Zwabische Kreits

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Zwabische Kreits binnen het Heilige Roomse Rijk rond 1555

De Zwabische Kreits was een van de 10 kreitsen, waarin het Heilige Roomse Rijk was verdeeld.

Het voorzitterschap van de kreits werd bekleed door de bisschop van Konstanz en de hertog van Württemberg.

Het gebied van de Kreits werd in de loop der tijd kleiner. Zie de lijst van vervallen zetels in de Zwabische Kreits

Omstreeks 1795 behoorden de volgende staten tot de Kreits:

Geestelijke vorstenbank[bewerken]

  1. Het sticht Konstanz
  2. Het sticht Augsburg
  3. De vorstelijke abdij Kempten
  4. De vorstelijke proosdij Ellwangen

Wereldlijke vorstenbank[bewerken]

  1. Het hertogdom Württemberg met het graafschap Löwenstein
  2. Het opper-markgraafschap Baden (Baden-Baden) met Kehl en de heerlijkheid Mahlberg
  3. Het neder-markgraafschap Baden (Baden-Durlach)
  4. Het markgraafschap Hachberg (in bezit van Baden) met het landgraafschap Sausenberg, de heerlijkheid Rötteln en de heerlijkheid Badenweiler
  5. Het vorstelijk graafschap Hohenzollern-Hechingen
  6. Het graafschap Hohenzollern-Sigmaringen
  7. De heerlijkheid Haigerloch
  8. De vorstelijke vrouwenabdij Lindau
  9. De vorstelijke vrouwenabdij Buchau
  10. Het vorstelijk graafschap Tengen (in bezit van Auersperg)
  11. Het graafschap Heiligenberg (in bezit van Fürstenberg)
  12. Het graafschap Oettingen
  13. Het vorstelijk landgraafschap in de Klettgau (in bezit van Schwarzenberg)
  14. Het vorstendom Liechtenstein (sinds 1707)

Prelatenbank[bewerken]

  1. De abdij Salem (Salmannsweiler)
  2. De abdij Weingarten
  3. De abdij Ochsenhausen
  4. De abdij Elchingen
  5. De abdij Irsee
  6. De abdij Ursberg
  7. De abdij Kaisheim
  8. De abdij Roggenburg
  9. De abdij Rot
  10. De abdij Weißenau
  11. De abdij Schussenried
  12. De abdij Marchtal
  13. De abdij Petershausen
  14. De proosdij Wettenhausen
  15. De abdij Zwiefalten (sinds 1750)
  16. De abdij Gengenbach
  17. De abdij Neresheim (sinds 1767)
  18. De abdij Heggbach
  19. De abdij Gutenzell
  20. De abdij Rottenmünster
  21. De abdij Baindt
  22. De abdij St. Georg (Isny) (sinds 1782)
  23. De abdij Söflingen (sinds 1773)

Graven- en herenbank[bewerken]

  1. De commanderij Altshausen van de Duitse Orde
  2. De commanderij Rohr-Waldstetten van de Duitse Orde
  3. De commanderij Mainau van de Duitse Orde
  4. Het landgraafschap Stühlingen (in bezit van Fürstenberg)
  5. Het landgraafschap Baar (in bezit van Fürstenberg)
  6. De heerlijkheid Wiesensteig (in bezit van Beieren en tot 1752 gedeeltelijk van Fürstenberg)
  7. De heerlijkheid Hausen (in bezit van Fürstenberg)
  8. De heerlijkheid Meßkirch (in bezit van Fürstenberg)
  9. De heerlijkheid Tettnang en Argen (sinds 1783 in bezit van Oostenrijk)
  10. Het land van het vorstelijk huis Oettingen-Wallerstein en het grafelijk huis Oettingen-Baldern
  11. Het graafschap Friedberg en Scheer (sinds 1787 in bezit van Thurn und Taxis)
  12. Het graafschap Königsegg en de heerlijkheid Aulendorf
  13. Het graafschap Rothenfels en de heerlijkheid Staufen
  14. Het land van de erfelijk drossaards (Truchsessen) van Waldburg-Zeil-Zeil en Waldburg-Zeil-Wurzach
  15. Het land van de erfelijk drossaards (Truchsessen) van Waldburg-Wolfegg-Wolfegg en Waldburg-Wolfegg-Waldsee
  16. Het land van de erfelijk drossaards (Truchsessen) van Waldburg-Scheer-Scheer en Waldburg-Trauchburg
  17. De heerlijkheden Mindelheim en Schwabegg (sinds 1671 in bezit van Beieren)
  18. De heerlijkheid Gundelfingen (in bezit van Fürstenberg)
  19. Het graafschap Eberstein (sinds 1660 in bezit van Baden)
  20. Het land van de graven Fugger (sinds 1563)
  21. De heerlijkheid Glött (Fugger)
  22. De heerlijkheid Mickhausen (Fugger)
  23. De heerlijkheid Wellenburg en de plege Rettenbach (Fugger)
  24. Het graafschap Hohenems (sinds 1759 in bezit van Oostenrijk)
  25. De heerlijkheid Justingen (sinds 1751 in bezit van Württemberg)
  26. Het graafschap Bonndorf (sinds 1582 in bezit van abdij Sankt Blasien)
  27. De heerlijkheid Eglofs (sinds 1662)
  28. De heerlijkheid Thannhausen (sinds 1677; sinds 1708 in bezit van Stadion)
  29. Het graafschap Hohengeroldseck (sinds 1711 in bezit van van der Leyen)
  30. De heerlijkheid Eglingen (sinds 1555; sinds 1726 in bezit van Thurn und Taxis)
  31. Het graafschap Sickingen (sinds 1792)

Stedenbank[bewerken]

  1. De rijksstad Augsburg
  2. De rijksstad Ulm
  3. De rijksstad Esslingen
  4. De rijksstad Reutlingen
  5. De rijksstad Nördlingen
  6. De rijksstad Schwäbisch Hall
  7. De rijksstad Überlingen
  8. De rijksstad Rottweil
  9. De rijksstad Heilbronn
  10. De rijksstad Schwäbisch Gmünd
  11. De rijksstad Memmingen
  12. De rijksstad Lindau
  13. De rijksstad Dinkelsbühl
  14. De rijksstad Biberach
  15. De rijksstad Ravensburg
  16. De rijksstad Kempten
  17. De rijksstad Kaufbeuren
  18. De rijksstad Weil der Stadt
  19. De rijksstad Wangen
  20. De rijksstad Isny
  21. De rijksstad Leutkirch
  22. De rijksstad Wimpfen
  23. De rijksstad Giengen
  24. De rijksstad Pfullendorf
  25. De rijksstad Buchhorn
  26. De rijksstad Aalen
  27. De rijksstad Bopfingen
  28. De rijksstad Buchau
  29. De rijksstad Offenburg
  30. De rijksstad Gengenbach
  31. De rijksstad Zell am Harmersbach

Literatuur[bewerken]

G. Köbler, Historisches Lexicon der deutschen Länder (1989) M. Spindler, Bayerischer Geschichtsatlas, 1969.