400 meter horden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
400 meter
Laatste horde tijdens de 400 meter hordenfinale op het WK van 2007 in Osaka.
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBAB
Vlag van Nederland Nederland: KNAU
Vlag van Suriname Suriname: SAB
Mondiaal: IAAF
Locatie Atletiekbaan
Olympisch Heren: 1900
Dames: 1984
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen BK / NK / EK / WK / OS
Diamond League
World Challenge
Kampioenen
Belgisch kampioen
50,58 Tuur Bras
57,28 Hanne Claes
Nederlands kampioen
49,44 Ramsey Angela
58,17 Cathelijn Peeters
Wereldkampioen
48,35 Karsten Warholm
53,07 Kori Carter
Olympisch kampioen
45,94 Karsten Warholm
51,46 Sydney McLaughlin
Records
Belgisch record 48,91 Marc Dollendorf
54,95 Ann Mercken, Paulien Couckuyt
Nederlands record 48,44 Harry Schulting
52,03 Femke Bol
Europees record 45,94 Karsten Warholm
52,03 Femke Bol
Wereldrecord 45,94 Karsten Warholm
51,46 Sydney McLaughlin
Verwante sporten
Disciplines 60m
80m
100m
110m
Steeplechase
Verwante sporten Duatlon
Hardlopen
Snelwandelen
Triatlon
Vijfkamp
Zevenkamp
Tienkamp
Laatst bijgewerkt op: 4 augustus 2021
Portaal  Portaalicoon   Sport
Atletiek

De 400 m horden is een olympisch atletiekonderdeel. Op een standaard 400 meterbaan in de openlucht is dit de afstand van één compleet rondje in de binnenbaan. De renners blijven de gehele race in hun eigen baan na het starten vanuit de startblokken. De bedoeling is om de 400 meter zo snel mogelijk af te leggen en de 10 horden hierbij te passeren. De eerste horde staat 45 meter na de start, daarna is er een ruimte van 35 meter tussen de opeenvolgende horden. Wanneer een horde met het been stevig geraakt wordt kan de horde voorover vallen, zodat de kans op een blessure bij de atleet niet groot is. Het omvallen van een horde levert geen straftijd of strafpunten op, het aanraken vermindert enkel de snelheid van de atleet.

De beste mannelijke atleten kunnen de 400 m horden afleggen in een tijd rond de 47 seconden (WR: 45,94), wat gelijkstaat aan een snelheid van 8,51 meter per seconde of 30,63 kilometer per uur. De beste vrouwelijke atleten kunnen een tijd bereiken van rond de 53 seconden (WR: 51,90), wat gelijkstaat aan 7,54 meter per seconde en 27,16 kilometer per uur. Vergeleken met de 400 meter duurt de mannenrace gemiddeld 3 seconden langer en bij de vrouwen 4 seconden langer.

De 400 m horden is een olympische discipline sinds 1900 en 1984 voor respectievelijk mannen en vrouwen.

Er is ook een officieuze indoorvariant, zie onderaan het artikel.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste medailles voor een 400 m hordenrace zijn gegeven in 1860 bij een race in Oxford over een baan van 440 yard (402 meter). Tijdens de wedstrijd moesten de atleten twaalf massieve, meer dan een meter hoge houten horden passeren die op gelijke afstanden geplaatst stonden.

Om de kans op een blessure te verminderen, zijn er in 1895 lichtere horden ontwikkeld, waardoor de atleten de horde beter kunnen wegstoten. Toch werd een atleet tot aan 1935 gediskwalificeerd wanneer er meer dan drie horden werden omgestoten. Een record gold destijds enkel officieel wanneer alle horden waren blijven staan.

Op de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werd de 400 m horden een olympisch onderdeel. Doordat in banen werd gelopen waren de wedstrijden virtueel identiek aan elkaar, iedere atleet had op de finish 400 meter afgelegd en het aantal horden was teruggebracht tot tien. De officiële hoogte voor een horde werd vastgelegd op 91,44 cm (36 inch) voor mannen en sinds 1974 76,20 cm (30 inch) voor vrouwen. De horden staan 35 meter uit elkaar, de eerste horde staat 45 meter vanaf de start. Het gedeelte van de laatste horde tot aan de finish heeft een lengte van 40 meter.

De eerste 400 m hordenwedstrijd voor vrouwen stamt uit 1971. De IAAF introduceerde het onderdeel voor vrouwen officieel in 1974. De afstand werd echter niet direct opgenomen in het programma van de Olympische Spelen; bij de Spelen van 1980 in Moskou was het een demonstratie-onderdeel zonder olympische medailles. De eerste vrouwelijke wereldkampioen werd gekroond tijden de wereldkampioenschappen van 1983, de eerste olympisch kampioene tijdens de Olympische Spelen van 1984.

Techniek[bewerken | brontekst bewerken]

De uitdaging van het hordelopen is dat het passeren van de horde zo weinig mogelijk tijdverlies oplevert. Bij de korte hordennummers (110 m voor de mannen en 100 m voor de vrouwen) kan tussen alle horden eenzelfde aantal passen gedaan worden, namelijk drie, maar bij de lange hordennummers is een constant aantal passen meestal onhaalbaar, de invloed van de toenemende vermoeidheid op de paslengte is namelijk groot. Er komt dus de extra uitdaging bij om met zo weinig mogelijk invloed op de loopsnelheid, toch bij elke horde goed uit te komen.

Toplopers maken in het eerste deel van de race 13 (mannen) of 15 (vrouwen) passen tussen de horden. Door vermoeidheid worden de passen normaal gesproken korter, maar de horden blijven op exact dezelfde afstand staan. Wat de lopers doen is gevoelsmatig met steeds iets langere passen gaan lopen, waardoor ze in de praktijk juist precies dezelfde paslengte behouden. Op een gegeven moment gaat dit echter niet langer en moet overgeschakeld worden op een ander aantal passen tussen de horden. Daar komt nog een complicatie aan het licht: de hordenpassage gaat met het ene been meestal een stuk gemakkelijker dan met het andere been, het slechte of 'chocolade'been. Tegenwoordig zijn vrijwel alle toplopers door er veel op te trainen tweebenig, al zullen ze voorkeur voor het goede been blijven houden. Zo kan van 13 op 14 pas overgegaan worden en als ook dat niet meer lukt op 15 pas.

Een enkeling krijgt het voor elkaar om alles in 13-pas ritme te lopen, of 15-pas bij de vrouwen. Maar afhankelijk van de wind, de vorm van de dag en of per ongeluk een horde hard aangeraakt is, kan het ook bij hen voorkomen dat ze aan het eind een pas moeten invoegen. Beenlengte en kracht spelen ook nog een rol en zo moet ieder een eigen ritme ontwikkelen, plus de vaardigheid om het ritme aan te passen aan de omstandigheden. Bij een man komt er dan bijvoorbeeld uit dat tot en met horde zes 13 pas gekozen wordt, dan tweemaal 14 (dat wil zeggen één passage met het verkeerde been) en vervolgens 15. Bij de vrouwen zou het telkens twee passen meer zijn. De kunst is om al lang voor de horde te zien aankomen welke correcties op de paslengte nodig zijn en wanneer er passen ingevoegd zouden moeten worden. Sommige hordelopers vinden het prettig dat onderweg nadenken over deze kwesties afleidt van de hevige vermoeidheid waardoor de 400m gekenmerkt wordt.

Mijlpalen[bewerken | brontekst bewerken]

Meest succesvolle atleten[bewerken | brontekst bewerken]

Edwin Moses, tweevoudig olympisch kampioen.

Meest opvallende nieuweling: Glenn Davis (USA), die zijn eerste wedstrijd liep in april 1956 in 54,4. Twee maanden later liep hij een nieuw wereldrecord met 49,5 en later dat jaar won hij de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen. Ook was hij de eerste die dat kon herhalen, hij deed dat in 1960.

Atleet die geschiedenis schreef op de 400 m horden: De Amerikaan Edwin Moses won 122 wedstrijden onafgebroken tussen 1977 en 1987 plus twee gouden medailles op de Olympische Zomerspelen 1976 en op de Olympische Zomerspelen 1984. De boycot van de Olympische Spelen in 1980 zorgde ervoor dat hij geen hattrick kon behalen, maar zijn carrière wordt wereldwijd als een fenomeen beschouwd. Hij hield het wereldrecord sinds hij het zelf had gezet in 1976 zijn hele sportleven, totdat het tijdens de Olympische Zomerspelen 1992 in Barcelona werd gebroken.

Olympische medaillewinnaars[bewerken | brontekst bewerken]

Mannen[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Goud Zilver Brons
1900 Vlag van Verenigde Staten (1896-1908) John Tewksbury Vlag van Frankrijk Henri Tauzin Vlag van Canada 1868-1921 George Orton
1904 Vlag van Verenigde Staten (1896-1908) Harry Hillman Vlag van Verenigde Staten (1896-1908) Frank Waller Vlag van Verenigde Staten (1896-1908) George Poage
1908 Vlag van Verenigde Staten (1908-1912) Charles Bacon Vlag van Verenigde Staten (1908-1912) Harry Hillman Vlag van Verenigd Koninkrijk Jimmy Tremeer
1920 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Frank Loomis Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) John Norton Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) August Desch
1924 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Morgan Taylor Vlag van Finland (1918-1978) Erik Wilén Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Ivan Riley
1928 Vlag van Verenigd Koninkrijk David Burghley Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Frank Cuhel Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Morgan Taylor
1932 Vlag van Ierland Bob Tisdall Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Glenn Hardin Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Morgan Taylor
1936 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Glenn Hardin Vlag van Canada 1868-1921 John Loaring Vlag van Filipijnen (1919-1936) Miguel White
1948 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Roy Cochran Vlag van Ceylon (1948-1951) Duncan White Vlag van Zweden Rune Larsson
1952 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Charles Moore Vlag van de Sovjet-Unie van 1936-1955 Joeri Litoejev Vlag van Nieuw-Zeeland John Holland
1956 Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Glenn Davis Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Eddie Southern Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Josh Culbreath
1960 Vlag van de Verenigde Staten Glenn Davis Vlag van de Verenigde Staten Clifton Cushman Vlag van de Verenigde Staten Richard Howard
1964 Vlag van de Verenigde Staten Rex Cawley Vlag van Verenigd Koninkrijk John Cooper Vlag van Italië Salvatore Morale
1968 Vlag van Verenigd Koninkrijk David Hemery Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland Gerhard Hennige Vlag van Verenigd Koninkrijk John Sherwood
1972 Vlag van Oeganda John Akii-Bua Vlag van de Verenigde Staten Ralph Mann Vlag van Verenigd Koninkrijk David Hemery
1976 Vlag van de Verenigde Staten Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten Michael Shine Vlag van Sovjet-Unie Yevgeni Gavrilenko
1980 Vlag van Duitse Democratische Republiek Volker Beck Vlag van Sovjet-Unie Wassili Archipenko Vlag van Verenigd Koninkrijk Gary Oakes
1984 Vlag van de Verenigde Staten Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten Danny Harris Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland Harald Schmid
1988 Vlag van de Verenigde Staten André Phillips Vlag van Senegal Amadou Dia Ba Vlag van de Verenigde Staten Edwin Moses
1992 Vlag van de Verenigde Staten Kevin Young Vlag van Jamaica Winthrop Graham Vlag van Verenigd Koninkrijk Kriss Akabusi
1996 Vlag van de Verenigde Staten Derrick Adkins Vlag van Zambia Samuel Matete Vlag van de Verenigde Staten Calvin Davis
2000 Vlag van de Verenigde Staten Angelo Taylor Vlag van Saoedi-Arabië Hadi Al Somayli Vlag van Zuid-Afrika Llewellyn Herbert
2004 Vlag van Dominicaanse Republiek Félix Sánchez Vlag van Jamaica Danny McFarlane Vlag van Frankrijk Naman Keïta
2008 Vlag van de Verenigde Staten Angelo Taylor Vlag van de Verenigde Staten Kerron Clement Vlag van de Verenigde Staten Bershawn Jackson
2012 Vlag van Dominicaanse Republiek Félix Sánchez Vlag van de Verenigde Staten Michael Tinsley Vlag van Puerto Rico Javier Culson
2016 Vlag van de Verenigde Staten Kerron Clement Vlag van Kenia Boniface Mucheru Tumuti Vlag van Turkije Yasmani Copello
2020 Vlag van Noorwegen Karsten Warholm Vlag van de Verenigde Staten Rai Benjamin Vlag van Brazilië Alison dos Santos

Vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Goud Zilver Brons
1984 Vlag van Marokko Nawal El Moutawakel Vlag van de Verenigde Staten Judi Brown Vlag van Roemenië (1965-1989) Cristeana Cojocaru
1988 Vlag van Australië Debbie Flintoff-King Vlag van Sovjet-Unie Tatjana Ledovskaja Vlag van Duitse Democratische Republiek Ellen Fiedler
1992 Vlag van Verenigd Koninkrijk Sally Gunnell Vlag van de Verenigde Staten Sandra Farmer-Patrick Vlag van de Verenigde Staten Janeene Vickers
1996 Vlag van Jamaica Deon Hemmings Vlag van de Verenigde Staten Kim Batten Vlag van de Verenigde Staten Tonja Buford-Bailey
2000 Vlag van Rusland Irina Privalova Vlag van Jamaica Deon Hemmings Vlag van Marokko Nezha Bidouane
2004 Vlag van Griekenland Faní Chalkiá Vlag van Roemenië Ionela Tirlea-Manolache Vlag van Oekraïne Tetiana Terestschuk-Antipowa
2008 Vlag van Jamaica Melaine Walker Vlag van de Verenigde Staten Sheena Tosta Vlag van Verenigd Koninkrijk Tasha Danvers
2012 Vlag van Rusland Natalja Antjoech Vlag van de Verenigde Staten Lashinda Demus Vlag van Tsjechië Zuzana Hejnová
2016 Vlag van de Verenigde Staten Dalilah Muhammad Vlag van Slowakije Sara Petersen Vlag van de Verenigde Staten Ashley Spencer
2020 Vlag van de Verenigde Staten Sydney McLaughlin Vlag van de Verenigde Staten Dalilah Muhammad Vlag van Nederland Femke Bol

Eerste drie van de Wereldkampioenschappen[bewerken | brontekst bewerken]

Mannen[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Goud Zilver Brons
1983 Edwin Moses (USA) Harald Schmid (FRG) Alexander Karlow (USSR)
1987 Edwin Moses (USA) Danny Harris (USA) Harald Schmid (FRG)
1991 Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM) Kriss Akabusi (GBR)
1993 Kevin Young (USA) Samuel Matete (ZAM) Winthrop Graham (JAM)
1995 Derrick Adkins (USA) Samuel Matete (ZAM) Stéphane Diagana (FRA)
1997 Stéphane Diagana (FRA) Llewellyn Herbert (RSA) Bryan Bronson (USA)
1999 Fabrizio Mori (ITA) Stéphane Diagana (FRA) Marcel Schelbert (CH)
2001 Félix Sánchez (DOM) Fabrizio Mori (ITA) Dai Tamesue (JPN)
2003 Félix Sánchez (DOM) Joey Woody (USA) Periklís Iakovákis (GRE)
2005 Bershawn Jackson (USA) James Carter (USA) Dai Tamesue (JPN)
2007 Kerron Clement (USA) Félix Sánchez (DOM) Marek Plawgo (POL)
2009 Kerron Clement (USA) Javier Culson (PUR) Bershawn Jackson (USA)
2011 David Greene (GBR) Javier Culson (PUR) L.J. van Zyl (RSA)
2013 Jehue Gordon (TRI) Michael Tinsley (USA) Emir Bekrić (SRB)
2015 Nicholas Bett (KEN) Denis Koedrjavtsev (RUS) Jeffrey Gibson (BAH)
2017 Karsten Warholm (NOR) Yasmani Copello (TUR) Kerron Clement (USA)
2019 Karsten Warholm (NOR) Rai Benjamin (USA) Abderrahman Samba (QAT)

Vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Goud Zilver Brons
1980 Bärbel Broschat (DDR) Ellen Fiedler (DDR) Petra Pfaff (DDR)
1983 Jekaterina Fesenko (USSR) Anna Ambrosiene (USSR) Ellen Fiedler (DDR)
1987 Sabine Busch (DDR) Debbie Flintoff-King (AUS) Cornelia Ullrich (DDR)
1991 Tatjana Ledovskaja (USSR) Sally Gunnell (GBR) Janeene Vickers (USA)
1993 Sally Gunnell (GBR) Sandra Farmer-Patrick (USA) Margarita Ponomarjova (RUS)
1995 Kim Batten (USA) Tonya Buford (USA) Deon Hemmings (JAM)
1997 Nezha Bidouane (MAR) Deon Hemmings (JAM) Kim Batten (USA)
1999 Daimi Pernia (CUB) Nezha Bidouane (MAR) Deon Hemmings (JAM)
2001 Nezha Bidouane (MAR) Joelia Petsjonkina (RUS) Daimi Pernia (CUB)
2003 Jana Pittman (AUS) Sandra Glover (USA) Joelia Petsjonkina (RUS)
2005 Joelia Petsjonkina (RUS) Lashinda Demus (USA) Sandra Glover (USA)
2007 Jana Rawlinson (AUS) Joelia Petsjonkina (RUS) Anna Jesień (POL)
2009 Melaine Walker (JAM) Lashinda Demus (USA) Josanne Lucas (TRI)
2011 Lashinda Demus (USA) Melaine Walker (JAM) Natalja Antjoech (RUS)
2013 Zuzana Hejnová (CZE) Dalilah Muhammad (USA) Lashinda Demus (USA)
2015 Zuzana Hejnová (CZE) Shamier Little (USA) Cassandra Tate (USA)
2017 Kori Carter (USA) Dalilah Muhammad (USA) Ristananna Tracey (JAM)
2019 Dalilah Muhammad (USA) Sydney McLaughlin (USA) Rushell Clayton (JAM)

Top tien aller tijden[bewerken | brontekst bewerken]

Snelste mannen[bewerken | brontekst bewerken]

Rang Tijd Atleet Land Datum Plaats
1. 45,94 Karsten Warholm Vlag van Noorwegen NOR 3 augustus 2021 Tokio
2. 46,17 Rai Benjamin Vlag van de Verenigde Staten USA 3 augustus 2021 Tokio
3. 46,72 Alison Dos Santos Vlag van Brazilië BRA 3 augustus 2021 Tokio
4. 46,78 Kevin Young Vlag van de Verenigde Staten USA 6 augustus 1992 Barcelona
5. 46,98 Abderrahman Samba Vlag van Qatar QAT 30 juni 2018 Parijs
6. 47,02 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 31 augustus 1983 Koblenz
7. 47,03 Bryan Bronson Vlag van de Verenigde Staten USA 21 juni 1998 New Orleans
8. 47,08 Kyron McMaster Vlag van Britse Maagdeneilanden IVB 3 augustus 2021 Tokio
9. 47,10 Samuel Matete Vlag van Zambia ZAM 7 augustus 1991 Zürich
10. 47,19 André Phillips Vlag van de Verenigde Staten USA 25 september 1988 Seoel

Bijgewerkt: 7 augustus 2021

Snelste vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Rang Tijd Atleet Land Datum Plaats
1. 51,46 Sydney McLaughlin Vlag van de Verenigde Staten USA 4 augustus 2021 Tokio
2. 51,58 Dalilah Muhammad Vlag van de Verenigde Staten USA 4 augustus 2021 Tokio
3. 52,03 Femke Bol Vlag van Nederland NED 4 augustus 2021 Tokio
4. 52,34 Joelia Petsjonkina Vlag van Rusland RUS 8 augustus 2003 Toela
5. 52,39 Shamier Little Vlag van de Verenigde Staten USA 4 juli 2021 Stockholm
6. 52,42 Melaine Walker Vlag van Jamaica JAM 20 augustus 2009 Berlijn
7. 52,47 Lashinda Demus Vlag van de Verenigde Staten USA 1 september 2011 Daegu
8. 52,61 Kim Batten Vlag van de Verenigde Staten USA 11 augustus 1995 Göteborg
9. 52,62 Tonja Buford-Bailey Vlag van de Verenigde Staten USA 11 augustus 1995 Göteborg
10. 52,70 Natalja Antjoech Vlag van Rusland RUS 8 augustus 2012 Londen

Bijgewerkt: 7 augustus 2021

Continentale records[bewerken | brontekst bewerken]

Continent Geslacht Prestatie Atleet Land Datum Plaats
Afrika M 47,10 Samuel Matete Vlag van Zambia ZAM 7 augustus 1991 Zürich
V 52,90 Nezha Bidouane Vlag van Marokko MAR 25 augustus 1999 Sevilla
Noord- en
Midden-Amerika
M 46,17 Rai Benjamin Vlag van de Verenigde Staten USA 3 augustus 2021 Tokio
V 51,46 * (WR) Sydney McLaughlin Vlag van de Verenigde Staten USA 4 augustus 2021 Tokio
Zuid-Amerika M 46,67 Alison Dos Santos Vlag van Brazilië BRA 3 augustus 2021 Tokio
V 54,22 Gianna Woodruff Vlag van Panama PAN 4 augustus 2021 Tokio
Azië M 46,98 Abderrahman Samba Vlag van Qatar QAT 30 juni 2018 Parijs
V 53,96 Han Qing Vlag van China CHN 9 september 1993 Peking
Song Yinglan Vlag van China CHN 22 november 2001 Guangzhou
Europa M 45,94 * (WR) Karsten Warholm Vlag van Noorwegen NOR 3 augustus 2021 Tokio
V 52,03 Femke Bol Vlag van Nederland NED 4 augustus 2021 Tokio
Oceanië M 48,28 Rohan Robinson Vlag van Australië AUS 31 juli 1996 Atlanta
V 53,17 Debbie Flintoff-King Vlag van Australië AUS 28 september 1988 Seoel

* Moet nog worden goedgekeurd door World Athletics.

Bijgewerkt: 4 augustus 2021

Wereldrecordontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Mannen[bewerken | brontekst bewerken]

Tijd Atleet Land Datum Locatie
46,70 Karsten Warholm Vlag van Noorwegen NOR 1 juli 2021 Oslo
46,78 Kevin Young Vlag van de Verenigde Staten USA 6 augustus 1992 Barcelona
47,02 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 31 augustus 1983 Koblenz
47,13 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 3 juli 1980 Milaan
47,45 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 11 juni 1977 Westwood
47,64 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 25 juli 1976 Montreal
47,65 Edwin Moses Vlag van de Verenigde Staten USA 25 juli 1976 Montreal
47,82 John Akii-Bua Vlag van Oeganda UGA 2 september 1972 München
48,12 David Hemery Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 15 oktober 1968 Mexico-Stad
48,6 Geoffrey Vanderstock Vlag van de Verenigde Staten USA 11 september 1968 Echo Summit
49,1 Warren Cawley Vlag van de Verenigde Staten USA 13 september 1964 Los Angeles
49,2 Salvatore Morale Vlag van Italië ITA 14 september 1962 Belgrado
49,2 Glenn Davis Vlag van de Verenigde Staten USA 6 augustus 1958 Boedapest
49,5 Glenn Davis Vlag van de Verenigde Staten USA 29 juni 1956 Los Angeles
50,4 Joeri Litoejev Vlag van Sovjet-Unie URS 20 september 1953 Boedapest
50,6 Glenn Hardin Vlag van de Verenigde Staten USA 26 juli 1934 Stockholm
51,8 Glenn Hardin Vlag van de Verenigde Staten USA 30 juni 1934 Milwaukee
52,0 Glenn Hardin Vlag van de Verenigde Staten USA 1 augustus 1932 Los Angeles
52,0 Morgan Taylor Vlag van de Verenigde Staten USA 4 juli 1928 Philadelphia
52,6 John Gibson Vlag van de Verenigde Staten USA 2 juli 1927 Lincoln
53,8 Sten Pettersson Vlag van Zweden SWE 4 oktober 1925 Parijs
54,2 John Norton Vlag van de Verenigde Staten USA 26 juni 1920 Pasadena
54,0 Frank Loomin Vlag van de Verenigde Staten USA 16 augustus 1920 Antwerpen
55,0 Charles Bacon Vlag van de Verenigde Staten USA 22 juli 1908 Londen

Vrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Tijd Atleet Land Datum Locatie
51,46 Sydney McLaughlin Vlag van de Verenigde Staten USA 4 augustus 2021 Tokio
51,90 Sydney McLaughlin Vlag van de Verenigde Staten USA 27 juni 2021 Eugene
52,16 Dalilah Muhammad Vlag van de Verenigde Staten USA 4 oktober 2019 Doha
52,20 Dalilah Muhammad Vlag van de Verenigde Staten USA 29 juli 2019 Des Moines
52,34 Joelia Petsjonkina Vlag van Rusland RUS 8 augustus 2003 Toela
52,61 Kim Batten Vlag van de Verenigde Staten USA 11 augustus 1995 Göteborg
52,74 Sally Gunnell Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 19 augustus 1993 Stuttgart
52,94 Marina Stepanova Vlag van Sovjet-Unie URS 19 september 1986 Tasjkent
53,32 Marina Stepanova Vlag van Sovjet-Unie URS 30 augustus 1986 Stuttgart
53,55 Sabine Busch Vlag van Duitse Democratische Republiek GDR 22 september 1985 Berlijn
53,58 Margarita Ponomarjova Vlag van Sovjet-Unie URS 22 juni 1984 Kiev
54,02 Anna Ambrosiene Vlag van Sovjet-Unie URS 11 juni 1983 Moskou
54,28 Karin Roßley Vlag van Duitse Democratische Republiek GDR 17 mei 1980 Jena
54,78 Marina Makejewa Vlag van Sovjet-Unie URS 27 juli 1979 Moskou
54,89 Tatjana Selenzova Vlag van Sovjet-Unie URS 2 september 1978 Praag
55,31 Tatjana Selenzova Vlag van Sovjet-Unie URS 19 augustus 1978 Podolsk
55,44 Krystyna Kacperczyk Vlag van Polen POL 18 augustus 1978 Berlijn
55,63 Karin Roßley Vlag van Duitse Democratische Republiek GDR 13 augustus 1977 Helsinki
55,74 Tatjana Storosjeva Vlag van Sovjet-Unie URS 26 juni 1977 Chemnitz
56,51 Krystyna Kacperczyk Vlag van Polen POL 13 juli 1974 Augsburg

Indoor[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaat sinds 2006 een officieuze variant van dit onderdeel voor de indoorbanen, bedacht door Jean-Georges Sarkadi. Er wordt in lanen gestart, maar op het tweede rechte stuk mag men naar de binnenbaan gaan. De horden staan op de rechte einden van een 200-meterbaan op een afstand van 30 meter, waarbij de horde minimaal 6 meter na de bocht moet staan. In totaal wordt achtmaal een horde genomen (tegen tien op de buitenbaan). Er staat een rijtje horden over de volle breedte van de baan, wordt een horde omvergelopen dat moet een achteropkomende loper de horde ernaast nemen. Zit laatstgenoemde atleet er te dicht op dan volgt geen diskwalificatie, maar de tijd telt niet als record. Juryleden zetten de in de eerste omloop omgevallen horden direct recht voor de tweede ronde. De lanen op een indoorbaan zijn over het algemeen smaller dan op de buitenbaan, dan passen ongeveer 4 gewone horden naast elkaar in de 6 lanen van een indoorbaan.

Het wereldrecord bij de mannen staat op naam van Félix Sánchez, die 48,78 liep in Val-de-Reuil op 18 februari 2012. Bij de vrouwen staat het record met 56,41 op naam van Sheena Tosta uit de Verenigde Staten, eveneens in Val-de-Reuil gelopen, maar een jaar eerder: 12 februari 2011.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie 400 m hurdles van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.