Abdij van Clairefontaine (Franche-Comté)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abbaye de Clairefontaine
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Regio Haute-Saône
Plaats Polaincourt-et-Clairefontaine
Coördinaten 47° 53′ NB, 6° 4′ OL
Religie Christendom
Stroming Rooms-Katholieke Kerk
Kloosterorde Cisterciënzer
Gebouwd in 1131/1131
Gesloopt in 1791
Huidige bestemming Faïencerie, nadien Psychiatrisch ziekenhuis
Abdij van Clairefontaine (Franche-Comté)
Abdij van Clairefontaine (Franche-Comté)
Lijst van katholieke kloosters en abdijen in Frankrijk
Portaal  Portaalicoon   Religie
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De abdij van Clairefontaine in de Franche-Comté is een cisterciënzerabdij  die bestond tussen 1131/1132 en 1791. Ze is gesitueerd in de huidige gemeente Polaincourt-et-Clairefontaine in het departement van de Haute-Saône en hing af van het bisdom Besançon.

De gebouwen werden als nationaal goed verkocht met de Franse revolutie en omgevormd in een faïencerie in de 19e eeuw en nadien in een psychiatrisch ziekenhuis vanaf 1938.

Stichting[bewerken]

De abdij van Clairefontaine werd gesticht in 1131 of 1132 door de monniken van de nabijeabdij van Morimond kwamen op vraag van heer Guy de Jonvelle. Dertien religieuzen onder leiding van de monnik Lambert (de latere abt van Morimond en nadien van Cîteaux) installeerden er zich in 1132. De heren van Jonvelle hadden in de abdij tevens hun graftomben[1].

De abdij werd rijkelijk gedoteerd door verschillende weldoeners, waaronder: keizer Frederik Barbarossa; Reinoud III et Stephanus I , graven van Bourgondië;  Guy en Bertrand van Jonvelle ; Hugo en Gislebert van Faucogney, burggraven van Vesoul; Hendrik de broer van en Hendrik de zoon van Frederik van Bourgondië; Frederik en Ferry, graven van Toul; Matthias, hertog van Lotharingen; Diederik, aartsbisschop van Besançon. Ze ontwikkelde zich in de daaropvolgende eeuwen in het bijzonder door haar metallurgie, bijvoorbeeld de smelterij van Varigney.

Verdere geschiedenis[bewerken]

Zwaar getroffen door de zwarte dood in 1348 werd de abdij in 1359 door Lotharingse dievenbendes onder leiding van Stephanus van Vy en zijn Engelse troepen gebrandschat gedurende de Honderdjarige oorlog[2] Geplunderd door een groot aantal troepen in 1427, getroffen door verschillende epidemies werd ze nogmaals in brand gezet door koning Lodewijk XI in 1479 en ten slotte tot ruïne herleid door de hertog van Palts-Zweibrucken in 1569 tijdens de godsdienstoorlogen in 1569. In 1595 werd ze door de huurlingen van Tremblecourt die voor koning Hendrik IV vochten tegen het koninkrijk Spanje en in 1636 werd ze in gebrandschat door Bernardus van Saksen-Weimar die de Franche-Comté binnendrong tijdens de Tienjarige oorlog.  In 1648 werd ze een commende (abdij zonder gebied) en haar ruïnes werden niet hersteld tot 1711[3].

De abdij verdween tenslotte in 1791 met de Franse Revolutie en haar gebouwen werden als nationaal goed verkocht aan lokale handelaars in 1793. De overheid liet er een glazenmakerij toe bij besluit van het Directoire van 28 augustus 1798.

Herbestemming[bewerken]

Faïencerie[bewerken]

Desondanks werd de vroegere abijd in 1802 een faïencerie (faïence van het fijne witte type, genaamd « opaak porselein», en fijne gele faïence, genoemd« grijs Nankin») die meer dan 120 arbeiders telden in 1890)[4]. De Eerste Wereldoorlog en vooral de economische crisis van de jaren 30 leidden tot de sluiting van de onderneming in 1932.

Psychiatrisch ziekenhuis[bewerken]

De gebouwen werden in 1938 gekocht door de Hôpitaux de Seine-et-Marne, door middel van de Société Asile de Saint-Remy, en verbouwd tot een psychiatrisch ziekenhuis dat onderdak bood aan 125 zieken (in 1940) De uitbating wordt verzekerd onder toezicht van de Association hospitalière de Franche-Comté (AHFC) als het gespecialiseerde hospitaal  Saint-Remy/Clairefontaine.

Referenties[bewerken]

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Franstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.

  1. Abbé Coudriet et abbé Chatelet, Histoire de la seigneurie de Jonvelle et de ses environs Première maison de Jonvelle - Guy 1er - Fondation de Clairefontaine
  2. H. Denifle La Guerre de Cent Ans et ses désolations des églises.
  3. Base Mérimée, culture.gouv.fr/culture & patrimoine
  4. Les effectifs montent à 86 hommes, 27 femmes et 39 enfants en 1893. Base Mérimée, culture.gouv.fr/culture & patrimoine