Aardgasveld van Slochteren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Aardgasvelden in Nederland. Een deel van de velden op zee is niet afgebeeld.
Oprichting Nederlandse Gasunie en voorbeschouwing consequenties voor de aardgaswinning in Nederland, Polygoonjournaal 1963
Aardgaswinning in Groningen, Polygoonjournaal 1968

De aardgasbel of het aardgasveld van Slochteren is een grote hoeveelheid aardgas die zich onder Midden-Groningen, rond de plaats Slochteren, bevindt, en door de NAM wordt geëxploiteerd.

Ontdekking[bewerken]

Op 29 mei 1959 werd door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in Kolham (gemeente Slochteren) het eerste Groningse gas ontdekt. Op dat moment was nog onzeker wat de omvang van het gasveld was. In 1960 werd nabij Delfzijl ook geboord. Hier werd in dezelfde zandsteenlaag ook gas aangeboord, met gelijke samenstelling en druk als gevonden in Slochteren. De conclusie was dat in de provincie Groningen een groot gasveld was gevonden. Op 1 juli 1961 vroeg de NAM de concessie 'Groningen' aan.

Een jaar later publiceerde de minister van Economische Zaken de Aardgasnota. Hierin werd, onder andere, bepaald dat de exploitatie van het aardgas in Groningen geregeld zou worden door een maatschap. In deze maatschap had de Staat, via de Staatsmijnen (de voorloper van de DSM en nu EBN) een belang van 50%, Esso (25%) en Shell (25%). In diezelfde nota werd ook de basis gelegd voor de oprichting van de Nederlandse Gasunie. Op 30 mei 1963 werd de concessie aan de NAM verleend.[1]

Op 22 juli 1959 werd het eerste gas gewonnen. Het gas, onder de akker van boer K.P. Boon, zat 2659 meter diep. Deze grote vondst leidde tot een toenemende belangstelling van andere, buitenlandse, oliemaatschappijen. Er werd vooral gezocht in het noorden van Nederland en onder de Waddenzee. Medio jaren 60 werd het ook mogelijk om te gaan boren op het Nederlandse deel van het continentaal plat in de Noordzee.[2]

Het Groningse gas leidde tot het besluit om heel Nederland aan te sluiten op aardgas. De NV Nederlandse Gasunie werd in 1963 opgericht met als taak een pijpleidingnet aan te leggen dat de plaatselijke gasbedrijven van aardgas gaat voorzien. Die bedrijven staakten hun eigen stadsgasproductie en gingen zich enkel richten op de distributie.

Het aardgas heeft een afwijkende calorische waarde en een hogere druk waardoor gasverbruikende apparaten als geisers en gasfornuizen van andere branders moesten worden voorzien dan wel geheel worden vervangen.[3]

Binnen 10 jaar kon driekwart van de Nederlandse huishoudens al over aardgas beschikken. Het belang van olie en steenkool als brandstoffen nam sterk af. Tegenwoordig heeft bijna ieder huis een centrale verwarming en warmwatervoorziening op basis van aardgas. Voor de productie van elektriciteit wordt ook op grote schaal aardgas als brandstof gebruikt.

De gasbel was zo belangrijk voor de naoorlogse ontwikkeling van Nederland, dat hij opgenomen is in de Canon van Nederland (onder nr. 49).

Kwaliteit gas[bewerken]

Aardgas uit Slochteren bestaat voor 81,63% uit methaan, voor 3,22% uit hogere gasvormige koolwaterstoffen, voor 14,2% uit stikstof, voor 0,05% uit argon en voor 0,9% uit koolstofdioxide. Het aardgas levert bij verbranding gemiddeld 35,17 megajoule per kubieke meter (MJ/m³) aan energie. De calorische waarde geeft aan hoeveel warmte er vrijkomt bij volledige verbranding van het gas. Groningengas is laagcalorisch gas met een beperkte bandbreedte voor de Wobbe-index. Laagcalorisch gas bevat naast koolwaterstoffen ook relatief grote hoeveelheden stikstof en/of koolstofdioxide (tot 25%). Op de Wobbe-index, een maatstaf voor verbranding van gas in een toestel, gelden als richtlijn de volgende Wobbe-banden voor de drie gastypen:

  • Hoogcalorisch gas (H-gas): 48 - 56 MJ/m³
  • Groningengas (G-gas): 43,5 - 44,4 MJ/m³
  • Laagcalorisch gas (L-gas): 42,5 - 47 MJ/m³

Omvang[bewerken]

Het Groningenveld beslaat een oppervlakte van circa 900 km², het ligt op een diepte van 2600 tot 3200 meter en de dikte van de gashoudende laag is 100 à 300 meter[4][5][6].

De ramingen voor de omvang van het gasveld zijn vanaf de ontdekking in 1959 fors gestegen. Na het boorsucces in Delfzijl werd de omvang van het gasveld geraamd op 60 miljard kubieke meter. Er werd verder gezocht en de gasramingen werden steeds verder naar boven bijgesteld; in het najaar van 1962 was de schatting 470 miljard m³; in oktober 1963 al 1110 miljard m³ en in 1967 2000 miljard m³.[7] Met de kennis van 2010 wordt de oorspronkelijk winbare gasvoorraad geraamd op 2700 miljard kubieke meter.[8]

Als gevolg van de gasproductie neemt de resterende gasreserve van Groningen af. In 1998 bevatte het veld nog ongeveer 1212 miljard m³,[9] per 1 januari 2006 nog 1032 miljard m³ en twee jaar later ligt de schatting weer iets hoger, op 1075 miljard m³. Behalve de productie spelen andere factoren ook een rol bij de omvang van de reserves, zoals nieuwe gasvondsten, veranderingen in de techniek om gas te winnen en de prijs van gas. Bij een hoge gasprijs zijn meer reserves economisch winbaar dan bij een lage gasprijs.

De Nederlandse aardgasvoorraad in 1960, 2008 en 2018 in miljarden m³:

Locatie 1960 2008 2018
Groningenveld 2800 1075 646[10][11]
Overige kleine velden 1722 315 150*
Totaal 4522[12] 1390[13] 796*

* Schatting op basis van Gasmutaties NL[13]

De waarden voor 2018 zijn schattingen op grond van de aangegeven referenties. Omdat het peiljaar[10] in de geraadpleegde referenties uit 2013 is, is de bekende gasproductie in de jaren er na[11] van de peiljaarvoorraad afgetrokken. De getallen voor de kleine gasvelden worden ook beïnvloed door het vinden van nieuwe gasvelden, bijvoorbeeld in 2017 ten noorden van Schiermonnikoog[14] met een geschatte inhoud van 5 à 10 miljard m³. In de omgeving van dit gasveld zou mogelijk een winbare hoeveelheid gas van 50 miljard m³ aanwezig kunnen zijn. Minister Wiebes heeft echter te kennen gegeven, naar aanleiding van protesterende eilandbewoners, dat men zich geen zorgen hoeft te maken over de eventuele gevolgen van een gaswinning [15]. De proefboringen vanaf een platform, dat 18 km noordelijk van Schiermonnikoog ligt, gaan echter gewoon door.

Er bestaan 2 verschillende eenheden, om de aardgasvoorraad in uit te drukken: Sm³ en Nm³. Sm³ en Nm³ verschillen onderling slechts enkele procenten, zodat het voor grove schattingen van de gasvoorraad nauwelijks uitmaakt welke eenheid gebruikt wordt.

Winning[bewerken]

In de jaren zestig was de overheid van mening dat de opkomst van kernenergiecentrales het gebruik van aardgas zou verdringen. Het aardgas diende zo snel als mogelijk verkocht te worden ook aan buitenlandse afnemers. Vanaf 1960 liep de Groningse gasproductie zeer snel op, van bijna niets naar circa 90 miljard m³ per jaar in 1975. Het binnenlands gebruik bleef in de jaren 1975 tot 2018 vrijwel constant op 40 miljard m³ per jaar[16]. In het midden van de jaren 70 diende dit beleid herzien te worden na de eerste oliecrisis en de grote maatschappelijke weerstand tegen de inzet van kernenergie. In 1974 werd het kleineveldenbeleid geïntroduceerd. In de Gaswet werd bepaald dat producenten de mogelijkheid hebben het gewonnen gas te verkopen tegen een marktprijs aan GasTerra, een afzetgarantie. De Gasunie werd verplicht dit gas in te nemen en te transporteren, een innameplicht.[17] De overheid stimuleerde zo de zoektocht naar andere gasvoorkomens, zodat het gas in Groningen minder snel op zou raken. De overheid heeft later ook een productieplafond opgelegd voor het Groningenveld. In de periode 2006-2015 mocht de NAM maximaal 425 miljard m³ gas uit het veld winnen. Dit productieplafond zorgt ervoor dat gas uit kleine velden altijd kan worden ingenomen.[18] Dit beleid is zeer succesvol geweest en in 2007 werd per jaar ongeveer 30 miljard m³ gas gewonnen uit het Slochterense gasveld en 40 miljard m³ uit andere velden onshore en offshore, in totaal dus 70 miljard m³.[19] In de jaren daarna neemt de productie van het Groningenveld weer sterk toe: het schommelt 4 jaar lang rond de 50 miljard m³ (2010 tot en met 2013).

Door de jarenlange productie daalt de gasreserve in het Groningenveld. Om de daling van de druk tegen te gaan is het Groningen Long Term Project (GLT) geïnitieerd. Dit renovatieproject is in 1997 gestart en in 2009 afgerond. Compressoren zijn geïnstalleerd die de druk van het veld weer op het gewenste niveau kunnen brengen. Met het GLT-project kan de NAM nog 50 jaar gas winnen uit het Groningenveld. Het totale investeringsbedrag was ongeveer twee miljard euro.[20] Ondanks deze investering zal de productie uit het veld wel blijven dalen. Tevens zal het veld minder goed in staat zijn de productie aan te passen aan de wisselende behoefte.

Sinds 2014 wordt de gasproductie uit het Groningenveld beperkt, naar aanleiding van de toenemende frequentie en kracht van de aardbevingen in het winningsgebied. Eerst werd de productie beperkt tot 42,5 miljard m³ in 2014 en 2015, gevolgd door 40 miljard m³ in 2016. Begin 2015 besliste het kabinet echter dat in dat kalenderjaar maximaal 39,4 miljard m³ gas uit het gasveld mocht worden geproduceerd en dat werd in juni nog eens verlaagd naar 30 miljard m³.[21] De Raad van State trof op 18 november 2015 een voorlopige voorziening dat NAM in de periode van 1 oktober 2015 tot 1 oktober 2016 niet meer dan 27 miljard m³ gas mag winnen.[22] Deze limiet mag worden overschreden met maximaal 6 miljard m³ bij strenge kou.[22] Op 18 december volgde het kabinet de uitspraak van de Raad van State. In september 2016 besloot de minsterraad op voorstel van Henk Kamp de komende vijf jaar de gaswinning uit het Groningenveld verder te beperken tot 24 miljard m³ per jaar.[23] Alleen in koude winters en voor zover strikt noodzakelijk mag extra gas worden geproduceerd.[23] In 2021 wordt het besluit heroverwogen of eerder als nieuwe kennis of verandering van feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.[23] In 2016 komt het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) met de waarschuwing dat rond Loppersum het aantal aardbevingen per km² per jaar is gestegen van 0,12 naar 0,22. Het vastgelegde maximum is 0,25. Om verdere spanningen in de bodem ter vermijden adviseert het SodM de dan al demissionaire minister Kamp de productie nogmaals met een stap van 10% te verlagen naar 21,6 miljard m³.[24] Na de beving van 8 januari 2018 (zie volgende paragraaf) is het voorstel van de NAM 6 productielocaties te sluiten en een verdere vermindering van de productie door te voeren. De Tweede Kamer discussieerde hierover op 16 januari 2018 [25]. Het SodM adviseert verder een reductie productie tot 12 miljard miljarden m³ en sluiting van de winning uit het Loppersum cluster (Ten Post, Overschild, De Paauwen, ’t Zandt en Leermens) en de locatie Eemskanaal bij Groningen [26]. Op 1 februari 2018 maakt minister Wiebes bekend dat de 5 productielocaties van het Loppersumcluster op korte termijn gesloten zullen worden. Om de gasbehoefte verder te verlagen is Wiebes in gesprek met 200 industriële bedrijven die veel gas verbruiken. Hij wil dat zij overstappen van het Nederlandse laagcalorische gas naar duurzame alternatieven of buitenlands hoogcalorisch gas. De reductie van de geproduceerde gashoeveelheid uit het Slochterenveld tot 12 miljard m³ zal pas op termijn van enkele jaren kunnen plaatsvinden[27]. Op 29 maart 2018 maakt minister-president Rutte bekend dat het kabinet besloten heeft de gaswinning uit het Slochterenveld uiterlijk in 2030 geheel te beëindigen.

Het verbruik van gas kent een duidelijk seizoenspatroon. Veel gas wordt gebruikt voor verwarmingsdoeleinden en dit is meer noodzakelijk in de wintermaanden dan gedurende de zomer. In de tabel hieronder staat een overzicht van de productie van Gronings aardgas per maand in (standaard) miljarden m³: Vanaf het gasjaar 2015/2016 wordt maandelijks zo veel mogelijk een seizoensonafhankelijke hoeveelheid gas gewonnen, de piek in de wintervraag wordt opgevangen door de gasopslag in Langelo (bij Norg).

Jaar Jan Feb Mrt Apr Mei Juni Juli Aug Sep Okt Nov Dec Totaal
2005 5,54 5,60 4,24 2,39 1,72 1,41 1,32 1,34 1,36 1,78 4,82 6,52 38,01
2007 5,03 3,87 2,79 1,39 0,62 0,65 0,63 0,76 0,85 3,21 5,61 7,10 33,45
2015[28] 1,47 2,22 2,19
2016[29] 2,48 2,32 2,36 2,68 2,68 2,30 2,19 2,14 1,95 26,98

Maandelijkse gasproductie van het Groningenveld in 2005, 2007 en 2015/2016 in miljarden m³.

Winplaatsen[bewerken]

Deze lijst van winplaatsen op het Groningse gasveld bevat ook winplaatsen die inmiddels gesloten zijn.

Bodemdaling en aardbevingen[bewerken]

Als gevolg van de winning van het gas treedt in de regio bodemdaling op, die soms gepaard gaat met aardbevingen.[30] De bodemdaling wordt veroorzaakt door de daling van de druk in het zandsteen, waarin het gas is opgeslagen. Deze druk is voor het Slochterenveld gezakt van oorspronkelijk 350 bar in 1960 tot 70 bar in 2018.[31] De door TNO en NAM voorspelde bodemdaling in 2050 als gevolg van de gaswinning is maximaal 40 à 50 cm bij Loppersum,[32][33] in 2013 bedroeg de gemeten bodemdaling bij Loppersum 30 cm.[32]

De aardbevingen zijn over de jaren langzaam aan in sterkte toegenomen. De eerste 20 jaar van gaswinning (vanaf 1970) uit het Slochterenveld zijn er vrijwel geen bevingen in het Slochterenveld geregistreerd. Hierbij moet wel bedacht worden dat de gasproductie vanaf 1965 zeer laag was en pas rond 1975 op volle sterkte van tegen de 100 miljard m³ per jaar kwam. Vanaf 1991 vinden er kleine bevingen plaats boven het Slochterenveld met magnitudes rond de 2,0 (Richter), als we de beving in Assen (dat meer dan 20 km van het Slochterengasveld ligt, maar dicht bij aardgasveld Eleveld) in 1986 buiten beschouwing laten. Zo is er bij Middelstum op 5 december 1991 een beving geregistreerd met kracht 2,4.[34] Op 24 oktober 2003, 40 jaar na het begin van de aardgaswinning, vindt er voor het eerst een beving plaats met kracht 3,0 bij Hoeksmeer. Daarna vinden bevingen met kracht 3 of meer plaats met tussenpozen van 1 à 3 jaar. Tussen de bevingen van 2013 en 2018 zit zelfs 5 jaar. Er zijn 3 grote bevingen geweest met kracht 3,4 of meer, met tussenpozen van telkens ongeveer 6 jaar. Op 8 augustus 2006 was er een beving met een kracht van 3,5 bij Westeremden.[35] De zwaarste aardbeving als gevolg van de gaswinning in Groningen vond op 12 augustus 2012 plaats bij Huizinge en had een kracht van 3,6 op de schaal van Richter,[35] en op 8 januari 2018 was er een beving met kracht 3,4 op de schaal van Richter bij Zeerijp.[36] Het aantal door het KNMI geregistreerde bevingen met kracht 1,5 of hoger bedroeg in 2016: 13 en in 2017: 18.[37] Het aantal bevingen met kracht 3 of meer is de laatste 6 jaar is afgenomen, maar het aantal kleine bevingen en daarmee ook het totaal aantal bevingen is toegenomen: gemiddeld 20 bevingen per jaar met kracht 1,5 of meer van 2012 tot en met 2017, en gemiddeld 15 bevingen per jaar met kracht 1,5 of hoger in de periode 2006 tot en met 2011.[38]

Datum Kracht (Richter) Locatie
8 januari 2018 3,4 Zeerijp
7 februari 2013 3,3 Zandeweer
16 augustus 2012 3,6 Huizinge
27 juni 2011 3,2 Hoeksmeer
8 mei 2009 3,0 Zeerijp
30 oktober 2008 3,2 Westeremden
8 augustus 2006 3,5 Westeremden
24 oktober 2003 3,0 Hoeksmeer

Lijst van aardbevingen in het Slochterengasveld, kracht 3,0 of meer.[39] Zie ook Aardbevingen in Nederland.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) krijgt binnen 48 uur na een beving met magnitude > 2,5, als vastgelegd in het Meet en regelprotocol Aardbevingen,[40] een rapport van de NAM met voorgestelde maatregelen. Zo bracht de NAM op 10 januari 2018 naar voren: Reductie van de gasproductie met 10% vermindert het aantal jaarlijkse bevingen (magnitude>1,5) in het Slochterenveld met 2 à 3, maar de bevingen zullen niet minder krachtig worden. Dit is in tegenspraak met de resultaten van de laatste 12 jaar registratie van bevingen, zoals hier boven uiteengezet.[41] Een vermindering met 10% komt begin 2018 neer, als het eerdere advies om naar 21,6 miljard m³ per jaar te gaan wordt meegerekend, op een productie van 19,4 miljard m³ per jaar. Er kunnen echter bevingen blijven ontstaan, zelfs als de gaswinning volledig wordt gestaakt, tot een of enkele jaren na stoppen van de gaswinning.[42]

Op 1 februari 2018 richtte minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat een brief aan de Tweede Kamer, met daarin voorstellen, zoals gegeven door het SodM en GTS (Gasunie Transport Services). Belangrijke voorstellen waren het reduceren van de gasproductie tot 12 miljard m³ per jaar en de onmiddellijke sluiting van het Loppersumcluster: Ten Post, Overschild, De Paauwen, ’t Zandt en Leermens.

Onvrede van bewoners in de provincie Groningen[bewerken]

Er is ten gevolge van de gaswinning schade ontstaan aan (funderingen van) gebouwen, en de hogere waterstand noopt bijvoorbeeld tot de aanleg van nieuwe sluizen, dijken of gemalen. De NAM, die het aardgas wint, compenseert dergelijke schade via de Commissie Bodemdaling.[43] Men is het niet altijd eens over de te treffen maatregelen.[44]

Schade aan woonhuizen door aardbevingen of bodemdaling dient sinds 2015 opgegeven te worden bij het Centrum Veilig Wonen in Appingedam.[45] De woningschade wordt opgenomen in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders, die sinds 2015 werkzaam is in Groningen. Aanvankelijk werd ook de woningschade in opdracht van de NAM opgenomen. Begin 2018 was er een grote achterstand in het opnemen van de schades. Minister Eric Wiebes van Economie en Klimaat zegde op 10 januari 2018 bij een bezoek aan het gebied toe, dat er snel een goed schadeprotocol zal komen.

Er heerst sinds 2012 toenemende onvrede onder de bevolking van Noordoost-Groningen over de houding van de NAM met betrekking tot het vergoeden van aardbevingsschade.[46][47] Er werden fakkeltochten gehouden in de stad Groningen om de aandacht te vragen voor de aardbevingsproblematiek. De optocht van 19 januari 2018 trok naar schatting 12.000 deelnemers.[48]

Op 29 maart 2018 besloot de Nederlandse regering, dat uiterlijk in 2030 een einde moet komen aan de aardgaswinning in Groningen.

Zie ook[bewerken]