Zilverui

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Allium cepa
Zilveruitjes

Zilveruitjes zijn in azijn ingelegde kleine uitjes.

Zilveruitjes worden niet groter dan één tot 1,5 centimeter. Ze danken hun aanduiding zilver aan hun - vanwege de azijn - glimmende witte schil. Ze worden letterlijk omschreven als een inmaakuitje met zilverachtig vlies. Ze werden ook wel meloesuien of zilvervliesuien genoemd. Andere uien zijn veelal geel of rood. Zilveruien worden vooral in het zuur of zoetzuur ingemaakt. Ook worden ze gebruikt als garnituur. Zilveruien zijn ook zeer geschikt om mee te koken in soepen of stoofschotels. Ze zijn vers niet vaak verkrijgbaar. Ondanks de afwijkende maat en kleur zijn zilveruien 'gewone' uien.

De gewone Allium cepa wordt gezaaid van maart tot mei en geoogst in juli en augustus. De uitjes moeten voldoende diep (zo'n 5 centimeter) worden gezaaid, om te voorkomen dat de uitjes groen worden. Ze zijn rijp als het loof begint af te sterven, waarna de uitjes worden gerooid.

Net als alle uien bevatten zilveruien zwavelhoudende etherische olie, vitaminen en mineralen. In de natuurgeneeskunde gaat men ervan uit dat uien bloeddruk en cholesterol verlagend werken, de eetlust bevorderen en slijmoplossend werken bij verkoudheid en bronchitis[bron?].

Zie ook