Zwanenmossel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwanenmossel
Zwanenmossel
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Bivalvia (Tweekleppigen)
Orde: Eulamellibranchiata
Familie: Unionidae
Geslacht: Anodonta
soort
Anodonta cygnea
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Zwanenmossel op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De zwanenmossel (Anodonta cygnea) is een in zoet water levende tweekleppige van de familie Unionidae.

Algemeen[bewerken]

De zwanenmossel, die 20 centimeter lang en 12 jaar oud kan worden, voedt door middel van een filtersysteem, aangedreven door een aantal sterke spieren. Het dier bezit een grote, gespierde voet, die gebruikt wordt om het lichaam voor zo'n 70% in de bodem in te graven, om vervolgens door één opening, bedekt met fijne cilia om grof materiaal te manoeuvreren, water naar binnen te pompen. Het water gaat via de maag, waar eetbare deeltjes worden uitgefilterd, langs de kieuwen, om uiteindelijk vie een tweede sifon het lichaam te verlaten. Afvalstoffen verlaten de mossel via deze zelfde sifon.

De zwanenmossel heeft twee zeer sterke spieren, de adductoren, waarmee de twee schelpen bij elkaar worden gehouden. Wanneer er gevaar dreigt, kan de mossel de schelp zo sterk sluiten, dat het zelfs voor een mens welhaast onmogelijk is de mossel te openen zonder de schelp te breken.

Voortplanting[bewerken]

Anodonta cygnea glochidium.png

De mannetjes laten hun sperma in grote hoeveelheden het water los. Omdat er veel sperma wordt verspreid en omdat de vrouwtjes het water actief rond pompen, worden de eitjes (in de mantelholte) bevrucht. De eieren (het vrouwtje kan er enkele miljoenen leggen) komen snel uit, ontwikkelen na zo'n vijf dagen kleine schelpjes en nemen een parasitaire levensstijl aan. De schelpjes hebben kleine tandjes, waarmee de larven zich vasthechten aan passerende vissen, op wiens slijmlaag zij een maand lang zullen teren. Na deze maand laten de mossels los, en zullen zij de rest van hun leven doorbrengen als filtervoedende bodembewoners (Gittenberger et al., 1998).

Verspreiding[bewerken]

De zwanenmossel is een wijdverbreide soort. Zij komt voor in bijna heel Europa, is minder algemeen in Groot-Brittannië en heeft zich door aquariumdierenhandel met gematigd succes weten te verspreiden in Noord-Amerika. In Nederland komt de zwanenmossel zeer veel voor. In Duitsland, Polen en de Tsjechische Republiek wordt de soort met uitsterven bedreigd.

Ecologische betekenis[bewerken]

De zwanenmossel is zeer gevoelig voor watervervuiling. Als de habitat van de zwanenmossel vervuild raakt, sterft vaak een groot deel van de populatie, aangezien elke gestorven mossel het water zelf sterk vervuilt, en zo de situatie verergert.

Zwanenmosselen worden soms gebruikt als "early warning"-systeem voor verontreiniging; verhoogde sterftecijfers en veranderingen in gedrag kunnen wijzen op waterverontreiniging.

De bittervoorn is voor zijn voortplanting afhankelijk van de zwanenmossel. De larven van de zwanenmossel profiteren daar echter niet van omdat ze zich op andere vissoorten hechten.

Na zeer strenge winters, zoals in 1963 kunnen de zwanenmossels ook massaal verdwijnen en daarmee ook de bittervoorns, die echter geen bepaalde voorkeur voor mosselsoorten hebben. Bittervoorns gebruiken zelfs de Aziatische korfmossel voor hun voortplanting[bron?].

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Gittenberger, E., Janssen, A.W., Kuijper, W.J., Kuiper, J.G.J., Meijer, T., Velde, G. van der & Vries, J.N. de (1998) De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 288 pp.