Zwenkvleugel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder zwenkvleugels verstaat men vleugels van een vliegtuig die gedurende de vlucht naar achteren verstelbaar zijn en vervolgens weer naar de oude stand teruggebracht kunnen worden. Door deze bewegingen worden de vliegeigenschappen van het vliegtuig tijdens de vlucht aanmerkelijk veranderd.

  • Achteruit verstelde vleugels zijn bij uitstek geschikt voor het bereiken en vliegen van zeer hoge snelheden.
  • Rechtuit gestelde vleugels zijn zeer geschikt voor het vliegen op lage snelheden en op lage hoogte. Het geeft een vliegtuig meer draagvermogen en betere wendbaarheid.

Zwenkvleugels zijn dus zeer geschikt voor toestellen die tijdens snelle hoge en langzame lage vluchten worden ingezet; dit soort vliegtuigen heeft voor 99% een militaire toepassing.

Ontwikkelingen[bewerken]

Het zwenkvleugelconcept op zich stamt al uit WOII; de Duitse Luftwaffe experimenteerde hiermee op de Messerschmitt Me P.1101. Bij dit toestel werd de vleugel op de grond met de hand versteld.

Na de oorlog werd dit toestel door Amerikaanse strijdkrachten in beslag genomen en naar Amerika verscheept waar het bij de firma Bell Aircraft werd bekeken. Deze firma bouwde in 1949 enkele toestellen na onder de naam Bell X-5 en verbeterde het systeem zodanig dat het tijdens de vlucht versteld kon worden. Het probleem deed zich echter voor dat met het verstellen van de vleugel de balans van het toestel ernstig werd verstoord en dit was toen nog niet te verhelpen.

de Bell X-5

Ook in Engeland werd door de ontwerper Barnes Wallis aan het zwenkvleugelconcept gewerkt maar dit kwam niet verder dan de tekentafels en werd nooit in de praktijk getoetst.

In 1952 werden zwenkvleugels aangebracht op een Grumman F-10F Jaguar. De XF10F, zoals dit toestel werd aangeduid, kreeg een negatieve bekendheid vanwege zijn zeer slechte vliegeigenschappen en het concept verdween in de bureauladen.

In 1960 werd het concept er weer uitgehaald omdat de nieuwe vliegtuigen steeds zwaarder werden en de vleugelbelasting hierdoor sterk toenam. De USAF probeerde de swing wing configuratie voor het Tactical Fighter Experimental (TFX) programma. Later werd hieruit de General Dynamics F-111 ontwikkeld; het eerste productietoestel gebouwd op het zwenkvleugelconcept.

Ook in de Sovjet-Unie zat men niet stil. Op basis van het zwenkvleugelconcept werden de Sukhoi SU-7 en de SU-17 Fitter ontwikkeld; al snel gevolgd door de Tupolev TU-22M Backfire. Daarna volgden nog de Mig 23 Flogger en de Sukhoi SU-24 Fencer tactische bommenwerper en de moderne Tupolev Tu-160 Blackjack.

De MiG 23 Flogger en de…
TU-160 Blackjack; Russische swing wing versies.

Na het afblazen van de Britse BAC TSR-2 ontwikkeling werd een gecombineerd Engels Frans project gestart ter ontwikkeling van het veelzijdig inzetbare Multi Role Combat Aircraft (MRCA). Dit project leidde tot de ontwikkeling van de latere Panavia Tornado, een toestel zowel geschikt voor de rol van tactische bommenwerper (interdictor) als voor de rol van onderscheppingsjager (interceptor).

Speciaal voor de Amerikaanse US Navy werd de Grumman F-14 Tomcat onderscheppingsjager ontwikkeld. Zwenkvleugels werden hierbij als ideaal gezien vanwege de hoge snelheden die bij een onderschepping nodig waren en de lage landingssnelheid op het vliegdek. Zeer prettige bijkomstigheden bleken de enorme wendbaarheid en vleugelbelastbaarheid van dit toestel. Het was bijvoorbeeld veel beter handelbaar dan de F-111, de Tornado, de Mig 23 of de Sukhoi SU-17.

Ook de Amerikaanse firma Rockwell ontwikkelde zwenkvleugels voor het Advanced Manned Strategic Bomber(AMSA) programma waaruit de latere B-1 Lancer ontstond.

De firma Boeing probeerde het zwenkveugelconcept voor ontwikkeling van een supersonisch transportvliegtuig. Het werd hierbij echter duidelijk dat de mechanische constructie voor zo’n groot vliegtuig niet sterk genoeg was en daarom werd de verdere ontwikkeling gestaakt.

Heden[bewerken]

Hoewel zwenkvleugels bewezen voordelen hebben (korte start/landing, vleugelbelasting en wendbaarheid) en hoewel vliegtuigen als de Panavia Tornado, de B-1 Lancer, enkele Australische F-111’s en de Grumman F-14 Tomcat ook nu nog steeds operationeel zijn, zorgden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van elektronische vluchtcontrolesystemen er in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw al voor dat er sindsdien geen nieuwe zwenkvleugeltoestellen meer werden ontwikkeld. Ontwikkelingen als “lerx” (leading edge wing extensions) zorgden ook voor grotere stabiliteit bij verschillende snelheden. Snelheden boven Mach 2 worden gewoonlijk ook niet meer gebruikt in de militaire luchtvaart.

Onderstaande vliegtuigtypen hebben zwenkvleugels:

Externe links[bewerken]

F-14 Tomcat met de zwenkvleugels in de pijlvorm.
F-14 Tomcat met de zwenkvleugels breed uitgeklapt.