Aboe l-ʿAlaa al-Maʿarri

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Abdel Al-Ma'arri)
Ga naar: navigatie, zoeken
Al-Maʿarri

Aboe l-ʿAlaa al-Maʿarri (Ma'arra, 26 december 973 - aldaar, 1057) was een Arabische dichter, schrijver, filosoof en wetenschapper en een overtuigd atheïst.[1] Zijn volledige naam was Aboe l-ʿAlaa Aḥmad ibn ʿAbd Allāh ibn Soeleimān al-Tannoehī al-Maʿarri (Arabisch: أبو العلاء أحمد بن عبد الله بن سليمان التنوخي المعري).

Jeugd en opleiding[bewerken]

De jonge Ahmad werd geboren in het Syrische stadje Ma'arra nabij Aleppo. Zoals zijn naam aangeeft, behoorde hij tot de Arabische stam van de Tannoeh. Tijdens zijn jeugd werd hij praktisch blind als gevolg van een infectie met kinderpokken die zijn ogen aantastte. Al-Ma'arri studeerde in Aleppo, Antiochië en in Tripoli en begon hierna te schrijven, ondersteund door een klein particulier inkomen.

Hij beschikte over een fenomenaal auditief geheugen. Een biograaf verhaalt hoe hij een conversatie hoorde in het Azerbeidjaans en deze woord voor woord kon herhalen, zonder dat hij enige notie had van de taal.[2]

Bekendheid[bewerken]

Zijn eerste dichtbundel die gepubliceerd werd, was de De vonk van de tondel; deze leverde hem bekendheid op en hij werd ontvangen in vele literaire salons. Na een verblijf van ongeveer twee jaar in Bagdad, keerde Al-Ma'arri naar Syrië terug in 1010 deels omdat de gezondheid van zijn moeder slecht was maar ook omdat zijn inkomsten geleidelijk terugliepen. Hij ging in zijn bouwvallige woning aldaar wonen en leefde onder vrij armoedige omstandigheden. Hij hield zich aan een sober dieet van vijgen en linzen.

Docentschap[bewerken]

Door zijn werk geïnteresseerd geraakt kwamen er vele studenten naar hem toe en kon hij zijn kennis gaan overdragen. Zijn huis werd een centrum voor filosofie en humanisme en hij kan een voorloper genoemd worden van De Verlichting van zevenhonderd jaar later. Ook onderhield hij met collega's een actieve briefwisseling. In die periode kwam ook zijn tweede verzameling dichtkunst en essays uit, De Nutteloze Noodzaak, een titel die slaat op de extra strenge regels voor rijm en metrum die hij zichzelf oplegde.

Maatschappelijke visie[bewerken]

Er zijn diverse gedichten van Al-Ma'arri waarin hij uiteenzet hoe wreed en onlogisch de wereld in elkaar steekt. Zijn bekendste woorden waren: Wie rijk is, maar zijn behoefte naar geld nooit stilt, is de armste mens ter wereld. Ook was hij kritisch over sommige sjeiks in Mesopotamië. Over één van hen schreef hij: Hij is getrouwd en na zijn eerste vrouw, nam hij er nog drie bij. Hij zegt dat een kwart van zijn persoon voor elke vrouw voldoende moet zijn. Als de vrouw zich hierin schikt dan beloont hij haar met een hongerloontje. Maar als hij haar betrapt met haar minnaar zal hij haar stenigen. Ook uit andere verzen blijkt zijn bezorgdheid over de positie van de vrouw.

Ook had hij kritiek op vele imams en geestelijk leiders die hij vaak zag als corrupt en manipulerend. Al-Ma'arri vond dat er maar één echte imam was en dat is de rede. Hij schreef: Aardbewoners heb je in twee soorten. Die met hersens, maar geen religie, en die met religie, maar geen hersens. Dit volgde op een passage waarin zowel het islamitische, christelijke als joodse geloof het moesten ontgelden. Zijn kritiek op godsdienst is onder gelovigen omstreden.

In de ascetische visie van Al Ma'arri was voorplanting verkeerd. Hij was niet gehuwd en deed aan seksuele onthouding.[3] Zeer ongebruikelijk was ook zijn bekommernis over onrecht tegen dieren, die hem er op zijn dertigste toe bracht een veganistische levenswijze aan te nemen. In een van zijn brieven beveelt hij zelfs het dragen van houten schoenen aan.[4]

Werk[bewerken]

Zijn gedichten werden gekenmerkt door virtuositeit en originaliteit[5] en waren vaak vrij pessimistisch van toonzetting. Dit pessimisme vond zijn oorzaak in zijn eigen op het tegenwoordige humanisme gelijkende levensvisie die niet uitging van het geloof in een god maar de mens centraal stelde. Dit werd goed zichtbaar in zijn volgende dichtbundel, de Goddelijke Komedie, waarin de auteur het paradijs bezoekt en daar zijn voorgangers ontmoet, heidense dichters die vergeving hebben gevonden. Deze laatste bundel veroorzaakte opschudding bij een aantal moslims. Zijn werk dat daarna uitkwam, Paragrafen en Periodes, was een oproep tot ascetisme en onderwerping aan het lot. De ongebruikelijke vorm (een reeks preken in dubbelrijmend proza) werd door zeloten opgevat als een parodie op de Koran of een poging om hem te overtreffen.

Overzicht (selectie)[bewerken]

Veel van Al Ma'arri's werk is teloorgegaan, waaronder het grootste deel van zijn 9.000 lijnen lange collectie raadsels (Gāmi' al-awzān wa-l-qawāfi). Onder de overgeleverde manuscripten:

  • Saqt al-Zand (De vonk van de tondel)
  • Mu'jiz Ahmad: een commentaar op de poëzie van Al-Mutannabi
  • Luzūm mā lam yalzam (De onverplichte verplichting)
  • Zajr al-Nabih (De blaffende hond wegjagen)
  • Risālat al-ṣāhil wa-al-shāḥij (Epistel van het balken en het hinniken): een politieke commentaar uit ca. 1021, lang verloren gewaand maar in 1975 herontdekt door de Egyptische professor en schrijfster Aisha Abd al-Rahman
  • Risālat al-ghufrān (Epistel over de vergiffenis, ca. 1033)
  • Al-Fuṣūl wa al-ghāyāt (Hoofdstukken en eindpunten): herontdekt in 1918[6]
  • Risalat al-Mala'ika: een verhandeling over morfologie
  • Mulqā l-Sabil (De wijzer van de weg)

Ook een deel van zijn correspondentie en poëziecommentaren zijn overgeleverd.

Nederlandse vertalingen[bewerken]

  • Jacques Hamelink (1977), Zestien gedichten (Utrecht: Salix Alba)
  • Pieter Smoor en Peter Verstegen (1983), "Acht gedichten van Aboe 'l-Alaal-Ma'arri", in: De Tweede Ronde, jaargang 4, nr. 1
  • Aboe l-Alaa al-Ma'arri (2008), Uit vrije dwang. Een ruime selectie uit het werk van deze dichter door Jaap van den Born, vertaling Pieter Smoor (Rotterdam: Uitgeverij De Vrije Gedachte), ISBN 978 90 78830 03 0, 146 blz.
  • Lucas Catherine (2012), En de Mens schiep god (EPO)

Andere vertalingen[bewerken]

  • Abu l-Ala al-Maarri (2013), The Epistle of Forgiveness, 2 delen
  • David Samuel Margoliouth (red.) (1898), The Letters of Abu L̕-ʻAlā of Maʻarrat Al-Nuʻmān; Ed. from the Leyden Manuscript, with the Life of the Author (Oxford: Clarendon Press)

In moderne tijden[bewerken]

Oude bronnen[bewerken]

  • De oudste vermelding van Al-Ma'arri is in een bijvoegsel van de Kitāb Yatīmat ud-Dahr van Al-Tha'ālibī.[8]
  • Ibn al-'Adim somt een lijst van werken op in zijn Al-Insäf wa-l-taharri.
  • Het schrijverswoordenboek van Yaqut al-Hamawi (1226) bevat een opsomming van Al-Ma'arri's werk.
  • Ibn Khallikan heeft een lemma over Al-Ma'arri in zijn biografisch woordenboek (1256-1272).

Literatuur[bewerken]

  • Pieter Smoor (1988), "The Weeping Wax Candle and Ma'arri's Wisdom-tooth: Night Thoughts and Riddles from the Gami' al-awzan", in: Zeitschrift der Deutschen Morgenländischen Gesellschaft, nr. 138, blz. 283-312
  • Pieter Smoor (1981), "Enigmatic Allusion and Double Meaning in Maʿarrī's Newly-Discovered 'Letter of a Horse and a Mule. Part I.", in: Journal of Arabic Literature, vol. 12, blz. 49-73
  • Henri Laoust (1944), "La vie et la philosophie d'Abou-l-'Ala Al-Ma'arri", in: Bulletin d'Etudes Orientales, nr. 10
  • C. Rieu (1888), Über die philosophischen Gedichte des Abu-l-‛Ala (Wenen)
  • C. Rieu (1843), De Abu-l-‛Alae Poetae Arabici vita et carminibus (Bonn)

Externe link[bewerken]