Zwemdiploma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinderen zwemmen voor het A-diploma

Een zwemdiploma of zwembrevet is een bewijs dat iemand zwemmen heeft geleerd. Als men eenmaal kan zwemmen verleert men het niet snel, net zoals bijvoorbeeld fietsen. Men hoeft dus in tegenstelling tot het rijbewijs nooit een tweede keer te bewijzen dat men op een bepaald niveau kan zwemmen. Hierbij dient wel aangetekend te worden dat men het behaalde diploma of brevet moet kunnen tonen en de lichamelijke conditie op peil moet zijn.

Wanneer iemand wil werken in een functie waarbij zwemvaardigheid een vereiste is, bijvoorbeeld bij politie of brandweer, dient hij of zij over een erkend zwemvaardigheidsbewijs te beschikken. Het is daarom belangrijk om een behaald zwemdiploma zorgvuldig te bewaren, aangezien anders mogelijk extra testen gedaan moeten worden.

Zwemdiploma's in België[bewerken]

In Vlaanderen worden de zwembrevetten uitgegeven door het Instituut voor Sportbeheer en recreatieBeleid (ISB), Koninklijke Belgische Zwembond (KBZB) of de GezinsSport Federatie (GSF). Alle drie kunnen ze brevetten uitgeven en gebruiken ze andere systemen en methodologie wat veel verwarring geeft.

Instituut voor Sportbeheer en recreatieBeleid (ISB)[bewerken]

Badmeesters, redders en lesgevers van openbare zwembaden kunnen ze toekennen evenals leerkrachten bij schoolzwemmen. Zwembaden en sportdiensten bestellen de zwembrevetten bij het ISB. De volgende zwembrevetten worden uitgedeeld:

  • Watergewenning
    • Eendje: hoofd onder water houden, ogen onder water openen, drijfvermogen voelen, vijf maal na elkaar onder water blazen, van de boord springen
    • Zeepaardje: buikwaarts drijven, rugwaarts vlotten, drie kleine voorwerpen opvissen, duiken van de boord, slalom met hindernissenparcours
    • Pinguïn: benen schoolslag/crawl, dolfijnspringen, behendigheidsproef, springen van het startblok, 25 meter zwemmen schoolslag of crawl
    • Zeehond
    • Dolfijn
  • Zwembrevetten
    • A
    • B
    • C
  • Afstanden ; met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 200 m zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl) ; daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB
    • 25 m
    • 50 m
    • 100 m
    • 200 m
    • 400 m
    • 800 m
    • 1000 m
    • 1500 m
  • Survivalzwemmen
    • Survival I
    • Survival II
    • Survival III
    • Survival IV
  • Trimzwemmen
    • Spaarkaart 3.000 m
    • Spaarkaart 5.000 m
    • Spaarkaart 10.000 m
    • Spaarkaart 25.000 m
    • Spaarkaart 50.000 m
    • Spaarkaart 100.000 m

Koninklijke Belgische Zwembond (KBZB)[bewerken]

De KBZB heeft 12 zwembrevetten, waarvan de eerste 3 watergewenning. De rest is enkel afstandzwemmen.

  1. Eendje
  2. Pinguin
  3. Dolfijn
  4. 50 m
  5. 100 m
  6. 3 × 50 m
  7. 200 m
  8. 400 m
  9. 800 m
  10. 1000 m
  11. 1500 m
  12. Lange afstand (minimaal 2000 m)

Zwemdiploma's in Nederland[bewerken]

Sinds 1984 is er in Nederland het Nationale Zwemdiploma, dat sinds 1998 Zwem-ABC heet. Dit diploma bestaat uit drie landelijk erkende zwemdiploma's; A, B en C. Uitgever is het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ.[1] Wie ze alle drie gehaald heeft is volkomen vertrouwd in het water en zal zich in bijna alle mogelijke situaties zelf kunnen redden. Bij de lesopbouw voor het zwemdiploma speelt zwemveiligheid een grote rol. Er wordt rekening mee gehouden dat kinderen al vanaf vier jaar oud een zwemdiploma willen behalen.

De eisen voor het Zwem-ABC omvatten alle vaardigheden die nodig zijn bij het zwemmen in bijvoorbeeld een subtropisch zwemparadijs of in buitenwater. Ook wordt geleerd hoe te handelen bij onverwachts te water raken. Door de A-B-C-opbouw van het diplomasysteem wordt de leerling na het behalen van ieder van de diploma's weer wat vaardiger en dus ook veiliger in het water. Daarbij staat niet de techniek van de zwemslagen centraal, maar gaat het vooral om het veilig en vrij bewegen in het water in alle situaties waarin men terecht kan komen.

De exacte eisen voor het zwemdiploma zijn gepubliceerd in de uitgave Bepalingen Richtlijnen en Examenprogramma's Zwemdiploma's (BREZ) en op de internetsite van het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ. Officieel is de herziene BREZ2.0 op 1 mei 2010 van kracht geworden. Tot 1 september van dat jaar gold een overgangsperiode waarin de BREZ uit 1998 ook nog geldig was, sindsdien mag uitsluitend nog volgens de nieuwe richtlijnen diploma gezwommen worden. De verkorte eisen[2] staan afgedrukt op de achterkant van elk diploma.

Nederlandse zwemvaardigheidsdiploma's[bewerken]

Wie het Zwem-ABC heeft behaald, heeft het predicaat zwemveilig. Na het behalen van het Zwem-ABC kan de zwemvaardigheid nog verder vergroot worden met de volgende algemene en specifieke zwemvaardigheidsdiploma's:

  • Zwemvaardigheid 1, 2 en 3
  • Snorkelen 1, 2 en 3
  • Survival 1, 2 en 3
  • Aquasportief voor Kids 1, 2 en 3
  • Waterpolo 1, 2 en 3
  • Synchroonzwemmen 1, 2 en 3
  • Springen 1, 2 en 3
  • Wereldzwemslagen 1, 2 en 3

Al deze Nederlandse zwemdiploma's worden uitgegeven door het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ. Daarnaast geeft ook de stichting ENVOZ zwemdiploma's uit.[3] Deze diploma's zijn internationaal erkend[4] maar aanmerkelijk minder bekend dan de diploma's van het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ.

Geschiedenis zwemdiploma's in Nederland[bewerken]

In 1890 startte de Nationale Zwem Bond (de latere KNZB) de eerste besprekingen over het diploma "Geoefend Zwemmer" en het diploma "Zwemmeester". In 1892 / 1893 werden de eerste diploma's daadwerkelijk uitgereikt. Vanaf dat moment waren er dus zwemdiploma's in Nederland: de Nationale Zwem Bond gaf in deze periode al snel de meeste zwemdiploma's af en was de enige organisatie die landelijke zwemdiploma's afgaf. In 1937 kwam er voor de eerste keer een "uniform Nederlands Zwemdiploma" al snel gevolgd door een viertal Zwemvaardigheidsdiploma's. Vanaf die tijd werden er door de KNZB naast de gewone zwemdiploma's ook aparte diploma's uitgegeven voor schoolzwemmen. Al deze KNZB-diploma's werden in 1942 door de Duitse bezetter ondergebracht bij de overheid. Een bijzonder aspect bij deze wetgeving was de scheiding tussen scholieren en niet-scholieren. Wie het zwemdiploma behaalde via het schoolzwemmen kreeg een diploma van het ministerie van OC & W uitgereikt, niet-scholieren ontvingen een KNZB-diploma. Deze scheiding is tot 1984 gehandhaafd. Na de oorlog is het diplomazwemmen bij de toenmalige ministers van CRM en O & W gebleven. De KNZB werd opnieuw belast met de uitvoering en het toezicht op het diplomazwemmen voor niet-scholieren. Het ministerie van OC & W bleef de schoolzwemdiploma's voor haar rekening nemen. Later mocht ook de NCS zwemdiploma's uitgeven en kwamen er ook aprte diploma's voor schipperskinderen.

Van 1946-1984 waren er twee zwemdiploma's (in KNZB- en OC & W-uitvoering):

  • Diploma 1: Voorbereidend Zwemdiploma
    • Te water gaan van de bassinrand met rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, onmiddellijk gevolgd door 125 meter zwemmen, waarvan de eerste 75 meter met de schoolslag en de laatste 50 meter met de enkelvoudige rugslag, met de handen op de heupen moeten worden afgelegd;
    • Te water gaan van de bassinrand met rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, onmiddellijk gevolgd door 1 minuut watertrappen met de vingers boven water.
  • Diploma 2: Diploma Geoefend Zwemmer
    • Gekleed te water gaan van de bassinrand met de rechtshandige sprong voorwaarts gestrekt of met de startsprong, onmiddellijk gevolgd door 50 meter zwemmen met de schoolslag;
    • Te water gaan van de bassinrand met rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt of met startsprong, onmiddellijk gevolgd door 150 meter zwemmen, waarvan de eerste 100 meter met de schoolslag, de volgende 25 meter met de enkelvoudige rugslag met de handen op de heupen en de laatste 25 meter met de handen gekruist over de borst moeten worden afgelegd;
    • Te water gaan van de bassinrand met de rechtstandige sprong voorwaarts en vervolgens 1 minuut watertrappen, waarvan de laatste 25 seconden met de handen boven water.

Verder had de KNZB nog de Zwemvaardigheidsdiploma’s A, B en C. De KNZB ging er destijds van uit dat jonge kinderen van een jaar of vijf echt nog niet een zwemdiploma mochten halen, die visie zag men ook terug in de zwaarte van de gestelde eisen.

Dit systeem is vanaf 1946 in verschillende varianten tot 1984 gebruikt. Per 1 augustus 1984 kwamen de diploma's van de KNZB, OC & W, NCS en de diploma's voor schipperskinderen te vervallen. Daarna is onder andere op wens van de overheid een centraal uitgegeven nationaal zwemdiploma van start gegaan. Het onderscheid tussen diploma's voor scholieren en niet-scholieren is bij dit nieuwe zwemdiploma vervallen. De nieuw opgerichte Nationale Raad Zwemdiploma's (NRZ) kreeg de opdracht van het ministerie van WVC om de taak van het uitgeven en beheren van de Nationale Zwemdiploma's uit te voeren.

Het eerste Nationale Zwemdiploma, genaamd Basiszwemdiploma, werd op 16 mei 1984 uitgereikt door prins Bernhard. Het vernieuwde diplomasysteem, dat de BREZ (de uitgave Bepalingen Richtlijnen en Examenprogramma's Zwemdiploma's) als uitgangspunt had, bestond uit drie delen. Er waren eerst een A- en een B-diploma, die echter slechts als tussentoets dienden voor het uiteindelijke doel: het Basiszwemdiploma. Door tijdens de zwemles de "Tussentoets op weg naar het Basiszwemdiploma" te doen, konden het A- en B-diploma overgeslagen worden.

In 1998 werd het Nationale Zwemdiploma omgevormd. Men ging toen naar een systeem van drie echte diploma's, een A-, een B- en een C-diploma. De naam voor het Nationale Zwemdiploma werd Zwem-ABC. Ook bij dit systeem blijft gelden dat men pas bij het behalen van het derde diploma, dus het C-diploma, de volledige eisen van het Nationale Zwemdiploma heeft bereikt. De BREZ is hiervoor geheel vernieuwd en deze geldt nu (na nog een wijziging in 2010) als BREZ2.0 nog steeds als officiële regelgeving voor het Zwem-ABC.

Brevetten reddingsbrigades[bewerken]

Tot en met 2008 was het ook mogelijk zwembrevetten te halen bij de reddingsbrigades. Vanaf 5 jaar kon men lid worden van de plaatselijke brigade en oefenen voor Brevet A en Brevet B. Men beheerste dan de basis van het zwemmen en kon eventueel verder gaan om zwemmend redden te leren. Vanaf 2009 werken ook de reddingsbrigades met de diploma's van het Zwem-ABC.

Zwemdiploma's buiten België en Nederland[bewerken]

De eisen die voor het behalen van diploma's of brevetten gesteld worden kunnen per land sterk verschillen.[5]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties