Zorgverzekeringswet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Zorgverzekeringswet,[1] kortweg Zvw, is een Nederlandse wet die op 1 januari 2006 in werking is getreden. De Zvw maakt, naast de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), deel uit van het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel (zie aldaar voor dekking en eigen risico).

De Zvw stelt een zorgverzekering verplicht voor iedereen die verzekerd is voor de AWBZ. Dit komt neer op alle Nederlandse ingezetenen en mensen die in het buitenland wonen maar vanuit Nederland inkomsten uit arbeid ontvangen.

De omvang van de dekking van de zorgverzekering wordt door de Zvw en de onderliggende wetgeving (Besluit zorgverzekering en Regeling zorgverzekering) bepaald. Tot slot bepaalt de Zvw dat verzekeraars verplicht zijn iedereen te accepteren en zorgverzekeringen niet mogen beëindigen bij slecht schadeverloop.

De mensen met een lager inkomen kunnen tegemoetkoming krijgen vanuit de Wet op de zorgtoeslag.

Premie[bewerken]

De financiering van de zorgverzekering vindt plaats door middel van een nominale premie en een inkomensafhankelijke bijdrage, die elkaar min of meer in evenwicht dienen te houden.[2] (Zie de plannen van het kabinet Rutte II voor 2014 hieronder.)

  • De nominale premie: de premie die de verzekerde aan de verzekeraar betaalt.
  • De inkomensafhankelijke bijdrage (zie onder)
  • Een algemene rijksbijdrage

De bijdragepercentages worden zodanig vastgesteld, dat de som van de inkomensafhankelijke bijdragen gelijk is aan 50% van de ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds of van de zorgverzekeraars komende inkomsten.

Nominale premie[bewerken]

In 2006 bij de start varieerde de premie voor het basispakket tussen de € 990 en € 1122. Verzekeraars kunnen onderling afwijken. Voor kinderen tot 18 jaar is geen premie verschuldigd. DSW, de verzekeraar die meestal als eerste de premie voor het volgend jaar bekend maakt, begon met € 1050. In 2010 is hun nominale premie € 1.080, in 2011 is hun nominale premie € 1194. in 2012 en 2013 € 1230.[3] Voor 2014 werd de jaarpremie met 90 euro verlaagd naar 1140 euro.[4] DSW houdt de premie in 2015 op dit bedrag,[5] hoewel voor 2015 het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verhoging van de nominale premie verwachtte. Dit omdat zorgverzekeraars er in dat jaar een aantal taken bij krijgen die in 2014 nog onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen. De gemeente zal hierin een centrale rol gaan spelen, zij worden verantwoordelijk voor jeugdzorg en zorg aan langdurig zieken en ouderen.[6]

Collectiviteitskorting[bewerken]

Een organisatie kan met een of meer verzekeraars overeenkomen dat haar werknemers, leden of klanten korting krijgen op hun verzekering. Het gaat om uiteenlopende organisaties, naast werkgevers gaat het om patiëntenverenigingen, maar bijvoorbeeld ook de Nationale Postcode Loterij, De Telegraaf, en de HCC. Via de organisatie SEZ kunnen ook in het donorregister ingeschrevenen korting krijgen, zelfs als men heeft laten registreren geen donor te willen zijn (donorpolis); dit gebeurt op basis van de verklaring van de verzekerde, het donorregister verstrekt geen donorgegevens aan het SEZ of aan zorgverzekeraars. Er worden ook wel collectiviteiten speciaal opgericht met dit doel. Ook biedt een verzekeraar een collectiviteitskorting voor de FitClub, voor iedereen die tenminste 3 maal per week 20 minuten aaneengesloten beweegt. ("U bepaalt zelf of u hieraan voldoet. Wij vertrouwen op uw eigen oordeel. U hoeft hier geen lid van te worden. De FitClub is gratis en verplicht u tot niets. U kiest bij het afsluiten van uw zorgverzekering gewoon voor de FitClub als collectieve verzekering.")

In de ZVW is bepaald dat de zorgverzekeraar op de basisdekking maximaal 10% korting mag geven. Op de aanvullende verzekeringen geldt deze beperking niet.

Inkomensafhankelijke bijdrage[bewerken]

Sinds 2013 betaalt ingevolge de Wet uniformering loonbegrip een werkgever of uitkeringsinstantie een werkgeversheffing Zvw van 7,5% (2014), 6,95% (2015) aan het Zorgverzekeringsfonds.[7] De werknemer of uitkeringsgerechtigde heeft zelf niet rechtstreeks te maken met die heffing, ook niet voor de belastingheffing.

De heffing[8] is verschuldigd over maximaal een bepaald bedrag (2014: € 51.414[9]) van loon en uitkeringen werknemersverzekeringen.

De ontvanger betaalt een inkomensafhankelijke bijdrage (IAB, ook genoemd bijdrage Zvw[10]), 5,4% in 2014, 4,85% in 2015[11][12] over de volgende inkomsten waarover ook loonheffing wordt ingehouden:

De bijdrage Zvw wordt op aanslag betaald op de volgende inkomsten:

Voor inkomensbestanddelen waarvoor de werkgever of uitkeringsinstantie de heffing betaalt geldt het maximum per werkgever of uitkeringsinstantie, niet meer voor alle samen. Er vindt dan voor een werknemer met twee of meer banen dus geen correctie achteraf meer plaats als het totale loon hoger is dan het maximum bijdrage-inkomen. Wel blijft gelden dat de premie die de betrokkene zelf moet betalen berekend wordt over niet meer dan het maximum bijdrage-inkomen verminderd met het inkomen waarover zijn werkgevers en uitkeringsinstanties de heffing hebben betaald. Wat te veel is ingehouden op pensioenen en lijfrenten krijgt de betrokkene rechtstreeks terug van de Belastingdienst.

Een nultarief geldt voor zeevarenden en, als overgangsmaatregel voor een periode van 11 jaar, voor alimentatie die al aangevangen is vóór 2006.

De volgende negatieve bestanddelen van het inkomen in box 1 vormen geen aftrekpost voor de IAB:

Vergelijk de grondslag voor de premie AWBZ, die deze negatieve bestanddelen wel in aanmerking neemt, en bovendien beperkt is tot de eerste en tweede schijf (dit is tot ongeveer € 33.000).

Volgens het herziene regeerakkoord 2012 wordt de inkomensgrens van de IAB € 54.071 en het lage tarief 6,05% (2017).[14][11]

De rol van het internet[bewerken]

De opkomst van het internet heeft zowel invloed op de besluitvorming van consumenten alsook invloed op de financiële lasten voor de zorgverzekeraar. Verzekerden kunnen online zorgverzekeringen op basis van zorgpremie, kwaliteit en recensies vergelijken. Tevens kunnen de financiële lasten worden gedrukt voor de zorgverzekeraar door het elektronisch declareren van facturen en het communiceren via elektronische nieuwsbrieven.[15]

Eigen bijdrage[bewerken]

Het Besluit zorgverzekering, artikelen 2.16-2.16f, regelt eigen bijdragen voor bepaalde zorgkosten. Het hieronder behandelde eigen risico heeft betrekking op de kosten die men niet als eigen bijdrage zelf betaalt, het komt er dus bovenop.

Eigen risico[bewerken]

Artikel 19, 1e lid bepaalt dat iedere verzekerde van achttien jaar of ouder een verplicht eigen risico heeft van € 360 per kalenderjaar. Het 2e en 3e lid bepalen dat dit bedrag wordt geïndexeerd.[16] Artikel 21 bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen waarvoor de kosten geheel, gedeeltelijk of in het geheel niet onder het verplicht eigen risico vallen. Dit staat in het Besluit zorgverzekering, artikel 2.17. Zie ook eigen risico bij de zorgverzekering.

Een eventueel vrijwillig eigen risico komt bovenop het verplichte eigen risico. Artikel 20 bepaalt dat de zorgverzekeraar van iedere zorgverzekering in ieder geval een variant zonder vrijwillig eigen risico aanbiedt. De zorgverzekeraar kan voor de verzekering van een persoon van achttien jaar of ouder varianten van de zorgverzekering aanbieden met een vrijwillig eigen risico van € 100, € 200, € 300, € 400 of € 500 per kalenderjaar, waartegenover hij een korting op de premie verleent (andere bedragen zijn niet mogelijk; de zorgverzekeraar hoeft niet alle vijf extra mogelijkheden te bieden). De korting hangt af van de hoogte van het vrijwillig eigen risico en mag ook afhangen van het aantal kalenderjaren waarvoor een vrijwillig eigen risico voor de verzekerde gegolden heeft.

Geschiedenis[bewerken]

Bij invoering van de wet in 2006 was er no-claimpremieteruggave van maximaal € 255. In 2008 werd deze korting afgeschaft en vervangen door een eigen risico van € 150 voor het grootste deel van het basispakket. Een van de uitzonderingen is huisartsenhulp. Dat liep langzaam op naar € 220 in 2012. Het eigen risico voor 2013 werd vastgesteld in het Kunduzakkoord op € 350 voor 2013.

No-claim[bewerken]

2006 2007
€ 255 € 255

Verplichte eigen risico[bewerken]

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015
€ 150 € 155 € 165 € 170 € 220 € 350 € 360 € 375

Achtergrond[bewerken]

De zorgverzekeringswet moest een antwoord bieden op de situatie die was ontstaan nadat het Europees Hof van Justitie van de EU in de jaren negentig van de 20e eeuw in een aantal arresten, te beginnen met Decker en Kohll, had bepaald dat verzekerden vrij waren om gebruik te maken van zorg in andere lidstaten van de EU. Lidstaten met een beperkt zorgaanbod en met wachtlijsten voor behandelingen - waaronder Nederland - vreesden dat daardoor een groot aantal verzekerden hun toevlucht zouden zoeken bij zorgaanbieders in andere lidstaten. Voor Nederland betrof dat met name België, Duitsland, en Frankrijk, waar het aantal huisartsen, specialisten, en ziekenhuisbedden per 100.000 inwoners twee tot vier maal hoger was (en is) dan in Nederland.[17] Het Hof van Justitie beoogde dat effect ook, omdat het in lijn was met de opvatting van de Europese Commissie dat, door verzekerden vrij te laten, de lidstaten gedwongen zouden worden hun gezondheidszorg op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.

Nederland heeft in plaats van voor een vergroting van het zorgaanbod, gekozen voor een defensieve opstelling. Door de uitvoering van het wettelijk stelsel van gezondheidszorg over te dragen aan particuliere verzekeraars, en hun de mogelijkheid te bieden een naturapolis aan de verzekerden aan te bieden, waarbij verzekerden verplicht werden gebruik te maken van de door de zorgverzekeraar gecontracteerde zorgaanbieders, hoopte men het dreigende zorgtoerisme te kunnen beperken, zonder het zorgaanbod op een hoger niveau te hoeven brengen. Ook door de uitvoering van bepaalde zorgtaken, die daarvoor onder de AWBZ vielen, over te dragen aan particuliere verzekeraars en gemeenten, werd bewerkstelligd dat die zorg enkel in het eigen land behoefde te worden verstrekt. In politiek en juridisch debat is momenteel anno 2014 in hoeverre zorgverzekeraars verplicht zijn niet gecontracteerde zorg van een naturapolishouder toch gedeeltelijk te vergoeden. CZ bood zijn verzekerden aan 50% te vergoeden, welk percentage de Hoge Raad op 11 juli als onvoldoende beschouwde. De praktijknorm is inmiddels 75-80%.[18]

Na jarenlang tegen [19] de invoering van de Zorgverzekeringswet te zijn geweest, maakte CDA senator Hannie van Leeuwen een draai van 180 graden bij de behandeling op 29 juni 2005 in de Eerste Kamer. De wet werd met steun van de CDA fractie met 45 tegen 24 stemmen aangenomen. [20]

Regeerakkoord 2012[bewerken]

Vervallen onderdelen[bewerken]

Volgens het Regeerakkoord 2012 zou het eigen risico inkomensafhankelijk gemaakt worden (budgettair neutraal), met drie tredes van grofweg € 180, € 350 en € 595 per jaar.

Ook wilde de regering alleen de naturapolis in het basispakket.

Volgens enkele onderdelen van de eerste versie van het Regeerakkoord 2012[21][22][23][24] die in de herziene versie zijn vervallen zou vanaf 2014 het volgende gelden.

De nominale premie zou sterk worden verlaagd, en er werd daarnaast een inkomensafhankelijke premie ingevoerd (IAP), naast de al bestaande inkomensafhankelijke bijdrage (IAB, zie boven), waarbij de nominale premie plus de IAP de helft van de kosten dekken, en de IAB de andere helft.[25] De nominale premie zou gaan richting de € 400 (2017). De IAB is een percentage over het inkomen boven het minimumloon tot aan tweemaal modaal, dit is ongeveer van € 19.000 tot € 68.000. Boven de € 68.000 en onder de € 19.000 wordt geen IAP geheven.[26]

De verlaging van de nominale premie gecombineerd met de invoering van de IAP zou budgettair neutraal moeten gebeuren. Hiermee samenhangend was er de budgettair neutrale combinatie van het afschaffen van de zorgtoeslag (2014: € 4,5 mld) en een verlaging van het totaaltarief van de tweede en derde schijf van box 1 met 4,05%-punt.

Het zou gaan om een individuele IAP, die afhing van het individuele inkomen.

Volgens de CPB-analyse zou in 2014 de nominale premie omlaag gaan van gemiddeld € 1280 per jaar per volwassene naar gemiddeld € 255, en werd het IAP-tarief 11,1%. Bij een modaal inkomen (€ 34.000) in box 1 dat tevens de grondslag is van de IAP zou dan de stijging van de premie gelijk zijn aan de daling van de IB/PVV in de tweede en derde schijf.[27] De inkomensgrens van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) werd verhoogd naar 2x modaal (dezelfde bovengrens als voor de IAP). Het totaaltarief in de tweede en derde schijf voor wie de IAB zelf moet betalen wordt dus (bij het IAB-tarief van 2012; dit zou wat lager kunnen worden door de grondslagverbreding) gelijk aan 37,95% + 5% + 11,1% = 54,05% (excl. inkomensafhankelijkheid eigen risico, zie onder), voor een AOW'er in de derde schijf idem, in de tweede schijf 36,15%. Het totaaltarief in het eerste deel van de vierde schijf voor wie de IAB zelf moet betalen werd gelijk aan ongeveer 51,9% + 5% + 11,1% = 68%. Vervolgens is het tarief ongeveer 51,9%.[28]

Er was kritiek op de hoge marginale druk (42% wordt 49%, 52% wordt deels 63%, alles excl. IAB), maar ook op het daarna weer lager worden omdat hogere middeninkomens extra zwaar worden belast, maar de echt hoge inkomens een belastingverlaging krijgen. De vraag was dan ook steeds of de Eerste Kamer hiermee ooit in deze vorm zou instemmen.[29]

De voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland had aangegeven dat de voorgenomen kabinetsplannen over de zorgpremie in strijd zouden zijn met Europese regelgeving omdat 85% van de inkomsten van zorgverzekeraars in de toekomst uit belastingen zal worden betaald. Dat zou gelden als staatssteun.

Het regeerakkoord werd echter formeel weer terug aangepast middels de aangenomen motie-Zijlstra/Samsom met de vervanging van het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie door andere maatregelen (33410, nr. 32).[30][31]

Uiteindelijk is op Prinsjesdag bepaald dat de nominale rekenpremie wordt verlaagd naar 1121 euro in 2014.

Gedeeltelijke vergoeding van zorg van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder[bewerken]

Artikel 13 bepaalt dat indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst heeft (naturapolis) en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, hij recht heeft op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten. In de memorie van toelichting op de Zvw is daarbij aangegeven dat de vergoeding niet zo laag mag zijn dat deze voor de verzekerde een feitelijke hinderpaal op zou leveren om naar een niet door zijn verzekeraar gecontracteerde zorgaanbieder te gaan (hinderpaalcriterium). 80% van het marktconforme tarief geldt als een breed gedragen praktijknorm voor hoe laag de vergoeding mag zijn wil deze geen hinderpaal zijn. In een enkel geval wordt ook 60% gehanteerd.[32]

In afwijking op het beginsel dat de verzekeraar een gedeeltelijke vergoeding kan geven geldt dat de naturazorgverzekeraar een volledige vergoeding moet betalen indien de zorg niet van een gecontracteerde zorgaanbieder (of bij hem zelf) kan worden betrokken omdat (1) de zorg acuut nodig was, (2) de naturaverzekeraars te weinig zorgaanbieders had gecontracteerd waardoor hij niet binnen redelijke termijn aan zijn zorgplicht kon voldoen of (3) een zorginkoopcontract met een zorgaanbieder eindigde op het moment waarop een naturaverzekerde reeds bij die aanbieder in behandeling was.

In de verworpen Wet verbod verticale integratie was geregeld dat ook een zorgverzekering mogelijk zou worden zonder recht op deze vergoeding. Bij zo'n zorgverzekering zou dus wat kortweg wordt aangeduid als de "vrije artsenkeuze", meer beperkt worden dan nu mogelijk is.[33] Door dit verwerpen is er de dreiging van een kabinetscrisis. Het kabinet zal het wetsvoorstel aanpassen en opnieuw indienen.[34] Als dit ook wordt verworpen overweegt het kabinet krachtens art. 126 Zvw ("Voor de uitvoering van deze wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.") een nadere uitwerking aan artikel 13 te geven, bijvoorbeeld dat een zorgverzekeraar die weinig zorgaanbieders contracteert verplicht wordt om een hoge vergoeding te geven als de patiënt naar een zorgverlener gaat die niet is gecontracteerd, en dat de zorgverzekeraar die een breed aanbod zorgaanbieders heeft gecontracteerd de vrijheid krijgt zorg die dan nog buiten dat aanbod wordt gezocht niet te vergoeden.[35]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dijk, mr. J.W.S. van, M.J.A. Nikkels-Agema en H. Winters FFP (2006) Praktijkgids Zorg & Inkomen 2006. Deventer:Kluwer. ISBN 90-13-03380-6
  • Hamilton, mr. G.J.A., (2005), Een zorgverzekering voor iedereen. PS-special Zorgverzekeringswet en Wet op de zorgtoeslag. Deventer: Kluwer. ISBN 90-13-03007-6
  1. Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet)
  2. Voor wat cijfers uit de Rijksbegroting [1]
  3. http://www.dsw.nl/Consumenten/default.aspx?page=actueel_premie2013
  4. http://www.dsw.nl/Consumenten/zorgverzekering/basisverzekering
  5. http://www.telegraaf.nl/overgeld/gezin-zorg/23113492/__DSW-premie_blijft_in_2015_gelijk__.html
  6. http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gemeenten/decentralisatie-van-overheidstaken-naar-gemeenten
  7. http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/zorgverzekeringswet/bijdrage_zorgverzekeringswet/hoe_wordt_de_inkomensafhankelijke_bijdrage_zvw_betaald/hoe_wordt_de_bijdrage_zvw_berekend/maximumbedragen_en_aanslaggrenzen/maximumbedragen_en_aanslaggrenzen
  8. Zorgverzekeringswet art. 43 en Regeling zorgverzekering:
    • art. 5.2: € 51.514
    • art. 5.4, lid 1: 7,5%
    • art. 5.4, lid 2: 5,4%
  9. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/regelingen/2013/11/19/rekenregels-januari-2014.html
  10. http://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/nieuwsbrief_loonheffingen_2013_lh2091t31fd.pdf
  11. a b http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/begrotingen/2014/09/16/xvi-volksgezondheid-welzijn-en-sport-rijksbegroting-2015.html
  12. http://www.personeelsnet.nl/bericht/dit-zijn-de-wijzigingen-voor-hr-in-2015/
  13. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29689-10.html
  14. Dit is allebei lager dan in het oorspronkelijke regeerakkoord.
  15. Dezelfde zorgverzekering online goedkoper, NU.nl, 14-11-2012
  16. Indexering 2014: [2].
  17. "Vergoeding van medische kosten in het buitenland", J.G.C. van Schaik, Juridisch adviseur NVVR "De Wervelkolom".
  18. ECLI: ECLI:NL:HR:2014:1646
  19. https://www.sp.nl/nieuwsberichten/2753/050607-half_miljoen_protestkaarten_tegen_zorgverzekeringswet.html
  20. Vergadering Eerste Kamer 29 juni [3]
  21. Bijlage A bij het regeerakkoord 'Bruggen slaan' - zie 42. Invoering inkomensafhankelijk zorgpremie en terugsluis zorgtoeslag
  22. http://www.eenvandaag.nl/uploads/doc/Berekening.pdf
  23. e-mail Stef Blok
  24. Premietabel 2014
  25. Dit werd in het Regeerakkoord gesuggereerd door de zin: "De zorgkosten blijven gelijk verdeeld tussen werkgevers en werknemers."
  26. De zorgtoeslag zou verdwijnen. Voor 2017 ging men uit van een nominale premie van 400, daarna bleef de verhouding tussen de nominale en inkomensafhankelijke premie constant. Het bestaande eigen risico werd budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk eigen risico. De zorgkosten bleven gelijk verdeeld tussen werkgevers en werknemers.
  27. Zie ook [4] met [5] (zie ook de broncode).
  28. Een kleine verlaging van het tarief in de vierde schijf (dat in 2013 52% bedraagt) zou het gevolg zijn van het voor de helft doorsluizen van het budgettaire voordeel van het nog maar voor maximaal 51,5% kunnen aftrekken van hypotheekrente. Een dergelijke verlaging zou zich elk jaar herhalen. Uiteindelijk zou het tarief van deze schijf 49% worden.
  29. Commentaar Frits Wester in de uitzending van Pauw en Witteman op 31 oktober 2012.
  30. Verslag debat 14 november 2012 in de Tweede Kamer
  31. Uitslag stemmingen regeringsverklaring
  32. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33362-3.html
  33. http://nos.nl/artikel/2009444-waar-gaat-de-discussie-over-de-vrije-artsenkeuze-over.html
  34. http://www.nu.nl/files/2014D47816.pdf
  35. Debat in de Tweede Kamer over het verwerpen van de Wet Marktordening Gezondheidszorg en enkele andere wetten door de Eerste Kamer