Zoölogie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Zoölogie (of dierkunde) is een discipline in de biologie die dieren bestudeert. Diergeneeskunde is een zelfstandige wetenschap die over het algemeen niet als onderdeel van biologie of zoölogie wordt gezien.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis van de zoölogie

Volgens het scheppingsverhaal in de Bijbel is Adam de eerste zoöloog. Hij was degene die de door God geschapen diersoorten een naam gaf. Dit geeft aan dat dieren altijd de belangstelling van mensen hebben gehad. Ook de oude Grieken deden aan dierkunde, Aristoteles formuleerde zelfs een soort van erfelijkheidsleer. Tot de 16de eeuw lag de nadruk op het verzamelen van beschrijvingen en verhalen over het liefst vreemdsoortige dieren. Dat resulteerde in boeken als de Physiologus (2e eeuw na Christus). In de Middeleeuwen werden veel bestiaria (beestenboeken) uitgegeven, met beschrijvingen en tekeningen van bestaande en verzonnen dieren. Meestal was de inhoud overgenomen uit oudere boeken.

Oorspronkelijk zoölogisch onderzoek werd er weer vanaf de 16de eeuw gedaan, eerst anatomisch onderzoek (geïllustreerd door bijvoorbeeld de Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt uit 1632) en later ook taxonomisch onderzoek. De ontwikkeling van de microscoop stelde onderzoekers als Jan Swammerdam en Antoni van Leeuwenhoek in staat de cellen in verschillende weefsels te bestuderen. Classificatie van soorten gebeurde systematisch vanaf de 18de eeuw (Linnaeus).

Tot de formulering van de evolutietheorie door Charles Darwin in 1859, was de dierkunde vooral beschrijvend van aard. Daarna kwam er ook een verklarend element in: het bestaan, het uitsterven, de morfologie en fysiologie van diersoorten werd verklaard als het gevolg van (gebrek aan) aanpassing aan omstandigheden.

[bewerk] Onderdelen van de zoölogie

[bewerk] Studie van verschillende diergroepen

[bewerk] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen