Íngrid Betancourt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Íngrid Betancourt Pulecio
Ingrid Betancourt Pulecio.jpg
Geboren 25 december 1961
Bogota, Colombia
Politieke partij Partido Verde Oxigeno
Partner Fabrice Delloye (getrouwd 1983, gescheiden 1990)
Juan Carlos Lecompte (getrouwd 1997)
Colombiaanse senator
Aangetreden 20 juli 1998
Einde termijn 23 februari 2002
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Colombia

Íngrid Betancourt Pulecio (Bogota, 25 december 1961) is een Frans-Colombiaans politica. Ze was lid van de Colombiaanse senaat van 1998 tot 2002, toen ze werd ontvoerd door leden van de guerrillabeweging FARC. In 2008 kwam ze na zes jaar weer vrij.

Betancourt is de tweede dochter van minister Gabriel Betancourt (1919–2002) en de afgevaardigde Yolanda Pulecio. Ze groeide op in Parijs, waar haar vader destijds Colombia vertegenwoordigde bij de UNESCO. In 1981 trouwde ze met de Franse diplomaat Fabrice Delloye, met wie ze twee kinderen kreeg: Mélanie (1985) en Lorenzo (1988). Na haar echtscheiding in 1990 trouwde Betancourt in 1996 met Juan-Carlos Lecompte, een Colombiaans architect en medeoprichter van de Partido Verde Oxigeno. Een maand na haar ontvoering overleed haar vader aan een hartinfarct.

Politieke loopbaan[bewerken]

Betancourt werd in 1994 gekozen in de Colombiaanse Kamer van Afgevaardigden en in 1998 in de Senaat. In 2002 was ze presidentskandidaat namens de Partido Verde Oxigeno, waarvan ze een van de oprichters was. Ze was actief bij de Global Greens die ze in 2001 tijdens de eerste Global Green Conference in Canberra toesprak. Tijdens de tweede Global Green Conference in mei 2008 in São Paulo werd ze benoemd tot erevoorzitter.

Ontvoering[bewerken]

Demonstratie in Bogotá in 2008 voor de vrijlating van Betancourt en haar medegegijzelden

Betancourt was lid van de Colombiaanse senaat. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2002 besloot zij de dialoog met de belangrijkste Colombiaanse guerrillagroepering, de communistische FARC, te zoeken. Een week nadat zij in een gesprek met vertegenwoordigers van de FARC had opgeroepen de ontvoeringen door de FARC te staken, werd zij zelf ontvoerd.

Betancourt werd op 23 februari 2002 samen met haar campagneleidster Clara Rojas ontvoerd bij een checkpoint van de FARC. Ze waren zelf naar de grens van het FARC-gebied gereisd ondanks diverse waarschuwingen van de Colombiaanse autoriteiten. Rojas besloot om bij Betancourt te blijven; zij had de kans terug te keren naar haar familie maar deed dit niet. Toen ze in 2008 werd vrijgelaten zei ze dat ze al drie jaar niets meer van Betancourt had vernomen.

In maart 2004 reikte prinses Máxima de Geuzenpenning aan Betancourt uit. Haar moeder nam deze voor haar in ontvangst.

In 2007 werd bekend dat Betancourt al vijf keer had geprobeerd te ontsnappen. Op 28 april 2007 werd zij voor het laatst gezien door een mede-gegijzelde die kort daarna ontsnapte.

Later dat jaar, op 29 november, doken er video's op waarop zij samen met drie Amerikanen, de Colombiaanse senator Eladio Perez, en andere politici en militairen - ook allen gegijzeld - was te zien. De video was door de Colombiaanse politie afgenomen van FARC-arrestanten. De dag daarna werd ook een op de FARC buitgemaakte brief van haar vrijgegeven. Daarin schreef ze onder meer dat ze er niet goed aan toe was.

Bevrijding[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Operatie Jaque voor het hoofdartikel over de bevrijdingsactie van het Colombiaanse leger.

Op 2 juli 2008 bevrijdde het Colombiaanse leger Betancourt, drie Amerikaanse gijzelaars en elf Colombiaanse militairen in het district Guaviare.[1] Het leger was al een jaar geïnfiltreerd in de FARC-eenheid die Betancourt gevangen hield. Ze maakten de lokale commandant wijs dat de gijzelaars per helikopter naar een andere locatie verplaatst zouden worden. Deze helikopter was echter bemand door het Colombiaanse leger en eenmaal in de lucht werden de bewakers van de gijzelaars overmeesterd.

Eis om schadevergoeding aan autoriteiten[bewerken]

In juni 2010 kwam Betancourt met een eis aan de Colombiaanse regering om een schadevergoeding van 12,5 miljard peso's (circa 5 miljoen euro) voor de inkomens- en psychische schade die de ontvoering haar en haar familie zou hebben gekost. De Colombiaanse autoriteiten toonden zich verbaasd over deze stap.[2] Toen ook in de publieke opinie in het land veel verontwaardiging weerklonk, maakte Betancourts advocaat Gabriel Devis bekend dat er zou worden gezocht naar een niet-juridisch vergelijk in de opgeroepen compensatiekwestie.[3]