Abdij Prüm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De abdij van Prüm was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend abdijvorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk. De benedictijner abdij in Prüm werd 721 gesticht door Bertrada de Oude, de schoonmoeder van Pepijn de Korte maar pas 752 door koning Pepijn en zijn echtgenote Bertha met de Grote Voeten (moeder van Karel de Grote) daadwerkelijk gesticht.

Voormalige abdijkerk - Sint-Salvatorkerk in Prüm
Abdij Prüm luchtopname 2015

De abdij in de Eifel had een uitgestrekt bezit, dat tot in Bretagne, de Taunus en de Nederlanden reikte. De abdij beschikte over een aantal voogdijen en kloosters in andere plaatsen, om het goederenbeheer te organiseren. Deze bevonden zich met name in het Franse Revin, Güsten bij Gulik, in Münstereifel en Altrip. De in 893 (onder abt Regino van Prüm) ontstane Legger van Prüm bevat voor vele plaatsen de eerste schriftelijke vermelding, waaruit hun bestaan in de 9e en 10e eeuw blijkt.

In de abdij hebben verschillende beroemdheden geleefd, zoals de adviseur van Lodewijk de Vrome, Markward van Prüm, de heiligen Ado van Vienne, Ansbald van Prüm en Hungerus Frisius. In Prüm brachten ook de dichter Wandalbert en de geleerde Regino een deel van hun leven door. De abdij was voor verschillende Karolingen: Karel de Kale werd er als kind enige tijd naartoe verbannen, evenals Pepijn met de Bult, die er na een mislukt complot tegen zijn vader Karel de Grote de laatste achttien jaar van zijn leven doorbracht. Keizer Lotharius I nam er enige tijd zijn toevlucht en liet zich er zes dagen voor zijn dood in september 855 inkleden.

De eerste Viking-aanval op de abdij van Prüm[bewerken]

Op Driekoningen, 6 januari 882, viel een detachement Vikingen, dat volgens de berichten uit ongeveer 300 krijgers bestond, de abdij van Prüm aan. Deze abdij was op dat moment de grootste Frankische abdij. In de kerk van deze abdij lag keizer Lotharius I begraven. Deze was hier tijdens de onderhandelingen over het verdrag van Prüm in het jaar 855 overleden. Aan het klooster was behalve een hospitaal, ook een belangrijke kloosterschool verbonden, waarin de nakomelingen van de Frankische aristocratie werden opgeleid.[1] De abdij herbergde daarnaast een van de grootste bibliotheken van het Frankische rijk. Aan deze bibliotheek was ook een scriptorium verbonden. Naast Aken was de abdij van Prüm het culturele centrum van het Frankische Rijk. Het klooster had uitgebreide bezittingen, meer dan honderd kerken stond onder direct bestuur van het abdij. Het grondbezit reikte tot diep in het huidige Nederland; ook behoorden de bossen langs de rivier de Moezel tot het klooster.[1]

Een schare van boeren uit de omgeving probeerden zich tegen de indringers teweer te stellen, tevergeefs want zij werden volledig weggevaagd. Daarop zetten de Vikingen alle gebouwen van het klooster in brand. De abdij brandde tot de grond toe af; volgens Regino van Prüm (882): Omdat er niemand meer leefde, die het vuur kon bestrijden. Een van de grootste schatten van het klooster en tevens een van de kostbaarste relikwieën van het christelijke Avondland, de sandalen van Christus, konden vóór de aanval van de Vikingen in veiligheid worden gebracht. Van de door eerdere kroniekschrijvers geloofde verzameling van handschriften kon daarentegen maar ongeveer een tiende deel in veiligheid worden gebracht voordat de naderende Vikingen waren gearriveerd. De rest van de verzameling viel ten prooi aan de vlammen.[2][1]

Belangrijke data[bewerken]

Fürstabtei Prüm
Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk
 Opper-Lotharingen 1222–1576 Keurvorstendom Trier 
Wappen Prüm.svg
Kaart
1400
1400
Algemene gegevens
Hoofdstad Prüm
Regering
Regeringsvorm Vorstendom
  • 23 juni 721 vond de officiële (eerste) stichting plaats met hulp van de monniken uit Echternach.
  • 27 mei 752 vond de feitelijke (tweede) stichting plaats door de benedictijnen uit de abdij Saint-Faron bij Meaux. Bij deze gelegenheid werden de relieken van de martelaren Marius, Audifax en Abachum, bekend als de Heilige Drie Heelmeesters, en partikels van de sandalen van Christus, die Pepijn ooit van paus Zacharias ontvangen had, getranslateerd. De abdijkerk werd gewijd aan de Verlosser en heet sindsdien de Sint-Salvatorkerk.
  • 799 plechtige inwijding van de abdijkerk, volgens de overlevering in het bijzijn van Karel de Grote en paus Leo III.
  • 855 verordonneerde keizer Lotharius I de verdeling van zijn rijk onder zijn zonen met de deling van Prüm.
  • 882 vond de eerste inval van de Noormannen plaats, waarbij het klooster werd verwoest.
  • 892 vond de tweede inval van de Noormannen plaats, waarop de kloosterlingen naar Dasburg vluchtten.
  • 1222 werd de abdij Prüm door keizer Frederik II van Hohenstaufen tot vorstendom verheven.
  • 1576 werd de abdij tegen haar wil in het keurvorstendom Trier ingelijfd. Deze unie werd waarschijnlijk wegens reformatorische tendensen in de abdij al in 1554 op aandringen van de aartsbisschop van Trier bij de paus aangekaart. De laatste abt Christoph van Manderscheid-Kayl overleed in 1576 en Jakob III von Eltz, aartsbisschop van Trier, werd onder protest van de kloosterlingen ingezet als opvolger. Het vorstendom wordt ingelijfd bij het keurvorstendom Trier en bestuurd als een hoofdambt. De zetel van de abt op de rijksdag en op de Kreitsdag worden voortaan ingenomen door de keurvorst van Trier.
  • 1721 werd de kloosterkerk in rococo herbouwd.
  • 1748 werden de overige kloostergebouwen herbouwd door Andreas Seitz naar plannen van Balthasar Neumann. De bouw werd in 1912 afgesloten.
  • 1794 als gevolg van de seculariseringsmaatregelen van de Fransen werd de abdij opgeheven.
  • 1802 werd de abdijkerk parochiekerk.
  • 1815 het Congres van Wenen voegde het gebied van het voormalige abdij-vorstendom bij het koninkrijk Pruisen.
  • 1827 Prüm werd zetel van een decanaat.
  • 1860 werd het gebeente van Lotharius I met de relieken van Primus en Felicianus teruggevonden.
  • 1874/75 werd voor de stoffelijke overschotten een nieuw graf gebouwd.
  • 1891 stichtten de artsen en apothekers van Prüm een nieuw schrijn voor de relieken van de Heilige Drie Heelmeesters.
  • 1896 werd een nieuw schrijn voor de Heilige Sandalen van Christus ingewijd.
  • 1927 werd het barokaltaar uit de karmelietenkerk Sint-Nicolaas in Bad Kreuznach naar Prüm gebracht.
  • Vanaf 16 september 1944 lag Prüm onder vuur van Amerikaanse soldaten, vooral sinds december 1944 en het Ardennenoffensief werd het klooster zwaar beschadigd.
  • Op de kerstavond van 1945 stortte het midden- en rechterzijschip in als gevolg van een bomaanval.
  • 1950 werd de wederopbouw van de kerk afgesloten. In hetzelfde jaar verhief paus Pius XII de kerk tot basiliek.
  • 1952 werd de heropbouw van de overige kloostergebouwen afgerond.

Abten van Prüm[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van abten van Prüm voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voetnoten[bewerken]

  1. a b c A. Willemsen: Wikinger am Rhein. 800–1000. blz. 109.
  2. Jennifer Striewski: Wikinger am Mittelrhein.