Zuivere stof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Goud is een van de weinig in de natuur voorkomende zuivere stoffen, aangezien ze inert is ten opzichte van de meeste andere stoffen.

Een zuivere stof is in de scheikunde een chemische stof met een aantal specifieke, constante stofeigenschappen, zoals smeltpunt, kookpunt, massadichtheid en oplosbaarheid (in water bijvoorbeeld). Een zuivere stof heeft een ondubbelzinnige samenstelling op moleculair of atomair niveau.

Zuivere stoffen worden verder onderverdeeld in enkelvoudige en samengestelde stoffen.

Zuivere stoffen komen in de natuur slechts zelden voor; uitzonderingen zijn onder meer diamant en edelmetalen, zoals zilver en goud. Meestal treft men stoffen aan vermengd met andere stoffen. In dat geval wordt over een mengsel gesproken. Dit mengsel kan homogeen of heterogeen van aard zijn. Via chemische scheidingsmethoden kunnen zuivere stoffen uit een mengsel verkregen worden.

Absoluut zuivere stoffen zijn moeilijk te verkrijgen of te behouden. Zo zal chemisch zuiver water spontaan zeer vlug zuurstofgas en koolstofdioxide uit de lucht opnemen. In de chemische industrie en in het laboratorium wordt daarom onderscheid gemaakt tussen zuivere stoffen naargelang hun zuiverheidsgraad: hiertoe worden termen als purum, purissimum en pro analysi gebruikt.

In het dagelijks taalgebruik wordt met 'zuivere' lucht of 'zuiver' water in feite gedoeld op schone of gezonde lucht of drinkwater. Lucht is geen zuivere stof, daar zij in hoofdzaak is samengesteld uit zuurstofgas, stikstofgas en argon. Drinkwater bestaat dan weer uit diverse in het water opgeloste zouten (weliswaar in lage concentraties). Deze 'zuivere' stoffen zijn dus in feite mengsels.