Zijklepmotor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bovenaanzicht van de cilinder van een zijklepmotor: links de kleppen, rechts de zuiger
Bovenaanzicht van de cilinder van een zijklepmotor: links de kleppen, rechts de zuiger
Zijklepmotor van AJS uit 1920: de kleppen staan ondersteboven naast de cilinders. De klepveren zitten eromheen. V.l.n.r.: De uitlaatklep van de achterste cilinder, de inlaatklep van de achterste cilinder, de inlaatklep van de voorste cilinder en de uitlaatklep van de voorste cilinder.
Zijklepmotor van AJS uit 1920: de kleppen staan ondersteboven naast de cilinders. De klepveren zitten eromheen. V.l.n.r.: De uitlaatklep van de achterste cilinder, de inlaatklep van de achterste cilinder, de inlaatklep van de voorste cilinder en de uitlaatklep van de voorste cilinder.

Een zijklepmotor is een type viertaktmotor waarbij de in- en uitlaatkleppen naast de cilinder staan.

De eerste viertaktmotoren - in de eerste helft van de twintigste eeuw - kenden deze techniek, die een aantal duidelijke voor- en nadelen heeft. Ook worden wel de termen SV (Side Valves), L-head of flathead en, in Franstalige landen, "Lateral" gebruikt. Zijklepmotoren worden - met uitzondering van enkele aggregaten - vrijwel niet meer geproduceerd.

Voordelen[bewerken]

Nadelen[bewerken]

In de jaren twintig, toen kopklepmotoren in zwang kwamen, werden deze voor veel toepassingen echter nog als nadelig beschouwd: ze waren duur om te maken, moeilijk te onderhouden en leverden een lager koppel dan zijklepmotoren. In veel gevallen gebruikten fabrikanten van auto's en motorfietsen de kopklepmotoren alleen voor sportieve modellen, en produceerden ernaast ook nog zijklepmotoren voor meer toeristisch gebruik.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]