Aanbidding der Koningen (kunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
De aanbidding

De Aanbidding der Koningen (Latijn: A Magis adoratur) is de naam die van oudsher wordt gegeven aan een veelvoorkomend onderwerp in de christelijke beeldende kunst. Het toont de aanbidding van het kindje Jezus door de drie wijzen uit het oosten.[1] Deze wijzen hebben de ster van Bethlehem gevolgd om de geboorteplaats van Jezus te vinden. Ze worden vooral in de westerse wereld van oudsher afgebeeld als koningen. Ook hebben ze goud, mirre, en wierook meegebracht, die zij vervolgens aan Jezus aanbieden. De voorstelling is ontleend aan het Bijbelverhaal over de geboorte van Jezus. In Matteüs 2:11 wordt hierover het volgende geschreven:

"Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre."[2]

Deze gebeurtenis wordt in kerkgemeenschappen in de westerse wereld gevierd op Driekoningen (6 januari). De oorspronkelijke, summiere overlevering in Matteüs 2:1-22 is in de christelijke beeldende kunst omgevormd tot een uitgebreid verhaal met een aantal steeds terugkerende iconografische kenmerken die niet in het oorspronkelijke Bijbelverhaal voorkomen, zoals de ezel en de os. Door de aandacht te vestigen op de koningen en hun onderwerping aan Jezus kon de Kerk benadrukken dat al vanaf zijn geboorte Jezus gezien werd als de koning van de aarde.

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

Aanbidding van het kindje Jezus door de drie wijzen, reliëf op een sarcofaag (4e eeuw), Vaticaan.
Aanbidding der Koningen naar Jheronimus Bosch.

Op de allereerste voorstellingen, uit de late oudheid, worden de wijzen afgebeeld van de zijkant (en profil). Ze hebben een Perzische broek aan en een Frygische muts op hun hoofd. Hun geschenken dragen ze voor zich uit en ze lopen achter elkaar aan. De alleroudste voorbeelden van dit soort voorstellingen zijn muurschilderingen in catacomben en reliëfs op sarcofagen, afkomstig uit de 4e eeuw na Christus. Dit soort voorstellingen zijn afgeleid van andere, niet-religieuze kunstwerken uit de late oudheid, waarop leden van barbaarse stammen zich onderwerpen aan de Romeinse keizer, en hem gouden kransen aanbieden. Die niet-religieuze voorstellingen zijn op hun beurt weer verwant aan eeuwenoude voorstellingen, gemaakt door allerlei volkeren uit het Nabije Oosten en het Middellandse Zeegebied, waarop overwonnen volken geschenken aan machthebbers aanbieden.

Middeleeuwen[bewerken]

In de 10e eeuw worden, voornamelijk in de westerse wereld, voor het eerst kronen op de hoofden van de wijzen afgebeeld, en daarmee dus als koningen gezien. Ook doet op deze afbeeldingen de kleding van de wijzen niet meer oriëntaals aan. Op Byzantijnse kunstwerken van na deze periode dragen de wijzen een soort ronde hoeden, met een platte bovenkant, en zonder randen. Over de betekenis van deze hoeden wordt nog door kunsthistorici geredetwist. Tot deze tijd worden de wijzen ook nog als mannen van dezelfde leeftijd afgebeeld, maar hierna raakt het in zwang om elk van de drie een andere leeftijd te geven. Hiermee wordt verwezen naar het idee dat het leven van een mens opgedeeld kan worden in drie levensfasen: jeugd, volwassenheid, en ouderdom. Een bijzonder mooi voorbeeld hiervan is te zien op de gevel van de Kathedraal van Orvieto.

Vanaf de 12e eeuw worden de drie koningen af en toe afgebeeld als vertegenwoordigers van de drie op dat moment bekende delen van de wereld: Balthasar is dan vaak een jonge Afrikaan of Moor. De oude Caspar draagt kleding afkomstig uit het Midden-Oosten, en soms heeft hij ook nog weleens oosterse gelaatstrekken. Melchior is op middelbare leeftijd en vertegenwoordigt Europa. Deze manier van het afbeelden van de aanbidding wordt vanaf de 15e eeuw ontzettend populair in Noord-Europa. Vanaf de 14e eeuw worden de koningen ook nog eens vergezeld door grote hofhoudingen, en de geschenken worden meegedragen in kostbare siervoorwerpen van goud. Ook is er veel zorg en aandacht besteed aan de rijk versierde kleding van de koningen. Vanaf de 15e eeuw wordt een voorstelling van de aanbidding gezien als een gelegenheid voor de kunstenaar om zijn vaardigheid tentoon te spreiden. Hierin kan de kunstenaar laten zien hoe hij omgaat met het schilderen van ingewikkelde, drukke groepen mensen, paarden en kamelen. Ook was dit bij uitstek een gelegenheid om verschillende texturen af te beelden: kleding van zijde en bont, de met juwelen ingelegde gouden kronen, het hout van de stal, het stro van de kribbe van Jezus, en de minder verfijnde kleding van Jozef en de herders.

Variaties[bewerken]

Toevoegingen[bewerken]

Aan de voorstelling worden ook vaak allerlei dieren afgebeeld: meestal zijn de os en de ezel te bezichtigen, maar vaak ook worden daar allerlei dieren uit de hofhouding van de koningen aan toegevoegd, zoals paarden, kamelen, honden en valken. Ook worden er weleens vogels aan toegevoegd in de spanten van de stal. Vanaf de 15e eeuw worden de aanbidding der koningen en de aanbidding der herders (uit het evangelie volgens Lucas, 2:8–20) vaak samengevoegd tot één schilderij. Dit geeft de kunstenaar de mogelijkheid om meer mensen en dieren aan het schilderij toe te voegen. In een aantal composities worden de twee voorstelling tegen over elkaar gezet, of ze dienen in een triptiek als de zijpanelen van een middelste voorstelling, meestal de geboorte van Jezus zelf.

Verwante onderwerpen[bewerken]

De "aanbidding" is meestal het onderwerp van schilderijen waarop de wijzen staan afgebeeld, maar soms wordt hun aankomst ("Optocht der Drie Koningen") afgebeeld in de verte. De reis van de wijzen, af en toe samen met hun hofhouding afgebeeld, is ook weleens het hoofdonderwerp van een schilderij waarop de geboorte van Jezus zelf niet wordt getoond. Een aantal minder gebruikelijke voorstellingen tonen de droom van de wijzen of hun ontmoeting met Herodes.

Galerij van kunstwerken[bewerken]