Aartsbisdom Albi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Archidiocèse d'Albi, Castres et Lavaur
Basisgegevens
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Kerkprovincie Toulouse
Bisschopszetel Albi
Website http://albi.catholique.fr/
Hiërarchie
Aartsbisschop Jean Legrez OP
Statistieken
Oppervlakte 5.780 km²
Bevolking 356.129 (2007)
Katholieken 280.000 (2007)
Parochies 509
Locatie
Aartsbisdom Albi
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Voormalig bisschoppelijk paleis en, rechts, de kathedraal van Albi
Bisschoppelijke "stad" binnen de stad

Het aartsbisdom Albi, voluit aartsbisdom Albi, Castres en Lavaur (Latijn: Archidioecesis Albiensis-Castrensis-Vauriensis) is een rooms-katholiek aartsbisdom in Zuid-Frankrijk[1]. Het grondgebied is deze van het departement Tarn en de bisschopszetel is de stad Albi, aan de rivier Tarn, met als bisschopskerk de Sint-Ceciliakathedraal. Sint-Cecilia is bovendien de patroonheilige van het bisdom[2].

Het bisdom Albi bestaat sinds de 3e eeuw en is een aartsbisdom geworden meer dan duizend jaar later, in 1678. Albi had een eigen kerkprovincie met suffragaan bisdommen verspreid in de Languedoc, doch verloor dit alles in 2002. Paus Johannes-Paulus II besliste dat Albi weliswaar een aartsbisdom mocht blijven doch als suffragaan bisdom van de aartsbisschoppen van Toulouse.

Geschiedenis[bewerken]

Gallo-Romeins[bewerken]

In de 3e eeuw werd het bisdom Albi opgericht, wat nog plaats vond voor de vrijgave van het christendom in het Romeinse Keizerrijk door het Edict van Milaan (313). Albi behoorde toen de provincie Gallia Aquitania. De eerste bisschop zou de heilige Clair (Latijn: Clarus) geweest zijn over wie eigenlijk niets bekend is. Over de opeenvolging van de eerste bisschoppen van Albi is er grote onzekerheid. Reeds tijdens het Romeins tijdperk kwam Albi onder bestuur van het Visigotisch Rijk met als hoofdplaats Toulouse (Latijn: Tolosa).

Middeleeuwen[bewerken]

Door de onzekere toestanden door achtereenvolgens Visigoten, Franken en Arabieren werd de bisschop van Albi de feitelijke bestuurder van de stad Albi. Daarnaast waren er de (burg)graven van Albi, die leenman van de graven van Toulouse waren[3]. Albi werd zwaar getroffen door de Albigenzische kruistochten in de 13e eeuw, waarbij de kerkelijke Inquisitie aan de katharen ook de naam gaf van volgelingen van de leer gepredikt in Albi of Albigenzen. De bisschoppen van Albi en de clerus van de katholieke kerk trokken partij voor de Franse koning[4] en dit tegen de kathaarse bevolking in de eigen streek van de Languedoc. Vandaar is het bisschoppelijk paleis een burcht als militaire bescherming van de Inquisitie. Na het verdrag van Meaux (1229) ging het burggraafschap Albi over naar de Franse kroon; de bisschop van Albi bleef evenwel bestuurder van de stad Albi. In 1317 verloor het bisdom Albi het grondgebied van Castres, op bevel van paus Johannes XXII in Avignon. Deze laatste moeide zich met het graafschap Toulouse en maakte een nieuw bisdom Castres, los van Albi.

Nieuwe Tijd[bewerken]

In 1678 beslisten koning Lodewijk XIV en paus Innocentius XI dat het bisdom Albi verheven werd tot aartsbisdom met eigen suffragaan bisdommen in de nieuwe kerkprovincie Albi[5]. Deze bisdommen werden afgescheurd van de kerkprovincie van het aartsbisdom Bourges. Albi moest wel een forse schadevergoeding betalen aan Bourges voor deze promotie[6]. De eerste aartsbisschop was de Italiaan Serroni, in diplomatieke dienst voor de Franse koning. Kort nadien werden Albi en andere steden van de Languedoc geteisterd door de dragonnades, waarbij koninklijke troepen de Hugenoten verjoegen.

Nieuwste Tijd[bewerken]

Na de Franse Revolutie werd het aartsbisdom Albi afgeschaft[7] (1801). In 1822 werd het aartsbisdom Albi heropgericht, waarbij het grondgebied van de voormalige bisdommen Castres[8] en Lavaur[9] toegevoegd werd[10]. Dit verscheen ook in de drieledige naam van het aartsbisdom, honderd jaar later, in 1922. In 2002 verloor het aartsbisdom Albi haar kerkprovincie en ging zijzelf over naar de kerkprovincie Toulouse.

Enkele bisschoppen[bewerken]

Zie ook[bewerken]