Zwartharige vachtegel
| Zwartharige vachtegel IUCN-status: Kritiek[1] (2008) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Zaglossus bartoni (Thomas, 1907) |
|||||||||||||
| Leefgebied | |||||||||||||
| Zwartharige vachtegel op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De zwartharige vachtegel (Zaglossus bartoni) is één van de drie nog levende soorten van het geslacht Zaglossus.
Kenmerken [bewerken]
Het dier heeft vijf klauwen aan de voorpoten en vier klauwen aan de achterpoten en is daaraan te onderscheiden van de andere leden van het geslacht. Het gewicht varieert van 5 tot 10kg. De lichaamslengte varieert tussen de 60 tot 100cm en het dier heeft geen staart. Het heeft een dikke zwarte vacht. De soort is het grootste van alle cloacadieren en beweegt langzaam. Als verdediging rolt het zich op in een stekelige bal.
Leefgebied [bewerken]
Deze soort bewoont gematigde en tropische bossen, bosachtige terreinen, open habitats en bergachtige gebieden op Nieuw-Guinea. Het komt voornamelijk voor op grote hoogtes tussen de 2000 en 3000 meter in Papoea-Nieuw-Guinea en het Foja-gebergte.
Ondersoorten [bewerken]
Er zijn vier erkende ondersoorten:
- Z. bartoni bartoni
- Z. bartoni clunius
- Z. bartoni smeenki
- Z. bartoni diamondi
De populatie van iedere ondersoort is geografisch geïsoleerd en ze kunnen onderscheiden worden aan de hand van de verschillen in hun lichaamslengte.
Bronnen, noten en/of referenties
|