Zijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het zijn is de meest eenvoudige staat van alles en iedereen. Het is de ultieme eigenheid die alle onderscheiden begrippen gemeen hebben, wanneer men een abstractie maakt van al hun verdere eigenschappen. Daarom wordt het ook als de ultieme bestaansgrond beschouwd, waarin alles en iedereen verenigd is, in en uit voortkomt.

Het zijn wordt als de wezenskern der dingen beschouwd, omdat het in alles en iedereen aanwezig is en omdat alles en iedereen in dat algemene zijn voorkomt. De 'dingen' zelf worden ter onderscheid van hun fundamentele gemeenschappelijke eigenschap zijnden genoemd, omdat zij zich als ding van elkaar onderscheiden.

Negatieve beschrijvingen[bewerken]

De leegte is dan ook de enige, zij het negatieve, vorm waarin de kwaliteit van het zijn kan geplaatst worden naast de kwaliteit der dingen, die zich doorgaans op het niveau van de gemanifesteerde en gematerialiseerde wereld laten aanschouwen. Op dat niveau is het zijn als dusdanig onzichtbaar. Het wordt enkel door intellectuele redenering gepostuleerd als eigenschap.

En dan is men vaak genoodzaakt, teneinde dit ultieme begrip aan iemand uit te leggen, om eerst abstracties van alle andere eigenschappen van het object of de persoon te maken door die in feite een voor een te schrappen. Men krijgt dan een negatieve benadering van de realiteit, waarin haar 'franje' wordt gestript tot er in feite niets tastbaars, hoorbaars, zichtbaars overblijft, dan enkel de naakte realiteit van het niets. Een dergelijke gedachtegang komt men vooral tegen in de oosterse filosofie, waar hij bijvoorbeeld wordt weergegeven in de Upanishads.

Soms leidt zij ertoe dat mensen met deze gedachtegang negativistisch worden en in de praktijk de houding aannemen de wereld te verzaken. Nochtans was het slechts de helft van de weg: wanneer men eenmaal het zijn in zijn zuivere staat heeft teruggevonden, was het de bedoeling om met vernieuwd inzicht en ervaring van de essentie terug te keren in de wereld om die op een vollediger manier te kunnen beschouwen en beleven. Maar velen blijven in de 'diepte' steken. Misschien is dat de reden waarom men in het westen meer voor een afstandelijke intellectuele bespiegeling heeft gekozen, al heeft die natuurlijk net zo goed haar wereldvervreemdende gevolgen.

Intuïtief zijn[bewerken]

Maar ook intuïtief heeft de mens het zijn altijd beseft, zoals bewezen wordt doordat er in elke taal een woord voor is.

Ook op spiritueel niveau wordt het zijn ervaren en dan bijvoorbeeld door mystici beschreven als een toestand van innerlijke rust en stilte, dezelfde rust en stilte waarin de kosmos rondom de mens lijkt te baden. Meditatietechnieken zijn erop voorzien het individu te helpen de weg naar het puur zichzelf zijn weer te laten ervaren, waar het innerlijke zijn vervloeit met het uiterlijke zijn, zoals beschreven in de toestand van nirwana (Boeddhisme) of samadhi (oosterse filosofie).

In het oosten is vooral gekozen voor vereniging met het zijn om het te ervaren en om het zelf geheel te zijn. In het westen is men eerder intellectueel reflectief tewerk gegaan en zijn er talloze bespiegelingen omtrent het begrip gemaakt.

Oosters en westers zijn[bewerken]

In de oosterse filosofie wordt het zijn het brahman genoemd, wanneer men het als zelfinteragerende absolute substantie der zijnden beschouwt. Het wordt ook als puur zijn op zich met sat aangeduid. Sat is dan een aspect van een in feite onafscheidelijk trio: sat chit ananda. Met chit wordt het kennisaspect binnen het zijn aangeduid, (ook het aspect bewust-zijn, bewustzijn als kosmisch gegeven). Met ananda wordt het ervaringsaspect van welbehagen, zaligheid aangeduid binnen deze drieëenheid.

Allegorische voorstellingen[bewerken]

In vele mythologieën wordt het zijn als eerste zijnsgrond allegorisch weergegeven met het beeld van een oeroceaan, die dan ook nog eens kan worden gepersonifieerd, bijvoorbeeld door Okeanos, de eerste der Titanen volgens de Griekse mythologie. Zoals het water daarin alles doordringt zonder ergens een plaats voor 'niet-water' over te laten, zo ook is het zijn aldoordringend. Het ligt als 'basissubstantie' ten grondslag aan alle vormen die er zich als golven in ruimte en tijd in voor doen, dewelke het tegelijk doordringt en er zelf vrij van blijft, dus zonder essentieel te veranderen.

Ontologie, etiologie en teleologie[bewerken]

Omdat het zijn altijd onverdeelbaar verbonden blijft met alle dingen, is men zich gaan afvragen waar alles vandaan komt. Deze kwestie staat binnen de filosofie bekend als de 'zijnsleer', de ontologie of metafysica. In dit verband worden bovendien religieuze kwesties beschouwd, zoals het 'ontologisch godsbewijs' waarin het bestaan en ontstaan van God wordt overwogen. De verbondenheid tussen filosofie en religie is altijd sterk geweest, ook in het westen waar in feite een hele christelijke tak van filosofie ontstond, met Thomas van Aquino aan het begin en Søren Kierkegaard in de moderne tijd als meest uitgesproken exponenten.

Ook een godheid is aan de wetmatigheid van zijn of niet zijn onderworpen, zodat men het zijn als een diepere grond kan beschouwen dan de entiteit waar het betrekking op heeft. In de oude Noord-Europese mythologieën leefde het oorspronkelijk besef dat ook godheden (beschouwd als drijvende krachten) hun eigen omvang in ruimte en tijd hebben, hoewel die uiteraard oneindig die van de mens overstijgen.

De oorzakelijke opeenvolging van toestanden wordt dan weer in de etiologie (< Gr.: αἵτιον, oorzaak, aanleiding) bekeken, en antwoorden op de vraag naar de zin van dit alles, het uiteindelijke doel van alle ontwikkeling in de teleologie (< Gr.: τέλος, doel), niet te verwarren met theologie (< Gr.: θεος, god).

Filosofen die zich met het zijn inlaten[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek zijn op in het WikiWoordenboek.