-geest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geest bij Dörpling.

Het woord geest in de toponymie is afkomstig van het Germaanse woord gaistu-, wat 'hogere zandrug in of langs zee- of rivierkleigebied, polder of moeras' betekende.

Verscheidene plaatsnamen zijn afleidingen van of samenstellingen met het woord 'geest' in de betekenis van hogere zandgrond langs een natter gebied, zoals Geesteren,[1] Gestel,[2] Kasteel Endegeest, Luttelgeest (Noordoostpolder), Oegstgeest en Uitgeest[1]. In Groningen en Friesland kan dit ook '-gast' of '-gaast' zijn, zoals in Grootegast en Gaast. Een Vlaamse vorm is Heist. In de Antwerpse polders komt het toponiem ook voor : De Geesten en Geestenspoor in Ekeren, Molengeest in Berendrecht, Oorderse Geest in Oorderen.

Zie ook[bewerken]