Aalscholver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aalscholver
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Phalacrocorax carbo (2005 08 28).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Suliformes
Familie: Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
Geslacht: Phalacrocorax
Soort
Phalacrocorax carbo
(Linnaeus, 1758)
Ondersoorten
Jongen op het nest
Jongen op het nest
Aalscholvers in een grondkolonie
Afbeeldingen Aalscholver op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Aalscholver op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De aalscholver (Phalacrocorax carbo), ook wel scholver, scholverd, schollevaar of koolgans genoemd, is een tamelijk grote en opvallende vogel. De in West-Europa voorkomende aalscholver behoort tot de familie van de aalscholvers (Phalacrocoracidae), waarvan (afhankelijk van de geraadpleegde bron) 26 tot 42 soorten bekend zijn. Het zijn allemaal vrij grote watervogels, die voornamelijk van vis leven. Ze vormen met de genten, fregatvogels en slangenhalsvogels een eigen clade.

Kenmerken[bewerken]

De aalscholver is 80 tot 100 cm lang en heeft een spanwijdte van 121 tot 149 cm.[2] De vogel is vrijwel geheel zwart, maar met een opvallende witte wang en een gele plek op de plaats van de aanhechting van de bek. De snavel is lang en voorzien van een haakvormige punt. In de broedtijd verschijnt er een witte "dijvlek".[3] De dij is anatomisch geen dij, maar het bevederde scheenbeen (tibia) van de vogel, waarop bij volwassen aalscholvers tussen februari en juni een witte vlek verschijnt. De aalscholver heeft zwemvliezen tussen de voortenen en kan dus zwemmen en hij vangt vis door te duiken.

Gedrag en levenswijze[bewerken]

De aalscholver zit vaak met uitgespreide vleugels op een paaltje bij het water. Het gaat hierbij voornamelijk om het laten drogen van hun verenkleed. De theorie dat dit samenhangt met een te kleine of gebrekkig functionerende vetklier in vergelijking met andere watervogels is volgens Sellers (1995) onjuist.[4] Vogels die aan de kost komen door te duiken mogen geen al te groot drijfvermogen hebben. Hun anatomie kenmerkt zich dan ook meestal door zwaardere botten dan bij de doorsnee vogel, en kleinere luchtkamers. Daarnaast persen deze vogels lucht uit hun veren. Aalscholvers en de nauw verwante slangenhalsvogels gaan nog verder – zij laten hun verenpak nat worden. De baarden aan hun veren staan betrekkelijk ver uit elkaar, zodat binnendringend water vrij spel krijgt en alle lucht verdwijnt. Dat lijkt een behoorlijk nadeel – veel watervogels hebben juist voordeel van een goed isolerend verenpak. Aalscholvers duiken echter vaak diep en jagen langdurig achter vis aan. Doorweekt gaat dat gemakkelijker, er is minder opwaartse druk. De ver naar achter geplaatste poten stoot de vogel bij het duiken gelijktijdig naar achteren, zodat hij zich wat schoksgewijs verplaatst.

Voedsel[bewerken]

Het voedsel bestaat uit levende vis, zoals voorn, baars, snoekbaars en paling. Een aalscholver eet dagelijks zeker 500 gram vis. Dit kan in de broedtijd oplopen tot 1000 gram per vogel als er de zorg is voor een nest met drie halfvolgroeide jongen.[5] Daarom wordt de aalscholver door beroepsvissers wel beschouwd als een van de oorzaken van de achteruitgang van de palingstand, maar ieder wetenschappelijk bewijs daarvoor ontbreekt.

Verspreiding[bewerken]

De aalscholver is deels een trekvogel. Er zijn op de wereld dertig soorten aalscholvers. In Noord-Amerika komt hij voor rond de Baai van St. Laurens. In Zuid-Afrika komt de soort ook algemeen voor, maar daar hebben de vogels een witte borst en keel. De aalscholver komt ook in Israël vrij algemeen voor, vooral bij bepaalde binnenwateren, zoals de Zee van Galilea.

In Zuidoost-Azië worden tamme aalscholvers gebruikt om vissen te vangen voor hun baas. Zijn spitse, haakvormige snavel maakt hem tot een goede visser, en reeds in oude tijden werden aalscholvers door vissers in de Oriënt en in delen van India voor de visvangst afgericht, waarbij er een ring vrij los om de hals van de vogel werd gedaan zodat hij alleen maar heel kleine vissen kon doorslikken.

De Bougainvilles aalscholver is 's werelds grootste producent van guano; hij broedt op de eilanden langs de kust van Peru en Chili in kolonies van miljoenen exemplaren.

Avibase erkent 4 ondersoorten:[6]

De aalscholver is een beschermde vogelsoort krachtens de Europese Vogelrichtlijn, de Bern-conventie en het AEWA-verdrag.

Voorkomen in Europa[bewerken]

De vogel broedt graag in grote kolonies langs de kusten van West-Europa en op de Balkan. Hij komt meer dan vroeger ook in het binnenland voor, bij sloten, kanalen en rivieren.

Nederland[bewerken]

Typische broedomgeving in het binnenland

Al in de 17de eeuw waren er grote aalscholverkolonies in Nederland. In de 19de eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw werd de aalscholver sterk bejaagd op aandringen van boseigenaren en beroepsvissers. In 1955 golden quota van maximaal 500 (of minder) broedparen in kolonies die in beschermde natuurgebieden lagen. De aalscholver was toen relatief zeldzaam. Begin jaren 1960 kreeg deze viseter het moeilijk doordat het IJsselmeer werd ingepolderd en visgronden verder van de toen bestaande kolonies kwamen te liggen. De quota werden overbodig, er waren nog slechts 1150 broedparen. In de loop van de jaren 1970 ging de stand weer vooruit, dankzij de vestiging van kolonies in de nieuwe IJsselmeerpolders. Volgens SOVON daalde het aantal broedparen plotseling in 1993, maar begon het daarna weer geleidelijk te stijgen door nieuwe vestigingen op onder andere de Waddeneilanden. Eind jaren 1990 telde men circa 20.000 broedparen,[7] een aantal dat rond 2007 was gestegen tot 23.325.[8] In Denemarken vertoonde de aalscholver een vergelijkbare getalsontwikkeling. Daar bleef het bestand na 1993 min of meer constant.[9]

Onder andere in 2008 vroegen beroepsvissers om maatregelen om de aantallen vogels te beperken. Aalscholvers op en rond het IJsselmeer zouden per jaar zo'n 60-120 ton snoekbaars consumeren.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen broedden er in 2000 volgens het INBO ongeveer 600 aalscholverparen.[10] In Vlaanderen is de aalscholver zowat overal te vinden. In de winterperiode verblijven er zo'n 5000 en die hebben dagelijks 2,5 ton vis nodig om in leven te blijven. Er woedde in 2008 en 2009 een hevige strijd tussen vogelbeschermers en sportvissers over de vraag of de aalscholver een beschermde vogelsoort moet blijven.[11][12]

Trivia[bewerken]

De woorden aalscholver en schollevaar zijn niet alleen synoniem, maar ook anagrammen van elkaar.[13]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]