minority in Europe Central European University Press. ISBN 978-9637326-86-8

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g Joep Büttinghausen, Woonwagens en kampen, p. 1164-1165 in deel 42, Endlösung, van Bericht van de Tweede Wereldoorlog, verzamelwerk in 100 weekafleveringen, red. A.H. Paape e.a., Amsterdam / Haarlem 1970-1971
  2. (nl) Boekenarchief literatuur Q-R-S: Alexander Ramati, En de violen zwegen. Leestafel
  3. Carry van Lakerveld Vervolging en deportatie van de Sinti en Roma in Nederland 1940-1945 (2010)
  4. (nl) Slechts weinigen kwamen terug. Sinti en Roma onder het nationaal-socialisme. Verzet.org
  5. Overzicht op http://www1.jur.uva.nl/junsv/brd/Opferdeufr.htm
  6. Petra Weber, Justiz und Diktatur: Justizverwaltung und politische Strafjustiz in Thüringen, 1945–1961. München en Oldenburg. 2000. Pp. xii + 524. ISBN 3-486-56463-3.