Zimmerwaldconferentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Zimmerwaldconferentie was een bijeenkomst die gehouden werd in het Zwitserse Zimmerwald, van 5 september tot 8 september 1915. Het was een bijeenkomst van socialistische internationalisten, dat het einde bezegelde van de samenwerking tussen socialisten van de linkervleugel (communisten) en van de rechtervleugel (sociaaldemocraten). Er namen 38 afgevaardigden deel aan de conferentie, uit landen zoals Rusland, Polen, Italië, Zwitserland, Bulgarije, Roemenië, Duitsland, Nederland, Zweden, Noorwegen en Frankrijk. Uit Nederland was onder meer Anton Pannekoek en Henriette Roland Holst aanwezig. Aan de vooravond van de conferentie organiseerde Lenin een groep socialistische internationalisten, de zogenaamde Linkse Zimmerwaldisten, als teken van protest tegen de centristische houding van de meerderheid van de conferentie (de Centristische Zimmerwaldisten, onder leiding van Robert Grimm).

Het belangrijkste discussiepunt handelde over de strijd van de arbeidersklasse voor vrede tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de loop van deze discussie brachten de linkse socialisten een resolutie en een manifest naar voor dat het imperialistische karakter van de wereldoorlog aantoonde, dat sociaal-chauvinisme veroordeelde en dat de arbeidersklasse opriep om de oorlog te wijzigen in een Revolutie. Zo zou ze de politieke macht kunnen grijpen en de maatschappij op socialistische wijze kunnen organiseren. De meerderheid verwierp de twee teksten, en schoof zelf het standpunt naar voor dat het zich zou beperken tot een pacifistische verklaring. Lenin schoof, in naam van de Linkse vleugel, de eis van een concretisering van politieke slogans. Hij bracht naar voor dat Europa zich aan de vooravond van een revolutiegolf bevond. Dit maakte het noodzakelijk om de massa’s de concrete middelen te geven om mee te strijden. Uiteindelijk nam de conferentie een compromistekst aan (opgesteld door Leon Trotski). Deze tekst week ideologisch af van de Linkse vleugel, maar schoof toch de noodzaak naar voor de arbeidersklasse internationaal te organiseren voor de strijd tegen het imperialisme en de oorlog. De tekst erkende ook het imperialistische karakter van deze oorlog, het huichelachtige aan de slogan ‘verdediging van het vaderland’ en het klaagde het verraad van de leiders van de Tweede Internationale aan. Lenin merkte hierover op dat dit manifest een stap voorwaarts betekende naar een breuk met het opportunisme en het sociaal-chauvinisme. Deelnemers aan de conferentie betuigden tevens hun steun aan diegenen die vervolgd werden omwille van hun verzet tegen de oorlog. Bijzondere uitdrukking van solidariteit kregen Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg, Clara Zetkin en de bolsjewistische leden van de Doema die in ballingschap waren in Siberië.

Een internationale socialistische commissie werd opgericht, dat eigenlijk een nieuw internationaal socialistisch bureau was, en kan aanzien worden als voorloper van de Comintern.