Zwachtelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zwachtelen is het behandelen van oedeem met een verband. Het wordt vooral toegepast aan de benen, en soms ook aan armen. Door het verband stijgt de druk in de weefsels, zodat het vocht uit het weefsel gedreven wordt, de lymfe- en veneuze vaten in. Gewoonlijk wordt gezwachteld met een rustdruk aan de enkel van ongeveer 40 mm kwik. Als het verband weinig lengterek vertoont, zal de weefseldruk bij het aanspannen van de spieren extra stijgen. Dit wordt een hoge werkdruk genoemd. Daarom zijn zwachtels aan de onderbenen vooral effectief als het gecombineerd wordt met lopen: de officiële benaming voor zwachtelen is daarom ambulante compressietherapie. Als het vocht weggezwachteld is kunnen therapeutische elastische kousen aangemeten worden.

Indicaties[bewerken]

Redenen om te gaan zwachtelen:

Er kunnen redenen zijn om geen zwachtels te gebruiken:

  • een huidaandoening of wond die vaker dan 3x/week verzorging vraagt.
  • een arteriële bloeddruk aan de enkel <70 mmHg, zoals bij etalagebenen.

Typen zwachtels[bewerken]

Er zijn verschillende typen zwachtels, en verschillende technieken om deze aan te brengen.

  • Lange-rekzwachtels hebben veel lengterek. Deze oefenen ook druk uit als de spieren ontspannen zijn.
  • Korte-rekzwachtels worden het meest gebruikt. Deze vertonen relatief weinig lengterek, ze werken dus vooral als een patiënt rondloopt (en niet te veel zit).
  • Inelastische zwachtels: katoen, zinklijm, gips. Katoen geeft makkelijk afsnoeringen, maar de andere vormen zijn erg veilig aan te brengen, ook als de bloedtoevoer slecht is. Voordeel is dat het ledemaat goed beschermd is tegen verwondingen en krabben.
  • Zelfklevende zwachtels kleven op andere lagen, maar niet op de huid. Voordeel is dat het verband minder snel afzakt en dus langer blijft zitten, ook bij ongunstige vorm van het been. Nadeel is dat het moeilijker is aan te brengen, en makkelijk te strak kan worden aangebracht.
  • In Groot-Brittannië worden veel four-layered bandages gebruikt, wat een combinatie is van korte- en langerekzwachtels, meestal als een pakket verkocht.

Techniek[bewerken]

In Nederland zijn voor zwachtelen van de benen richtlijnen opgesteld: de CBO-methode. Hierin wordt bijvoorbeeld het belang benadrukt van goed "polsteren": het met watten opvullen van holtes (bijvoorbeeld achter de enkel) en afronden van uitstekende botpunten (zoals het scheenbeen). Zo wordt de druk van de zwachtels regelmatig verdeeld, want anders zou in de holtes geen druk uitgeoefend worden, terwijl op de uitstekende punten te veel druk komt. Bij de plekken waar geen druk op wordt uitgeoefend door de zwachtels kan "vensteroedeem" ontstaan.

Een veel voorkomende denkfout bij polsteren is, dat men de druk wil verzachten in plaats van evenredig verdelen. Men legt dan bijvoorbeeld een laag watten over het scheenbeen of de enkels, als bescherming voor de huid en om de druk te vergroten. Dit verhoogt echter juist de druk op deze uitstekende botten. De bedoeling is het polstermateriaal naast de uitstekende botten aan te brengen tot je het bot niet meer voelt uitsteken wanneer je er met gestrekte hand op duwt. Het is moeilijk om dit te fixeren dus gebruik je hierbij een vliesdun klevend fixatiewindsel.

Daarna worden in tegengestelde richting 2 lagen windsels aangebracht. Zwachtels worden aangebracht vanaf de basis van de tenen tot 2 cm onder de knie. Dit wordt gedaan, omdat zwachtelen tot in de knieholte kan leiden tot het afsluiten van een ader. In deze situatie kan, door het buigen van de knie, de ader mogelijk worden vernauwd, of zelfs afgesloten worden.

Het zwachtelen van de benen om vochtophopingen weg te krijgen vergt grote vaardigheid en heeft ook in sommige gevallen grote gezondheidsrisico's. Daarom valt het onder de zogenaamde voorbehouden handelingen en mag het alleen op voorschrift van een arts toegepast worden door bevoegde en bekwame zorgkundigen.

Risico's[bewerken]

Het belangrijkste risico is een te strak verband kan leiden tot verminderde doorbloeding en weefselschade. Dit gebeurt vooral als er (door een slechte techniek) plaatselijk te veel druk ontstaat. Door onvoldoende polsteren kunnen op drukpunten blaren en wonden ontstaan. Bij een slechte pompfunctie van het hart in combinatie met veel oedeem, kan er na het aanbrengen van het verband zoveel vocht in de bloedbaan komen, dat er een acuut hartfalen ontstaat. Daarom zal in risicogevallen de eerste keren extra voorzichtig gezwachteld worden.